RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde]
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 17.885109.10
beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 28 oktober 2025 in de rechtbank Noord-
Nederland
in de zaak tegen
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , thans verblijvende in [instelling] ,
gevestigd te [adres] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.
Procesverloop
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2025, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic, de officier van justitie mr. A.R. Postuma en [naam] als deskundige namens de kliniek.
De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken, waaronder met name het door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting ondertekende rapport met advies van 29 augustus 2025, van het behandelteam van de instelling waar de veroordeelde van overheidswege wordt verpleegd en de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde.
De rechtbank heeft voorts gelet op de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), opgemaakt door A.A.R. de Kom, psychiater, en A.J. Klumpenaar, GZ-psycholoog, beiden niet verbonden aan de instelling waar de veroordeelde wordt verpleegd.
Motivering
De opgelegde terbeschikkingstelling
Bij vonnis van 13 oktober 2011 heeft de rechtbank de veroordeelde wegens het meermalen ontucht plegen met een minderjarig persoon ter beschikking gesteld met voorwaarden. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is aangevangen op 28 oktober 2011. Bij beslissing van de rechtbank van 13 juli 2016 is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. Op 5 januari 2017 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deze beslissing bevestigd. De maatregel is laatstelijk op 27 oktober 2023 door de rechtbank met twee jaren verlengd. Deze beslissing is op 6 juni 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd met aanvulling van de gronden.
Het advies van de instelling
In het verlengingsadvies wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. In dit verlengingsadvies is onder meer het volgende aangegeven, zakelijk weergegeven:
De veroordeelde is een zwakbegaafde man met een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en vermijdende trekken. Sinds september 2024 verblijft de veroordeelde op de uitstroom- en resocialisatie unit [adres] . Vanaf deze unit is hij in juli 2025 uitgestroomd naar de transmurale voorziening van [instelling] . Hij laat zich begeleiden en houdt zich tijdens de begeleide verloven aan de afspraken rondom delictpreventie. Hij heeft veel baat bij structuur, extra uitleg en versimpelde taal.
In mei 2025 zijn na een telefooncontrole niet toegestane zaken op de telefoon van de veroordeelde aangetroffen. Hij is hierop aangesproken en hierna heeft hij zijn telefoon opnieuw gekregen en dit verloopt tot op heden zonder problemen. De veroordeelde is open over het contact met een vrouw en laat zich hierin begeleiden. Hij behoeft vooral toezicht tijdens fysieke vrijheden en controle op online gebied, niet zozeer zorg en hoge beveiliging. Op de transmurale voorziening van de kliniek kan de veroordeelde meer vrijheid en zelfredzaamheid ervaren, terwijl er nog voldoende toezicht en controle geboden kan worden.
De veroordeelde oefent met vrijheden in de vorm van werkverlof op het terrein van de kliniek. Wanneer deze verloven en de veroordeelde zijn huidige functioneren goed en zonder bijzonderheden blijven verlopen zal worden gekeken naar de mogelijkheden om onbegeleide verloven op een verantwoorde manier vorm te geven.
Binnen het huidige verlofkader wordt het risico op recidive ingeschat als laag-matig. De veroordeelde is zeer moeilijk leerbaar, heeft nog altijd nauwelijks probleembesef en zeer beperkte reflectiemogelijkheden. De verwachting is dat er weinig innerlijke groei te verwachten valt en dat externe controle en kaders nodig zullen blijven. Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging of beëindiging van de maatregel is hoog.
De verwachting is dat de behandeling nog zeker meer dan twee jaren in beslag zal nemen.
De adviezen van de deskundigen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid Sv.
In het door de psychiater op 25 juli 2025 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Er is bij de veroordeelde sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van zwakbegaafdheid en andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, die hem ook vermijdend maakt.
Het recidiverisico is binnen het transmuraal met onbegeleid verlof teruggebracht tot laag. Zonder de maatregel wordt dit risico hoog, omdat de kernproblematiek vrijwel ongewijzigd is. Het door de kliniek gevoerde risicomanagement is effectief gebleken. De verwachting is dat de veroordeelde langdurig aangewezen zal zijn op het huidige effectieve risicomanagement en dat uitbreiding van verloven zeer
geleidelijk zal moeten plaatsvinden. De kliniek koerst op overplaatsing naar de transmurale voorziening en een zeer geleidelijke gedragsmatig aangestuurde poging tot verkenning van de mogelijkheden tot resocialisatie. De psychiater kan zich vinden in deze aanpak.
In het door de psycholoog op 23 juli 2025 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Diagnostisch gezien is er bij de veroordeelde sprake van een lichte verstandelijke beperking in combinatie met een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Er is een klein verschil van inzicht op persoonlijkheidsgebied met de kliniek, maar dit heeft geen invloed op de behandeling die ingezet zou moeten worden.
Binnen de huidige context wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Bij het verder vergroten van de vrijheden zullen de risico's toenemen. Op het moment dat de veroordeelde zonder begeleiding en toezicht terug zou keren in de maatschappij wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. Vooralsnog is de inschatting dat hij zich zonder toezicht opnieuw zal richten op te jonge vrouwen of vrouwen met een laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau. Vanuit zijn egocentrische houding, gebrek aan empathie en het adequaat waarnemen van sociale signalen bestaat er een reëel risico dat hij opnieuw overgaat tot het afdwingen van seks.
Geadviseerd wordt om de door de kliniek ingezette richting te volgen; niet meer insteken op het aanbieden van allerlei behandelmodules, maar in de praktijk gedrag inslijten terwijl geleidelijk de vrijheden worden uitgebreid. De onbegeleide vrijheden kunnen op termijn geleidelijk en in kleine goed te monitoren stappen worden uitgebreid. Het advies is om aandacht te hebben voor gezonde seksualiteit en relatievorming.
Er moeten nog veel stappen worden gezet voordat de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd. De eerste stap is naar een transmurale afdeling en daarna in ieder geval naar begeleid wonen. Gezien het trage proces, wat passend is in het licht van de risico's, is niet voorstelbaar dat er over een jaar kan worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
De deskundige [naam] heeft tijdens de terechtzitting van 14 oktober 2025 het advies van de kliniek bevestigd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt -zakelijk weergegeven- in:
De veroordeelde is nu een aantal maanden bij ons op de afdeling. Wij hebben hem langzaam getoetst en gekeken hoever we kunnen gaan. Ook is er gekeken naar zijn telefoongebruik. De veroordeelde heeft online contact met een vrouw en hij stelt zich hierin begeleidbaar op. Dit gaat goed en we zijn klaar voor de volgende stap. Begin december 2025 zal worden besproken of de veroordeelde in aanmerking komt voor libido remmende medicatie. Het plan van aanpak voor de aanvraag voor de verlofuitbreiding is gereed en wanneer de besprekingen goed gaan wordt dit plan opgestuurd naar de minister. Als het traject voortvarend verloopt kan het onbegeleid verlof in het voorjaar van 2026 starten. Wanneer dit een aantal maanden goed gaat kan de reclassering bij de resocialisatie van de veroordeelde worden betrokken. De externe controle moet dan langzaam worden afgebouwd en de reclassering moet steeds meer betrokken raken. Daarna kan het proefverlof worden aangevraagd. De verwachting is dat dit niet eerder dan halverwege 2026 zal zijn. Daarna moet tijdens het proefverlof langdurig worden geoefend. Het is de bedoeling om telkens kleine stappen te zetten en te kijken hoever we kunnen gaan. Gelet op dit tijdsbestek is het geenszins de verwachting dat de maatregel over een jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaren. De officier van justitie acht verlenging ook proportioneel gelet op de aard van de stoornis, het ingezette traject en het recidiverisico.
Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsvrouw
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling, maar de raadsvrouw heeft bepleit de maatregel met slechts één jaar te verlengen. De raadsvrouw heeft dit standpunt als volgt toegelicht:
In eerste instantie is de veroordeelde een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Deze is op een later moment omgezet in terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Dit was niet omdat de veroordeelde een delict heeft gepleegd, maar omdat hij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Dit maakt de onderhavige zaak bijzonder en daarom moet genuanceerd naar het recidiverisico worden gekeken. De maatregel loopt al heel erg lang en dit komt met name, omdat het traject van de veroordeelde lange tijd stil heeft gestaan doordat er geen overeenstemming over de behandeling was.
Lange tijd is gedacht dat er geen andere mogelijkheid was dan langdurige forensische zorg. Hierin is nu verandering gekomen en er is nu perspectief voor de veroordeelde. Ook op een leven buiten de kliniek. De veroordeelde begrijpt dat dit traject stapje voor stapje moet worden ingezet, maar gelet op de duur van de maatregel dient dit wel voortvarend te worden gedaan. Daarom is het belangrijk om over één jaar te beoordelen of de dwangverpleging kan worden beëindigd en of dan tot een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel kan worden gekomen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van het onderliggende vonnis vast dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Uit de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen blijkt dat de veroordeelde lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling in de zin van zwakbegaafdheid en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Wanneer het kader van de verpleging van overheidswege op dit moment zou wegvallen is door deze problematiek de kans op recidive hoog. De rechtbank is daarom van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd.
De rechtbank heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de veroordeelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. De rechtbank is van oordeel, gelet op de stappen die de veroordeelde nog moet zetten, dat de behandeling nog geruime tijd zal vergen. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met een kortere duur dan twee jaren ligt dan ook niet in de rede. Dat de maatregel al langere tijd loopt en in eerste instantie met voorwaarden in plaats van verpleging van overheidswege was opgelegd, maakt dit niet anders. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van de veroordeelde met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. O.F. Brouwer en
mr. A. Dijkstra, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 oktober 2025.
Mr. A. Dijkstra is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.