RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/24/283 R
nummer verklaring:
vonnis d.d. 17 december 2025
in de schuldsaneringsregeling van:
[schuldenaar] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres]
,
hierna te noemen: [schuldenaar] .
1. De procedure
Bij vonnis van deze rechtbank van 21 augustus 2024 is ten aanzien van [schuldenaar] de schuldsaneringsregeling (Wsnp) uitgesproken.
Op 30 juli 2025 heeft een verhoor plaatsgevonden ten overstaan van de rechter-commissaris.
Bij beschikking van 3 augustus 2025 is de Wsnp met de duur van drie maanden verlengd.
De bewindvoerder heeft op 31 oktober 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de Wsnp.
De rechter-commissaris heeft op 6 november 2025 de rechtbank voorgedragen om de Wsnp te beëindigen.
Deze voordracht is behandeld ter zitting van 10 december 2025, alwaar de bewindvoerder en [schuldenaar] , vergezeld van [beschermingsbewindvoerder] , zijn beschermingsbewindvoerder, en zijn moeder en broer zijn verschenen.
2. De beoordeling
De rechtbank moet in deze procedure beoordelen of [schuldenaar] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de Wsnp en of op die grond de regeling tussentijds dient te worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en hetgeen op de zitting is besproken, is het navolgende gebleken.
Informatieverplichting
Uit de stukken blijkt dat [schuldenaar] de informatieverplichting niet naar behoren is nagekomen. Naar aanleiding van de via de postblokkade ontvangen bevestiging van aanmelding bij Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN) heeft de bewindvoerder [schuldenaar] verzocht om informatie hierover. Hier heeft [schuldenaar] niet op gereageerd. Dit was mede aanleiding voor het verhoor eind juli 2025 en dit is toen besproken. [schuldenaar] heeft toen verklaard dat geen sprake was van een verslaving, maar dat behandeling via VNN nodig was om een onderzoek te kunnen doen naar mogelijke ADHD. De rechter-commissaris heeft met [schuldenaar] afspraken gemaakt over de nakoming van zijn informatieverplichting. [schuldenaar] is ook deze nieuwe afspraak niet naar behoren nagekomen.
Sollicitatieverplichting
[schuldenaar] heeft een sollicitatieverplichting gedurende de Wsnp. Het niet voldoen aan de sollicitatieverplichting is ook tijdens het verhoor aan de orde geweest en hierover zijn eveneens afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn door [schuldenaar] niet nagekomen. Omdat [schuldenaar] mogelijkerwijs zou kampen met psychische beperkingen waardoor hij niet fulltime zou kunnen werken, heeft, op instigatie van de beschermingsbewindvoerder, een arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden waarvan op 13 oktober 2025 een rapport is opgemaakt. Het rapport vermeldt, voor zover van belang:
Opleiding en arbeidsverleden:
(…) Daarbij geeft hij wel aan dat hij geregeld botst met de werkgever over de invulling van zijn werk. Dat betreft volgens hem niet de inhoud, maar de onregelmatigheid waarmee de heer [schuldenaar] zijn werk verricht. Soms begint hij laat en soms gaat hij tot middernacht door in plaats van reguliere tijden aan te houden.
Psychisch:
De heer [schuldenaar] heeft geen psychische diagnoses. Op eigen initiatief had hij afgelopen voorjaar een ADHD-test willen doen. Dit bleek onmogelijk vanwege zijn drugsgebruik. Een test zou geen betrouwbare uitkomst laten zien, daarvoor is stoppen met blowen nodig. Dat is voor de heer [schuldenaar] geen optie.
De conclusie uit het rapport is – kort gezegd – dat vanwege zijn verslaving en het psychisch onvermogen om zijn situatie en eigen gedrag realistisch te beoordelen, vastgesteld kan worden dat [schuldenaar] niet in staat is om structureel te solliciteren en/of betaald werk te vinden.
Standpunt [schuldenaar]
Door en namens [schuldenaar] is op de zitting het volgende verklaard. [schuldenaar] heeft erkend dat hij niet heeft voldaan aan zijn sollicitatieverplichting. Van een drugsverslaving is volgens [schuldenaar] geen sprake. [schuldenaar] houdt zijn omgeving voor dat alles goed met hem gaat en hij geen hulp nodig heeft. Het tegendeel is echter waar. Het vermoeden is dat [schuldenaar] kampt met psychische problematiek. Dit is niet gediagnosticeerd. Een poging daartoe is op niets uitgelopen vanwege het middelengebruik van [schuldenaar] .
Verdere beoordeling
[schuldenaar] heeft een forse schuldenlast. De Wsnp biedt hem de mogelijkheid om ten aanzien van deze schuldenlast na anderhalf jaar een schone lei te krijgen. Daar staat tegenover dat, gedurende de Wsnp, aan een aantal verplichtingen moet worden voldaan.
Omdat van de schuldeisers wordt verwacht dat zij een groot deel van hun vordering aan het einde van de looptijd kwijtschelden, wordt van een schuldenaar verwacht dat hij zich tot het uiterste inspant om de regeling goed te doorlopen. Stabiliteit van een schuldenaar op alle fronten is daarvoor noodzakelijk.
Vast staat dat [schuldenaar] niet heeft voldaan aan zijn sollicitatie- en informatieplicht. De rechtbank acht het, op basis van de stukken en hetgeen op de zitting naar voren is gebracht, niet onaannemelijk dat psychische en verslavingsproblematiek hieraan ten grondslag ligt en dat een adequate diagnose en mogelijk behandeling noodzakelijk is om de (financiële) zaken van [schuldenaar] weer op de rit te krijgen. De Wsnp is echter, zoals hiervoor is overwogen, bedoeld om schulden te saneren waarbij een schuldenaar in ruil voor kwijtschelding van zijn schulden, ervoor zorgt dat ten behoeve van zijn schuldeisers in ieder geval geprobeerd wordt om maximaal af te dragen. De situatie van [schuldenaar] is op dit moment op alle fronten dermate instabiel dat de rechtbank voorziet dat [schuldenaar] zonder de juiste hulp zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet kan nakomen en dat hij zelfs verder in de problemen zal komen. [schuldenaar] zal eerst een hulpverleningstraject moeten doorlopen om de oorzaak van zijn strubbelingen met verslaving en werk te achterhalen en die oorzaken vervolgens, waar mogelijk, te behandelen. Pas dan is er ruimte om middels een Wsnp de schuldeisers gedurende anderhalf jaar te laten zien dat een maximale inspanning wordt gedaan om een schone lei te verkrijgen. De rechtbank is op dit moment van oordeel dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling geen zin heeft en dat een en ander tussentijdse beëindiging tot gevolg moet hebben.
De rechtbank zal de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op grond van artikel 350, derde lid, onder c Fw. Op grond van artikel 350, lid 5 van de Fw verkeert [schuldenaar] van rechtswege in staat van faillissement, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde zal zijn gegaan.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
BESLISSING
De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- verstaat dat, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, de schuldenaar in staat van faillissement verkeert;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn en stelt tot curator aan mr. J. Egberts, gevestigd te Leeuwarden, met het correspondentieadres [adres] , tel.nr. [telefoonnummer] ;
- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 3.775,65 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting);
- geeft last aan de voornoemde curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven.
Gewezen door mr. T.P. Hoekstra, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.