RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 259234967
zaaknummer: 11466587 BU VERZ 24-3100
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 augustus 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R326 – ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 7 juli 2023, om 22:27 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep behandeld op de zitting van 15 augustus 2025. Daarbij was betrokkene niet aanwezig. De vertegenwoordigster van de officier van justitie is niet verschenen, haar haar standpunten zijn per e-mail aangeleverd.
Na sluiting van het onderzoek heeft de kantonrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
Standpunten
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
3. Betrokkene stelt dat hij zich per abuis op de rijbaan voor rechtsaf bevond. Om op de rijbaan voor rechtdoor te komen, heeft hij rechts ingehaald. Hij stelt dat hij geen verkeersovertreding heeft begaan omdat hij zich rechts van een blokmarkering bevond. Betrokkene voert aan dat rechts inhalen in dat geval volgens artikel 11, vierde lid, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV1990) is toegestaan.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep inhoudelijk ongegrond is, maar dat de redelijke termijn is geschonden.
Overwegingen
5. De verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht is in beginsel voldoende om de verkeersovertreding vast te stellen. Dat is anders wanneer de betrokkene feiten en omstandigheden aanvoert die leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
De verbalisant heeft in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal verklaard dat betrokkene achter zijn voorligger reed, naar rechts ging, over de blokmarkering inhaalde en weer naar links ging.
Daarmee heeft betrokkene rechts ingehaald waar dat niet mocht. Met rechts inhalen als in artikel 11, vierde lid, van het RVV 1990 wordt bedoeld het rechts voorbijgaan, niet het voorbijgaan en weer naar links gaan. Rechts inhalen mag alleen als de rijrichting aan de rechterzijde van de blokmarkering wordt gevolgd, bijvoorbeeld bij uitvoegen of het nemen van een afslag.
De kantonrechter overweegt ook dat de verklaring bij de staandehouding niet strookt met het beroepschrift van betrokkene. Bij de staandehouding heeft betrokkene namelijk verklaard dat hij rechts inhaalde omdat zijn voorligger langzaam reed.
Gelet op het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat betrokkene een verkeersovertreding heeft begaan.
6. De kantonrechter zal de boete matigen met 25% tot € 219,00 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.