RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266704827
zaaknummer: 11621677 BU VERZ 25-698
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van
[betrokkene] B.V. (hierna: betrokkene),
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 17 mei 2024, om 16:08 uur, op het [adres] in Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R. van der Velde.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert dat zij een grote hoeveelheid boetes heeft ontvangen. Gemachtigde (de bestuurder) rijdt al jaren door deze straat en parkeert op zijn eigen terrein of dat van de buurman. Hij voert aan dat hij de huurder is van het pand aan het [adres] . Hij heeft daarom een ontheffing voor de geslotenverklaring. Om dit aan te tonen heeft hij de huurovereenkomst en een foto van de bebording overgelegd.
4. De vertegenwoordigster stelt dat zij naar de andere boetes van dit kenteken heeft gezocht. Er zijn inderdaad wel boetes vernietigd, maar in die zaken is geen foto van de verkeersovertreding zichtbaar. Daardoor kan zij niet vaststellen of het voertuig van betrokkene in die gevallen binnen of buiten de paaltjes stond. Gelet op het dossier en de bebording en situatie ter plekke stelt de vertegenwoordigster zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Uit het dossier blijkt dat betrokkene niet onder de uitzondering op het onderbord viel, nu alleen het terrein van huisnummer [nummer] van de geslotenverklaring is uitgezonderd.
Overwegingen
5. Betrokkene voert aan dat zij onder de uitzondering op het onderbord (“M.u.v. eigen terrein [adres] ”) valt. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Ik zag toen dat daar het voertuig met het kenteken [kenteken] geparkeerd stond op het Van Harenspad. Ik zag dat het bord C1 aanwezig was. Ik zag dat achter het raam of op het dashboard geen ontheffing aanwezig was. Ik heb op kenteken geschreven omdat de bestuurder van het voertuig niet aanwezig was.” In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat het voertuig geen ontheffing had om ter plekke te parkeren. Hij verklaart dat op het onderbord van het C1-bord de volgende tekst staat: “M.u.v. eigen terrein [adres]”. De verbalisant verklaart dat voertuigen echter binnen de paaltjes van nummer [nummer] moeten parkeren. Hij zag dat het voertuig van betrokkene buiten die paaltjes stond geparkeerd.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. De feitelijke situatie is zo dat het bedrijf van betrokkene het perceel [adres] huurt. En het klopt dat het bord een uitzondering maakt voor het gebruiken van het pand nummer [nummer] . De verbalisant heeft echter gezien dat de auto niet binnen de paaltjes van nummer [nummer] stond. Gemachtigde zegt ook dat hij wel ook op het terrein van de buurman parkeert. Uit niets blijkt echter dat hij dat wel mocht op basis van de uitzondering en dit is hij ook niet uit komen leggen. Het lijkt er verder op dat hij inderdaad op het terrein van de buurman stond. Maar dan heeft hij dus niet voldaan aan de uitzondering, omdat hij niet geparkeerd stond op het eigen terrein van het [adres] . De kantonrechter ziet in het door betrokkene gevoerde verweer ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.