ECLI:NL:RBNNE:2025:5799

ECLI:NL:RBNNE:2025:5799

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 11466595 BU VERZ 24-3101
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Geen sprake van schending van de hoorplicht en misbruik van recht. Snelheidsovertreding. De aanwezigheid van de A1-bebording blijkt uit schouwrapporten. Ook moet worden vastgesteld dat de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom. Uit de schouwrapporten volgt dat de handhavingslocatie zich ruim binnen de bebouwde kom bevindt. Dit is voldoende. Aan de aanwezigheid van het bord H1 komt geen doorslaggevende betekenis toe. Verder is het boetebedrag niet onevenredig. Het boetebedrag staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de verkeersovertreding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 260952501

zaaknummer: 11466595 BU VERZ 24-3101

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 oktober 2025

in de zaak van

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

gemachtigde: F.R. Eggink, Verbo Juridisch Advies.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 9 september 2023, om 09:32, op de Europaweg (ten hoogte van Sontplein) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 8 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P. Veenstra.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is en zal de boete matigen met 25%. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde voert aan dat sprake is van misbruik van recht doordat de CVOM niet voldoet aan mails en telefoontjes met betrekking tot het verzetten van de hoorzittingen.

Wat betreft de proceskosten voert gemachtigde aan dat hij recht heeft op de oude versie van de proceskostenvergoeding. Hij verwijst daarbij naar jurisprudentie. Wat betreft de verkeersovertreding voert gemachtigde aan dat betrokkene gewoon met het verkeer is meegereden. Er moet iets fout zijn gegaan met het uitmeten van de flitspaal. Gemachtigde stelt dat betrokkene zich niet kan heugen dat hij langs een H1 bord gereden is. De schouwrapporten in het dossier zijn ook niet correct, omdat deze zien op controle van een H1-bord. In het zaakoverzicht staat echter dat het om een A1 bord gaat. De controlerende en schouwende BOA stelt dat het om een H1 bord gaat, terwijl de uitlezende BOA stelt dat het om een A1 bord gaat. Als rijroute voert gemachtigde aan dat betrokkene vanaf Euroborg naar het UMCG is gereden. Verder doet gemachtigde beroep op het Rapport Boetestelsel in Balans van het OM en stelt hij dat de boetebedragen te hoog zijn.

4. De vertegenwoordiger stelt zich ter zitting op het standpunt dat kan worden vastgesteld dat de bebording ten tijde van de verkeersovertreding deugdelijk aanwezig was. In het dossier zijn schouwrapporten aanwezig waaruit blijkt dat de A1-bebording, die ter plekke van toepassing is, binnen zes maanden vóór en zes maanden na de verkeersovertreding is gecontroleerd. De vertegenwoordiger stelt dat de enkele stelling dat de meting niet juist is, onvoldoende is om te twijfelen aan de betrouwbaarheid hiervan. Wat betreft de hoorzitting stelt de vertegenwoordiger dat er geen sprake is van schending van de hoorplicht, nu geprobeerd is gemachtigde te bellen. Gemachtigde heeft enkel algemene verhinderdata gestuurd. Zij stelt dat gemachtigde, als hij niet kon verschijnen bij het hoorgesprek, op de uitnodiging had moeten reageren. Wat betreft de stelling van gemachtigde dat hij moet wachten op de aparte hoorgesprekken, stelt de vertegenwoordiger dat de bedoeling van het gesprek een dialoog is en dat de 10 minuten tussen de gesprekken nodig is voor de medewerker om de zaak te verwerken. Zij stelt dat er geen sprake is van misbruik van recht. Wat betreft de evenredigheid stelt de vertegenwoordiger dat de officier van justitie, anders dan in strafrechtelijke zaken, niet zelf een strafeis kan formuleren, maar alleen een boete kan matigen op grond van bijzondere omstandigheden. Zij stelt dat van deze omstandigheden geen sprake is. De vertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter wel om de boete te matigen met 25% en een proceskostenvergoeding toe te kennen in de kantonfase, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn.

Overwegingen

5. Gemachtigde stelt dat sprake is van een schending van de hoorplicht en misbruik van recht. De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger en is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Gemachtigde heeft niet aangegeven verhinderd te zijn, maar enkel algemene verhinderdata toegezonden die geen betrekking hebben op deze zaak. Er is geprobeerd om gemachtigde telefonisch te bereiken. Indien hij niet kon verschijnen, had het op zijn weg gelegen om op de uitnodiging te reageren. Daarnaast volgt de kantonrechter het standpunt van de vertegenwoordiger dat de opzet van het hoorgesprek een dialoog betreft en dat de tussenliggende tien minuten noodzakelijk zijn voor de medewerker om de zaak te verwerken. Dit verweer van gemachtigde slaagt aldus niet.

6. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de verkeersovertreding is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.

Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, blijkt dat de snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. De gemeten (afgelezen) snelheid is 65 km per uur, de werkelijke (gecorrigeerde) snelheid is 62 km per uur en de toegestane snelheid was 50 km per uur. Dit maakt een overschrijding van de maximumsnelheid van 12 km per uur.

Allereerst overweegt de kantonrechter dat de enkele – niet onderbouwde – stelling van gemachtigde dat er iets fout is gegaan met het uitmeten van de flitspaal, omdat betrokkene gewoon met het verkeer heeft meegereden, onvoldoende is om te twijfelen aan de beschikbare gegevens.

Gemachtigde stelt dat de schouwrapporten onjuist zijn, omdat het schouwrapport ziet op de controle van het H1-bord. Dit verweer volgt de kantonrechter niet. In het dossier bevinden zich twee processen-verbaal van schouw digitale flitspaal van 22 juli 2023 en 14 oktober 2023. Onder ‘handhavingsborden’ noemt de ambtenaar dat het A1-bord van toepassing is. Dat de ambtenaar controle van H1 bebording noemt, betekent niet dat enkel hierop gecontroleerd is. Om de verkeersovertreding te kunnen vaststellen, dient immers ook te kunnen worden vastgesteld dat de verkeersovertreding heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom, omdat deze feitcode en (omschrijving van de) verkeersovertreding slechts ziet op overschrijding van de maximumsnelheid (bord A1) binnen de bebouwde kom. Overschrijding van de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom (bord A1) betreft een andere feitcode en (omschrijving van de) verkeersovertreding.

Daarnaast betwist gemachtigde de aanwezigheid van H1-bebording. In het zaakoverzicht is vermeld dat de verkeersovertreding plaatsvond binnen de bebouwde kom. Ook in de processen-verbaal van schouw digitale flitspaal van 22 juli 2023 en 14 oktober 2023 die zich in het dossier bevinden is aangegeven dat de handhavingslocatie zich ruim binnen de bebouwde kom bevindt. Hieruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat de verkeersovertreding is geconstateerd binnen de bebouwde kom. Aan (de al dan niet aanwezigheid van) het bord H1 komt bij het vaststellen van deze verkeersovertreding geen doorslaggevende betekenis toe. Deze beroepsgrond treft daarom geen doel. Bovendien is de door gemachtigde opgegeven rijroute geheel binnen de bebouwde kom. Hierdoor zou ook de noodzaak tot het vaststellen van deze bebording ontbreken.

7. In de beroepsgronden van gemachtigde ziet de kantonrechter ook onvoldoende aanleiding om de boete te matigen. Gemachtigde stelt dat de boetebedragen te hoog zijn. Voor zover gemachtigde met dit verweer bedoelt dat het bedrag van de sanctie voor deze verkeersovertreding niet evenredig is, overweegt de kantonrechter als volgt. In een recent arrest oordeelt het hof dat het evenredigheidsbeginsel meebrengt dat bij de bepaling van de hoogte van de boete uitgangspunt is dat deze in redelijke verhouding staat tot de aard en de ernst van de gedraging. Hierbij is het doel van de sanctie het sanctioneren van strafwaardig gedrag en het dienen van de belangen waartoe de in artikel 2, eerste lid, van de Wahv genoemde regelgeving strekt, zoals de belangen genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet. Naar het oordeel van de kantonrechter is een sanctiebedrag van € 129,00 voor het als bestuurder 12 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom niet onevenredig. Het boetebedrag staat in redelijke verhouding tot de aard en de ernst van de verkeersovertreding. De veiligheid van het verkeer wordt met het verrichten van deze verkeersovertreding rechtstreeks in gevaar gebracht. Daarnaast volgt de kantonrechter het standpunt van de vertegenwoordiger dat, anders dan in strafrechtelijke zaken, de CVOM niet zelf een strafeis kan formuleren, maar slechts de opgelegde boete kan matigen indien sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit verweer van gemachtigde slaagt aldus niet.

8. De kantonrechter zal de boete wel matigen met 25% tot € 99,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.

9. Omdat de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond zal verklaren in verband met de schending van de redelijke termijn, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00.

Nu het beroep enkel gegrond wordt verklaard wegens de schending van de redelijke termijn van berechting, is de kantonrechter van oordeel dat – anders dan voorheen – de wegingsfactor 0,25 dient te worden toegepast. Hierbij zoekt hij aansluiting bij de meervoudige uitspraak van de rechtbank Gelderland van 25 april 2025, waarin een nieuwe lijn is geïntroduceerd bij proceskosten die worden toegekend voor het overschrijden van de redelijke termijn van berechting. Daarbij heeft de rechtbank Gelderland overwogen dat de Hoge Raad deze wegingsfactor als uitgangspunt hanteert.

Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv. De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,25 (wegingsfactor, zeer licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 56,69. De kantonrechter zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 56,69.

Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn/haar beslissing een oordeel te geven.

Conclusie

De kantonrechter:

Waarvan proces-verbaal,

mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?