ECLI:NL:RBNNE:2025:5796

ECLI:NL:RBNNE:2025:5796

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 11470217 BU VERZ 24-3267
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Wahv. Rechts inhalen waar dat verboden is. Artikel 5 Wahv. De boete is technisch gezien wel aan betrokkene als bestuurder opgelegd, maar via een omweg, nu de verbalisant na het waarnemen van de gedraging, telefonisch contact heeft opgenomen met betrokkene. Het staat de verbalisant vrij om de identiteit van de bestuurder (na onderzoek) alsnog te trachten te achterhalen en de boete aan de bestuurder op te leggen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 262873967

zaaknummer: 11470217 BU VERZ 24-3267

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 2 december 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 19 november 2023, om 00:34 uur, aan [adres ] (A37) te Wachtum, gemeente Coevorden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 2 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren gemachtigde en betrokkene niet aanwezig. Wel aanwezig was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is door de overschrijding van de redelijke termijn en hij zal een proceskostenvergoeding toekennen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene ontkent de verweten gedraging en stelt bewijs te willen zien. Daarnaast heeft betrokkene aangevoerd dat de verbalisant voldoende tijd had om hem aan te spreken, nu zij samen de afrit af reden langs een benzinestation. De gemachtigde heeft namens betrokkene aangevoerd dat de verbalisant ten onrechte van een heeft afgezien, nu betrokkene oogcontact had met de verbalisant, de verbalisant zijn penning liet zien en vervolgens wegreed. Nu de verbalisant contact heeft gehad met betrokkene, valt niet in te zien waarom staandehouding redelijkerwijs achterwege kon blijven. De verbalisant merkte immers dat betrokkene afremde toen hij met zijn lichten seinde en heeft via het raam oogcontact gehad met betrokkene. In dit geval is het niet duidelijk waarom de verbalisant niet heeft gepoogd betrokkene staande te houden met bijvoorbeeld handgebaren.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat het beroep inhoudelijk ongegrond is, maar dat de boete gematigd moet worden doordat de redelijke termijn van berechtiging is overschreden.

Overwegingen

Is er terecht afgezien van een staandehouding van de bestuurder?

5. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

In het zaakoverzicht verklaart de betrokken verbalisant dat hij in een burgerauto reed en dat deze niet was voorzien van een stopbord. De verbalisant verklaart dat hij goed zicht had op het kenteken, want betrokkene remde af toen hij seinde met zijn lampen waardoor hij het kenteken goed kon noteren. De verbalisant verklaart dat zijn vriendin die naast hem zat het kenteken ook goed kon zien. Toen betrokkene naast hem reed kon hij zijn gezicht goed zien.

Naast de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht, bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 16 maart 2024. In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant om ambtseed dat hij in zijn privéauto in privétijd reed, waardoor hij geen mogelijkheid had om de auto aan de kant te zetten. De verbalisant verklaart dat hij na de overtreding de meldkamer heeft gebeld, alleen die had geen dienstvoertuig in de buurt rijden om het voertuig te stoppen. Aangezien de personenauto asociaal rijgedrag liet zien, ook na de overtredingen, heeft de verbalisant besloten de auto niet verder te gaan volgen.

Door de vertegenwoordigster is op de zitting aangegeven dat de boete technisch gezien wel aan betrokkene als bestuurder is opgelegd, maar via een omweg. Door de verbalisant is in het zaakoverzicht duidelijk toegelicht dat dat bij het natrekken van het kenteken, er een auto van het merk Mercedes in de kleur grijs uitkwam, dat overeenkwam met de auto van betrokkene. Daarnaast blijkt dat de verbalisant bij het navragen in het RDW register de tenaamgestelde van de auto zag en dat dit ook overeen kwam met het kenteken van de auto. De verbalisant verklaart dat hij via het register van de RDW betrokkene herkende als de bestuurder van de personenauto. Daarnaast blijkt uit het zaakoverzicht dat de verbalisant na het waarnemen van de gedraging, telefonisch contact heeft opgenomen met betrokkene. Uit het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 20 maart 2024 volgt dat indien de identiteit van de bestuurder niet aanstonds kan worden vastgesteld, de boete aan de kentekenhouder mag worden opgelegd. Het staat de verbalisant echter vrij om de identiteit van de bestuurder (na onderzoek) alsnog te trachten te achterhalen en de boete aan de bestuurder op te leggen. Gelet op vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de verbalisant op de juiste wijze heeft gehandeld en dat het verweer van gemachtigde niet slaagt.

Kan de verweten gedraging worden vastgesteld?

6. Ten aanzien van de verweten gedraging, overweegt de kantonrechter dat gemachtigde namens betrokkene geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd. De enkele stelling dat betrokkene de gedraging ontkent en dat hij bewijs wil zien, is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisant en de beschikbare gegevens. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de gedraging voldoende kan worden vastgesteld.

Is de redelijke termijn van berechting overschreden?

7. Wel heeft de vertegenwoordigster op de zitting terecht aangevoerd dat er sprake is van schending van de redelijke termijn van berechting. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak. De kantonrechter zal daarom de boete matigen met 25%. Dit maakt dat hij het boetebedrag zal wijzigen naar € 219,00 (inclusief administratiekosten).

Proceskostenvergoeding

8. Over de proceskostenvergoeding overweegt de kantonrechter dat de matiging van het boetebedrag uitsluitend haar grondslag vindt in de overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Dit betekent dat alleen de proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter kent betrokkene dan ook alleen een proceskostenvergoeding toe voor de fase van beroep bij de kantonrechter.

Ingevolge artikel 1, sub a, juncto artikel 2, eerste lid, sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft betrokkene aanspraak op vergoeding voor het indienen van een beroepschrift (één punt). De waarde per punt bedraagt sinds 1 januari 2025 voor het beroep € 907,00. De kantonrechter past, in lijn met het arrest van het hof van 2 oktober 2025 wegingsfactor 0,5 (licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe in de kantonfase toe.

De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, zeer licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding). Dit maakt een bedrag van € 113,38.

Met ingang van 1 januari 2024 is in de Wahv bepaald dat uitbetalingen vanwege een beslissing op het administratief beroep of een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de beschikking van de administratieve boete is opgelegd. Er is geen overgangsrecht van toepassing en deze vorderingen tot uitbetaling zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. Gelet op de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden is de kantonrechter niet bevoegd om te beslissen over de wijze van uitbetalen.

Conclusie

De kantonrechter:

- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 219,00 inclusief administratiekosten;- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;

- veroordeelt de officier van justitie in de kosten van de procedure, aan de zijde van de betrokkene vastgesteld op € 113,38.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?