RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264016033
zaaknummer: 11567752 BU VERZ 25-421
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 26 november 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 18 januari 2024, om 21:39 uur, op de Trompsingel in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 26 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat uit het proces-verbaal blijkt dat de verbalisant ervan uitging dat het voertuig zich voor een woning bevond. Gelet op de foto’s van de pleeglocatie kan dit overduidelijk niet het geval zijn. Dit had reden moet zijn voor de officier van justitie om aan de bekwaamheid van de verbalisant te twijfelen.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Zij heeft met de gemeente gebeld en gevraagd voor welk gebied de ontheffing geldt. De ontheffing geldt voor de binnenstad van Groningen. De binnenstad bevindt zich binnen de grachten. Betrokkene bevond zich buiten de binnenstad. De ontheffing was daarom niet van toepassing.
Overwegingen
4. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de ambtsedige verklaring van de verbalisant en de gegevens in het zaakoverzicht. Uit de foto’s blijkt dat betrokkene op het trottoir staat, voor het gebouw van Kunstpunt in Groningen. Niet is gebleken dat betrokkene een ontheffing had om hier op de stoep te staan. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.