beschikking
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaakgegevens: C/17/202642 / JE RK 25-965
datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking over een uithuisplaatsing
in de zaak van
het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid,
gevestigd te Leeuwarden,
hierna te noemen de GI (Gecertificeerde Instelling),
betreffende
[naam] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als de belanghebbenden aan:
[naam] ,
hierna te noemen de moeder,
[naam] ,
hierna te noemen de vader,
samen te noemen de ouders,
beide wonende te [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 12 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders;
- namens de GI, [naam] , jeugdbeschermer.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft op 21 november 2025 afzonderlijk een gesprek gevoerd met een andere kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 23 juni 2025 is [minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld tot 23 juni 2026. Daarnaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling. Deze machtiging is niet ten uitvoer gelegd.
[minderjarige] woont sinds 4 november 2024, met toestemming van de ouders, op een vakantiepark. Hij wordt hier begeleid door hulpverleners vanuit Rosales Zorg.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 23 juni 2026. Ter onderbouwing voert de GI, samengevat, het volgende aan.
Er zijn forse zorgen over [minderjarige] die zijn gelegen in zijn grenzeloze en onvoorspelbare gedrag, waaronder fysiek geweld en verbale agressie richting de ouders. Ook zijn er zorgen over de seksuele ontwikkeling van [minderjarige] . De ouders zijn al enige tijd overbelast en op dit moment moegestreden. Langdurig ingezette hulpverlening (onder andere Spoed4jeugd en MDFT) heeft de zorgwekkende gezinsdynamiek en het gedrag van [minderjarige] niet kunnen verbeteren. De afgelopen maanden heeft de politie meerdere keren in moeten grijpen toen de emoties te hoog opliepen bij zowel de ouders als bij [minderjarige] en dit leidde tot verbaal en fysiek geweld vanuit [minderjarige] . Hoewel de kinderrechter bij beschikking van 23 juni 2025 ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] heeft verleend, is het de GI niet gelukt om deze te verzilveren, omdat niet tijdig een passende plek voor [minderjarige] is gevonden. Sinds 4 november is [minderjarige] (tijdelijk) geplaatst binnen Rosales Zorg op een vakantiepark omdat het in de thuissituatie niet langer houdbaar was. Dit met instemming van de ouders en van [minderjarige] zelf. Dit is een tijdelijke noodoplossing en er wordt verder gezocht naar een passende plek voor [minderjarige] . Accare is op dit moment bezig met brede diagnostiek van [minderjarige] en op 18 december 2025 zullen de resultaten daarvan worden besproken. Er wordt onderzocht in hoeverre de eerdere gestelde diagnoses van ASS en ADHD nog van toepassing zijn en gekeken naar de gewetensontwikkeling van [minderjarige] , zijn seksuele ontwikkeling, zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en zijn IQ. De GI hoopt na ontvangst van de resultaten daarvan gerichter te kunnen zoeken naar een geschikte plek voor [minderjarige] .
4. Het standpunt van de belanghebbenden
[minderjarige] heeft aangegeven dat het contact met zijn ouders beter is geworden sinds hij niet meer thuis woont. Hij geeft aan graag naar kamertraining te willen en wil liever niet op een groep wonen.
De ouders stemmen in met het verzoek van de GI. De ouders hopen dat er een passende plek voor [minderjarige] gevonden wordt zodat hij zich verder kan ontwikkelen naar zelfstandigheid.
5. De beoordeling
De kinderrechter wijst het verzoek van de GI toe en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 23 juni 2026. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat de uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] en de situatie thuis is al lange tijd onrustig. Niet voor niets heeft de kinderrechter al in juni 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De GI heeft zich daarna ingespannen om een geschikte plek voor [minderjarige] te vinden om te verblijven, maar dit is niet binnen drie maanden gelukt, waardoor de machtiging is komen te vervallen (op grond van artikel 1:265c BW). De zorgen zijn onverminderd groot en [minderjarige] verblijft sinds 4 november 2025 niet meer thuis, omdat de situatie onhoudbaar was geworden. Een verblijf van [minderjarige] elders is noodzakelijk om zijn veiligheid en die van de ouders (en zijn zusje) te waarborgen. De kinderrechter is van oordeel dat de komende maanden moeten worden gebruikt om een geschikte plek voor [minderjarige] te vinden en de noodzakelijke hulpverlening in te zetten. Idealiter wordt er gezocht naar een plek waar [minderjarige] ook na zijn 18de verjaardag kan blijven wonen. De uitkomsten van het diagnostisch onderzoek van Accare kunnen het vinden van een dergelijke plek hopelijk vergemakkelijken. De kinderrechter hoopt dat het verblijf van [minderjarige] elders rust brengt, waardoor [minderjarige] toekomt aan zijn eigen ontwikkelingstaken.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 25 november 2025 tot uiterlijk 23 juni 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Koster, kinderrechter, in tegenwoordigheid van O.C.F. de Haan als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025. De schriftelijke uitwerking van de beschikking is vastgesteld op 4 december 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
c589