RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262201731
zaaknummer: 11388561 BU VERZ 24-2636
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 oktober 2025
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren’, verricht op 6 november 2023, om 17:00 uur, te RDW Veendam, geconstateerd middels een registercontrole, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat de officier van justitie onvoldoende naar de feiten en omstandigheden heeft gekeken. De officier stelt dat zij haar auto had moeten laten schorsen als zij geen gebruik maakte van de openbare weg, maar betrokkene vindt deze beslissing niet stroken met haar verklaring waarom de auto zich niet op de openbare weg bevond. Dit was omdat er een langdurig reparatie plaats moest vinden. Als zij had geweten dat de reparatie van de auto meer dan twee maanden in beslag zou nemen, had betrokkene haar kenteken wel geschorst. Zij en de garagehouder hadden dit echter onmogelijk van te voren kunnen voorzien.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd het standpunt van de officier van justitie te willen handhaven en heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag, of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 72, tweede lid onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Dit artikel bepaalt dat de eigenaar of houder van het motorrijtuig of een aanhangwagen aansprakelijk is indien het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren. Wanneer de eigenaar of houder door omstandigheden niet in staat is het voertuig te laten keuren, bestaat er de mogelijkheid het voertuig te schorsen waardoor het voertuig onder andere niet APK-gekeurd hoeft te worden. Betrokkene had daarom in dit geval haar voertuig moeten schorsen om onderhavige boete te voorkomen. Dat zij de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, treft geen doel. De vaststelling van een Muldergedraging is niet afhankelijk gesteld van opzet.
Ondanks vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de boete gematigd dient te worden tot € 50,00 exclusief administratiekosten. Hiertoe overweegt hij dat betrokkene voor 4 september 2023, een afspraak bij de garage had gemaakt voor een Apk-keuring, maar dat de auto van 1 september tot 10 november 2023 in reparatie is geweest, omdat er een lastig probleem was opgetreden. Dit is door betrokkene onderbouwd aan de hand van een verklaring van de garagehouder. Deze reparatie was prijzig. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto ten tijde van de reparatie niet de openbare weg op is geweest en dat de auto onmiddellijk na de reparatie op 9 november 2023, te weten drie dagen na de registercontrole, is gekeurd.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; - vernietigt die beslissing;- wijzigt de inleidende beschikking in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 59,00 inclusief administratiekosten;- bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. F. Sijens, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.