RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262488046
zaaknummer: 11596441 BU VERZ 25-533
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van
Axus Nederland B.V. (hierna: betrokkene),
gevestigd in Hoofddorp,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen’, verricht op 10 november 2023, om 10:54 uur, op de Dracht in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R. van der Velde.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. De bestuurder heeft aangevoerd dat hij een vrijstelling heeft voor C1-bebording. Hij stelt dat hij een ontheffing heeft met nummer [nummer] , kaartnummer [nummer] . Daarnaast stelt de bestuurder dat er een vrachtwagen bij de afrit van de rotonde stond, waardoor hij een gevaarlijke situatie zou creëren door meteen om te draaien. Bovendien was dit door die vrachtwagen nagenoeg onmogelijk. Gemachtigde heeft nog een verklaring van de bestuurder bijgevoegd. Hierin verklaart hij dat op de foto’s in het dossier zichtbaar is dat hij aan het keren is. Ook is het witte busje dat hij had vermeld zichtbaar. De bestuurder stelt dat hij het bord niet zag door dit busje. Door het busje kon hij ook niet op dat punt omkeren. Gemachtigde verzoekt de kantonrechter de boete te matigen tot nihil en verwijst daarbij naar een zaak van de rechtbank Midden-Nederland. Verder voert hij ook aan dat de bestuurder in het bezit was van een ontheffing van het Reglement Verkeerstekens en Verkeersregels 1990 in het kader van zijn werkzaamheden. Deze was zichtbaar achter de voorruit geplaatst. Hiertoe heeft gemachtigde bijlagen bijgevoegd.
4. De vertegenwoordigster noemt ter zitting dat zij uit de ontheffing niet kon opmaken of deze betrekking had op betrokkene. Zij mist verder een link tussen de werkbon en de ontheffing. Ook ontbreekt een werkgeversverklaring waaruit blijkt dat betrokkene in opdracht ter plekke moest zijn en gebruik mocht maken van deze ontheffing met dit kenteken. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. De verkeersovertreding wordt betwist, in die zin dat de bestuurder stelt dat hij in bezit was van een ontheffing. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
Uit de verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, blijkt onder andere dat de overtreding geautomatiseerd geconstateerd is en op een digitale foto is vastgelegd door een camera die na de C1-bebording is geplaatst. De foto is genomen na het passeren van het bord C1. De verbalisant heeft een foto van de verkeersovertreding bijgevoegd.
Gemachtigde heeft een ontheffing op grond van artikel 147 van de Wegenverkeerswet 1994 overgelegd. Deze vrijstelling geldt onder andere inderdaad voor C1-bebording. Uit de ontheffing blijkt echter dat van deze beschikking alleen gebruik gemaakt mag worden voor zover dit voor de onmiddellijke uitvoering van de genoemde werkzaamheden noodzakelijk is, dus als de werkzaamheden zonder gebruikmaking van de beschikking redelijkerwijs niet kunnen worden uitgevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is begaan. Betrokkene voert aan dat hij aan het keren was. Dit strookt om te beginnen niet met het verweer dat betrokkene een ontheffing had. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat er uit het dossier geen link tussen de overgelegde ontheffing en werkbon valt op te maken. Hieruit is niet duidelijk geworden wie de werkgever van betrokkene is. Ook volgt uit de ontheffing dat sprake moet zijn van een herkenbaar voertuig, terwijl op de foto in het dossier een gewone personenauto zichtbaar is. In de beroepsgronden ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.