RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/17/22/133 R
vonnis d.d. 17 december 2025
in de schuldsaneringsregeling van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
,
hierna te noemen: [schuldenaar] .
1. De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 29 november 2022 is ten aanzien van [schuldenaar] de schuldsaneringsregeling (wsnp) uitgesproken.
Op 22 mei 2025 heeft een verhoor plaatsgevonden ten overstaan van de rechter-commissaris.
Bij beschikking van 10 juli 2025 is de Wsnp voor de duur van vijf maanden verlengd.
De bewindvoerder heeft op 4 september 2025 verslag uitgebracht over het verloop van de Wsnp.
De rechter-commissaris heeft op 1 oktober 2025 de rechtbank voorgedragen om de Wsnp te beëindigen.
Deze voordracht is behandeld op de zitting van 10 december 2025, alwaar de bewindvoerder en [schuldenaar] , vergezeld van [beschermingsbewindvoerder] , beschermingsbewindvoerder, zijn verschenen.
2. De beoordeling
De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of [schuldenaar] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de Wsnp en of op die grond de regeling tussentijds dient te worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en hetgeen op de zitting is besproken, is het navolgende gebleken.
Informatieverplichting
Uit het verslag van de bewindvoerder en hetgeen op de zitting is besproken, blijkt dat [schuldenaar] de informatieverplichting gedurende langere tijd niet naar behoren is nagekomen. Met name heeft de bewindvoerder naar aanleiding van de bankafschriften van [schuldenaar] om informatie verzocht over een mogelijke gokverslaving. [schuldenaar] heeft hierop niet afdoende gereageerd. In april 2025 heeft de bewindvoerder daarom om een verhoor verzocht bij de rechter-commissaris. Tijdens het verhoor zijn afspraken met [schuldenaar] gemaakt, maar ook na het verhoor is [schuldenaar] de informatieverplichting richting de bewindvoerder onvoldoende nagekomen.
Sollicitatieverplichting
[schuldenaar] heeft een sollicitatieverplichting gedurende de schuldsaneringsregeling. Ook het niet voldoen aan de sollicitatieverplichting is tijdens het verhoor aan de orde gekomen. Nadien heeft [schuldenaar] echter niet aan de regels die gelden voor de sollicitatieverplichting voldaan.
Standpunt [schuldenaar]
[schuldenaar] heeft op de zitting verklaard dat het doorlopen van de Wsnp hem zwaar valt. [schuldenaar] kampt met psychische problemen die leiden tot verslavingsgedrag. Om zijn verslaving onder controle te krijgen, heeft [schuldenaar] zich aangemeld voor psychische hulp bij GGZ. Vanwege een wachttijd, is nog geen behandeling gestart. Zijn psychische problematiek maakt dat hij het moeilijk vindt om de informatie- en sollicitatieverplichting na te komen.
Verdere beoordeling
[schuldenaar] heeft een forse schuldenlast. De Wsnp biedt hem de mogelijkheid om ten aanzien van deze schuldenlast na drie jaar (bij een Wsnp gestart voor 1 juli 2023) een schone lei te krijgen. Daar staat tegenover dat, gedurende de schuldsaneringsregeling, aan een aantal verplichtingen moet worden voldaan. Omdat de schulden aan het einde van de regeling niet meer opeisbaar zijn, mogen de na te leven verplichtingen niet lichtvaardig worden opgevat. Zo heeft [schuldenaar] de verplichting om de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren en is er een sollicitatieplicht. Bij het naleven van deze verplichtingen wordt van [schuldenaar] een actieve houding verwacht. De rechtbank is van oordeel dat [schuldenaar] tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank stelt vast dat [schuldenaar] zich niet heeft gehouden aan zijn sollicitatie-en informatieverplichting. Ondanks de aanwijzingen die de rechter-commissaris heeft gegeven tijdens het verhoor en de verlenging van de Wsnp vanwege het al eerder niet voldoen aan de sollicitatieverplichting, heeft [schuldenaar] daarin geen verbetering laten zien. Van omstandigheden die belemmeren dat [schuldenaar] gaat werken, is niet gebleken. Gelet op hetgeen op de zitting is besproken acht de rechtbank het niet onaannemelijk dat het niet voldoen aan de sollicitatieverplichting wordt veroorzaakt door psychische problematiek aan de zijde van [schuldenaar] . Daarmee vormen deze psychische klachten een belemmering voor [schuldenaar] om de Wsnp succesvol te doorlopen. Uit de stukken en hetgeen de bewindvoerder naar voren heeft gebracht, is de rechtbank gebleken dat deze problematiek al vaker aan de orde is geweest, al dan niet in combinatie met een vermeende verslaving, en dat hierover aan [schuldenaar] op diverse manieren advies is gegeven, maar dat aan dit advies door [schuldenaar] geen of onvoldoende gevolg is gegeven. Momenteel staat [schuldenaar] op een wachtlijst voor een behandeling. Nu hij daarom op dit moment nog geen adequate hulp heeft gekregen en de verplichtingen uit de Wsnp hem zwaar vallen, is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de Wsnp niet succesvol zal zijn. De toepassing van de Wsnp zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet (Fw).
Op grond van artikel 350, lid 5 Fw verkeert [schuldenaar] van rechtswege in staat van faillissement, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
BESLISSING
De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- verstaat dat, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, [schuldenaar] in staat van faillissement verkeert;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. H.J. Idzenga en stelt tot curator aan mr. J.M. van Rongen, gevestigd te Heerenveen, met het correspondentieadres [adres] , tel.nr. [telefoonnummer] ;
- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 3.853,68 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- geeft last aan de voornoemde curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven.
Gewezen door mr. T.P. Hoekstra, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.