RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266959681
zaaknummer: 11605563 BU VERZ 25-605
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 19 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
destijds wonende in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. M.J.M. Bergers, Boete.nu.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden’. Volgens een registercontrole van de RDW te Veendam zou deze gedraging op 6 mei 2024 zijn verricht met een snorfiets met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde heeft namens betrokkene tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 19 november 2025 op de zitting behandeld. De vertegenwoordiger van de officier van justitie was niet aanwezig en heeft geen schriftelijk standpunt overgelegd. Betrokkene en zijn gemachtigde waren ook niet aanwezig.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde heeft aangevoerd dat de boete in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, nu betrokkene is geëmigreerd naar Canada in december 2023. Daarbij heeft zij alle verzekeringen opgezegd, inclusief de verzekering van de speed pedelec met het kenteken [kenteken] . Toen het huis in december opgeleverd moest worden, heeft de vader van betrokkene de gedemonteerde meegekomen naar zijn huis en deze staat nu (nog immer gedemonteerd) in zijn schuur.
Overwegingen
De gedraging
4. Omdat gemachtigde namens betrokkene de gedraging niet betwist, kan die worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 30 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekeringen Motorrijtuigen (WAM) degene aan wie een kenteken is opgegeven een verzekering voor het voertuig dient af te sluiten, tenzij de plicht tot verzekeren niet op hem rust. Ingevolge artikel 2, derde lid, van de WAM bestaat de plicht niet indien het voertuig op de in dat artikel genoemde wijze buiten gebruik is gesteld en geschorst. De gevolgen van het niet afsluiten of in stand houden van een verzekering komen dan ook voor rekening en risico van betrokkene. De in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen als bedoeld in artikel 2 van de Wahv brengt voorts mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde boete en dat slechts bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven om van het voor elke gedraging vastgestelde tarief af te wijken.
In hetgeen door gemachtigde namens betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding de boete te matigen. Alhoewel betrokkene het voertuig had moeten schorsen om het voertuig uit de verzekering te kunnen halen en hiermee gevrijwaard zou zijn van alle verplichtingen, overweegt de kantonrechter dat voldoende is aangetoond dat het gedemonteerde voertuig niet aan het verkeer heeft of kan hebben deelgenomen. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene na het ontvangen van de boete meteen contact heeft opgenomen met de RDW en dat hij begrijpt dat de schorsing vanwege de hectiek van de verhuizing naar het buitenland erbij in is geschoten. Gelet op vorenstaande omstandigheden matigt de kantonrechter de boete met de helft, waardoor de boete gewijzigd zal worden naar € 234,00 inclusief administratiekosten.
Proceskostenvergoeding
5. Nu het bedrag van de boete wordt gematigd, komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. De ambtenaar kan het bedrag van de boete niet matigen in verband met de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht of de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, zodat niet sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Dit brengt mee dat de proceskosten gemaakt in de fase van het administratief beroep niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Ingevolge artikel 1, sub a, juncto artikel 2, lid 1, sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) heeft gemachtigde aanspraak op vergoeding voor het indienen een beroepschrift (één punt). De waarde per punt bedraagt sinds 1 januari 2025 voor het beroep € 907,-. Omdat de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv toe in de kantonfase.
De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding). Dit maakt een bedrag van € 113,38.
Met ingang van 1 januari 2024 is in de Wahv bepaald dat uitbetalingen vanwege een beslissing op het administratief beroep of een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de beschikking van de administratieve boete is opgelegd. Er is geen overgangsrecht van toepassing en deze vorderingen tot uitbetaling zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. Gelet op de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden is de kantonrechter niet bevoegd om te beslissen over de wijze van uitbetalen.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 234,00 inclusief administratiekosten;- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de kosten van de procedure, aan de zijde van de betrokkene vastgesteld op € 113,38.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.