ECLI:NL:RBNNE:2025:5841

ECLI:NL:RBNNE:2025:5841

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 11637325 BU VERZ 25-774
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Wahv. Uit de inleidende beschikking volgt dat de gedraging zou zijn verricht in ’t Waar, Gemeente Oldambt. Omdat ’t Waar is gelegen in de provincie Groningen, is de kantonrechter te Groningen bevoegd om van de zaak kennis te nemen. De kantonrechter zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 263951355

zaaknummer: 11637325 BU VERZ 25-774

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 december 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 7 januari 2024, om 14:24 uur, op [adres] in ‘t Waar, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Kalsbeek.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat artikel 5 van de Wahv is geschonden, omdat de verbalisant niet heeft aangegeven waarom hij van een staandehouding heeft afgezien. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.

3. De vertegenwoordigster stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om de zaak te behandelen.

Overwegingen

4. De kantonrechter ziet aanleiding om de zaak inhoudelijk te behandelen en acht zichzelf relatief bevoegd. Uit het dossier blijkt dat de vertegenwoordigster, voorafgaand aan het ter kennis brengen van het beroepschrift en de bijbehorende stukken bij de rechtbank Noord-Nederland, geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de pleeglocatie te wijzigen. Uit de inleidende beschikking volgt dat de gedraging zou zijn verricht in ’t Waar, Gemeente Oldambt. Omdat ’t Waar is gelegen in de provincie Groningen, is de kantonrechter te Groningen bevoegd om van de zaak kennis te nemen. De kantonrechter zal het beroep daarom inhoudelijk behandelen.

5. Vervolgens ziet de kantonrechter aanleiding om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Volgens het zaakoverzicht is de gedraging verricht op [adres] in ’t Waar. [adres] ligt echter niet in ’t Waar, maar in Amsterdam. De gedraging kan daarom niet worden vastgesteld. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren.

6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal twee punten toekennen met een waarde van € 647,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van een fysieke hoorzitting. Daarnaast zal hij één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat zowel de inleidende beschikking als de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op beide fasen.

7. De berekening is als volgt: 2 (procespunten) x € 647,00 (tarief) + 1 (procespunt) x € 907,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 275,13. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 275,13.

Conclusie

De kantonrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.

griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?