RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 261678785
zaaknummer: 11670428 BU VERZ 25-868
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 14 oktober 2023, om 10:48 uur, op de Rijksweg (A7) in Drachten, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 389,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat hij zijn telefoon in de houder had. Betrokkene drukte zijn Bluetooth-oordopje tegen zijn oor om het gesprek beter te kunnen horen. Hij is beroepschauffeur en weet dat hij geen telefoon vast mag houden tijdens het rijden. Hij heeft daarom middelen om dit op een legale manier te doen. Daarnaast zat de agent ongeveer twee tot tweeënhalve meter lager dan betrokkene. Daarom moest de agent met zijn hoofd over de bijrijdersstoel heen hangen om zijn auto in te kijken. Betrokkene heeft de agent ook gezien en wist op dat moment dat hij niks verkeerds aan het doen was. Toen de agent hem stopte had hij nog steeds het oordopje in zijn oor en de telefoon in de houder. Verder voert betrokkene aan dat op zijn jas reflecterende strepen en mankeringen zitten, die de agent mogelijk heeft aangezien voor een telefoon.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
4. De gronden slagen. Gelet op het consistente verweer van betrokkene, dat gedurende de hele procedure is gevoerd, is bij de kantonrechter twijfel ontstaan of betrokkene de gedraging daadwerkelijk heeft verricht. Uit de door betrokkene aangeleverde foto blijkt bovendien dat de jas van betrokkene een zwarte, langwerpige kraag heeft. Dit stemt overeen met de verklaring van de verbalisant. Die heeft het namelijk over een “zwart langwerpig voorwerp”. De kantonrechter acht aannemelijk dat de verbalisant zich heeft vergist. Om die reden, en gelet op het tijdsverloop, ziet de kantonrechter geen aanleiding om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld.
Conclusie
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.