RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262409225
zaaknummer: 11466577 BU VERZ 24-3098
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 8 oktober 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: I.N.D.J. Rissema, Bezwaartegenverkeersboetes.nl/Fixiq Legal.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan’, verricht op 18 november 2023, om 17:10, op de Weg Der Verenigde Naties (N7) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 8 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. P. Veenstra.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat de gedraging op basis van het zaakoverzicht niet kan worden vastgesteld. Hij verwijst naar de verklaring van de verbalisant. Op de dashcambeelden is te zien dat het verkeerslicht rood is en de rechterrijstrook naast de verbalisant leeg is. Gemachtigde stelt dat betrokkene van rijbaan is gewisseld omdat hij de afslag naar rechts moest hebben en dat hij hierbij tijdig richting heeft aangegeven. Daarom lag het op de weg van de verbalisant om te verplaatsen naar de vrije rechterrijstrook en betrokkene ruimte te geven. De verbalisant verklaart dat hij stevig moest remmen voor betrokkene, maar de verbalisant had op dat punt al moeten remmen voor het rode stoplicht. Daarnaast wijst gemachtigde op de snelheden van de dashcambeelden. De snelheid van de verbalisant is gestegen. Op de eerste foto was er voor betrokkene voldoende ruimte om voor de verbalisant in te voegen. Dat de verbalisant vervolgens gas bij geeft, kan niet voor rekening van betrokkene komen. Wat betreft de proceskostenvergoeding verzoekt gemachtigde de kantonrechter om dit bedrag op rekening van Fixiq Legal te storten.
4. De vertegenwoordiger stelt ter zitting dat uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat betrokkene op de rijstrook voor rechtdoor reed. Voor het kruispunt begon betrokkene te remmen. De verbalisant moest stevig remmen om een aanrijding te voorkomen. De vertegenwoordiger stelt dat de gedraging kan worden vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht. Op de foto in het dossier is te zien dat het voertuig van betrokkene naar de rijbaan van de verbalisant bewoog. De vertegenwoordiger stelt dat er geen redenen zijn om de boete te matigen en verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. In Wahv-zaken biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de verkeersovertreding is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant, zag dat een personenauto over de rijstrook voor recht doorgaand verkeer reed terwijl ik 1 rijstrook er naast reed om rechtsaf te slaan richting Drachten. Terwijl ik de kruising met verkeerslichten naderde zag ik ineens de personenauto remmen door zijn verlichting achter en naar rechts komen. Ik kreeg hierdoor geen vrije doorgang en moest stevig remmen op het natte wegdek om een aanrijding te voorkomen. Zie foto dashcam.” De verbalisant heeft als bijlagen foto’s van de dashcam bijgevoegd.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. De stelling van gemachtigde dat er genoeg ruimte was om in te voegen, leidt niet tot twijfel aan de juistheid van de verklaring van de verbalisant. Dat de verbalisant stevig moest remmen omdat het voertuig van betrokkene naar zijn rijbaan bewoog, blijkt naar oordeel van de kantonrechter ook uit de tweede foto in het dossier. Nu de verbalisant moest remmen om het voertuig van betrokkene niet te raken, kon de verbalisant zijn weg niet ongehinderd vervolgen en heeft betrokkene de verbalisant aldus niet laten voorgaan. Dat de verbalisant nog de mogelijkheid had om een rijbaan op te schuiven, maakt dit niet anders. Bepalend is of betrokkene van rijbaan is gewisseld zonder het andere verkeer voor te laten gaan. Betrokkene verplaatste zich met een geringe snelheid en is van rijbaan gewisseld, waardoor de verbalisant stevig moest remmen. Die constatering is voldoende. Betrokkene had rekening moeten houden met de verbalisant en hem voor moeten laten gaan. De boete is terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in de beroepsgronden van gemachtigde ook geen aanleiding om de boete te wijzigen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.