RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264973943
zaaknummer: 11637289 BU VERZ 25-771
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: mr. E. Özkan, MREO).
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 20 maart 2024, om 13:16 uur, op de Fraamklapsterweg in Middelstum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat de beschikking niet deugdelijk is gemotiveerd, omdat de aanvullende verklaring van de verbalisant niet is ingebracht. Daarnaast had betrokkene een chocoladereep vast en dus geen mobiele telefoon. Ook had de verbalisant een reële mogelijkheid tot staandehouding. De verbalisant had bijvoorbeeld een handgebaar kunnen geven. Betrokkene heeft de verbalisant gezien en had dus kunnen stoppen. Verder heeft de verbalisant niet opgeschreven wat de kenmerken en eigenschappen van het toestel waren. Bovendien heeft de verbalisant niet helder uiteengezet onder welke omstandigheden hij de gedraging heeft waargenomen. Vervolgens voert de gemachtigde aan dat de verhoging van 10% per 1 maart 2024 niet rechtmatig is. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep gegrond moet worden verklaard. Betrokkene is ten onrechte niet staande gehouden.
Overwegingen
4. De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete ten onrechte is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het zaakoverzicht dat betrokkene niet is staande gehouden, omdat zij het verkeer aan het regelen was in verband met een ongeval. Gelet op het verhaal van gemachtigde is in dit geval onvoldoende gebleken dat de verbalisant geen reële mogelijkheid had om betrokkene staande te houden.
5. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal anderhalve punt toekennen met een waarde van € 647,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van een telefonische hoorzitting. Daarnaast zal hij één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen.
De berekening is als volgt: 1,5 (procespunt) x € 647,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 234,69. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 234,69.
Conclusie
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.