ECLI:NL:RBNNE:2025:5907

ECLI:NL:RBNNE:2025:5907

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 23-09-2025
Datum publicatie 09-04-2026
Zaaknummer C/19/148689 / FA RK 24-1526
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Assen

Samenvatting

Vastgelopen omgangsregeling na vergaande interventie door de kinderen een periode het contact met hun vader te ontzeggen. Vaststellen van een nieuwe voorlopige zorg- en contactregeling, toewerkend naar gelijkwaardig ouderschap. Rechtbank houdt vinger aan de pols. Kindvriendelijke overweging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rekestnummer: C/19/148689 / FA RK 24-1526

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 23 september 2025

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats 1],

hierna ook te noemen de vrouw,

advocaat mr. C.M. de Jonge, kantoorhoudende te Emmen,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats 2],

hierna ook te noemen de man,

advocaat mr. R. Kertokarijo, kantoorhoudende te Winschoten.

1. Het verdere procesverloop

Bij beschikking van 23 juni 2025, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd, heeft de rechtbank

ten aanzien van de provisionele voorziening

bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig, in de periode van 12 juli 2025 tot en met 26 september 2025, aan de vrouw worden toevertrouwd, waarbij de man de omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 1 augustus 2025 wordt ontzegd;

bepaald dat de man de kinderen op 12 juli 2025 om 9:00 uur bij de vrouw dient te brengen, waarbij de man een dwangsom verbeurt van € 5.000,- in het geval hij hieraan niet voldoet;

het meer of anders als provisionele voorziening verzochte afgewezen;

partijen naar het maatwerktraject van Yorneo, als omschreven onder 3.11, verwezen;

ten aanzien van de bodemprocedure

iedere definitieve beslissing aangehouden tot een nadere zitting in september 2025;

de advocaten van partijen verzocht binnen twee weken na de datum van deze beschikking de rechtbank te informeren over de verhinderdata in de weken 36, 37 en 38 van 2025;

Yorneo verzocht uiterlijk een week voor de nadere zitting de rechtbank te informeren over het verloop van het traject;

verstaan dat de vrouw haar verzoek om kinderalimentatie heeft ingetrokken.

De rechtbank heeft vervolgens kennis genomen van:

 het e-mailbericht van Yorneo, ontvangen op 4 juli 2025;

 het F9-formulier met bijlage van mr. Kertokarijo, ontvangen op 21 augustus 2025;

 het e-mailbericht van mr. De Jonge, ontvangen op 29 augustus 2025;

 het F9-formulier met bijlagen van mr. De Jonge, ontvangen op 29 augustus 2025;

 de F9-formulieren met bijlagen van mr. De Jonge, ontvangen op 2 september 2025;

 het F9-formulier met bijlage van mr. Kertokarijo, ontvangen op 3 september 2025;

 de eindevaluatie van Curess, ontvangen op 5 september 2025.

De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op 29 augustus 2025 gehoord.

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voortgezet op de zitting van 5 september 2025, waar partijen met hun advocaten zijn verschenen. Tevens was [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) ter zitting aanwezig.

2. Wat is er na de beschikking van 23 juni 2025 gebeurd?

De rechtbank heeft op 4 juli 2025 van Yorneo bericht gekregen dat het besproken hulpverleningstraject niet kon worden geboden, omdat aan de noodzakelijke voorwaarden daarvoor niet voldaan zou zijn. Deze voorwaarden betreffen de inzet van actieve casusregie vanuit de gemeente waar de kinderen wonen en het opstellen van een (veiligheids)plan.

Vervolgens is de rechtbank uit de brieven (met bijlagen) van de advocaten gebleken dat Curess betrokken is in deze zaak en het traject zoals omschreven onder 3.11 van de beschikking van 23 juni 2025 is gaan faciliteren. Ter zitting is toegelicht dat de casusregie eerst na veel inspanning door de advocaten door het sociaal team Borger - Odoorn is opgepakt. Uit de in het geding gebrachte eindevaluatie van Curess blijkt het volgende.

Gedurende de periode van 11 juli 2025 tot en met 8 augustus 2025 heeft er een ambulant spoedhulptraject plaatsgevonden in de thuissituatie van moeder en de kinderen. De ambulant spoedhulpverleners zijn gemiddeld drie keer in de week op huisbezoek geweest. Op 12 juli 2025 heeft de overdracht van de kinderen van vader naar moeder plaatsgevonden. Dit is onder begeleiding van de ambulant spoedhulpverlener gegaan. Voorafgaand zijn beide ouders telefonisch geïnformeerd over het ambulante spoedhulptraject. Samen met de ambulant spoedhulpverlener zijn er duidelijke afspraken gemaakt over de dagstructuur, omgang met spanningen en gezamenlijke verantwoordelijkheden in huis. Zowel moeder als de kinderen hebben ingestemd met deze afspraken. Gedurende het traject hebben er wekelijkse huisbezoeken plaatsgevonden waarbij er gesprekken zijn geweest

met het gezin, moeder individueel, de kinderen samen en ook met de kinderen individueel.

Curess beschrijft dat in het traject naar voren is gekomen dat moeder zich machteloos voelt in het stellen van grenzen richting de kinderen en dat Curess met haar besproken heeft dat het belangrijk is discussies met de kinderen te vermijden, zeker wanneer deze over het gezag van moeder gaan. Gedurende de huisbezoeken komt er in gesprekken met zowel moeder als de kinderen naar voren dat er veel geschreeuwd en gescholden wordt thuis. Tijdens het huisbezoek van 29 juli 2025 zijn hier de volgende afspraken over gemaakt:

- niet schreeuwen

- niet schelden

- niet dreigend/intimiderend tegenover elkaar staan

- elkaar de ruimte geven in gesprek met elkaar.

Vervolgens wordt in gesprekken met de ambulant spoedhulpverleners door moeder aangegeven dat de kinderen zich niet aan deze regels houden en door de kinderen dat ook moeder zich hier niet altijd aan houdt.

Verder hebben de ambulant spoedhulpverleners gesignaleerd dat ouders niet tot overeenstemming en afspraken komen over het contact tussen de vader en de kinderen. De ambulant spoedhulpverleners hebben dit vraagstuk terug moeten geven aan de betrokken gemeenteconsulent. Er wordt een gesprek met beide ouders gepland om gezamenlijk afspraken op papier te zetten.

Op 7 augustus 2025 heeft de eindevaluatie van het ambulante spoedhulptraject plaatsgevonden. Dit gesprek was tevens het startgesprek voor de vervolghulpverlening: intensieve systeembegeleiding (hierna: ISB). Er zullen dagelijks huisbezoeken plaatsvinden bij moeder. De doelen voor het ISB traject zijn:

- het herstellen van de ouder-kindrelatie;

- het omgaan met conflicten en het versterken van het ouderlijk gezag van moeder;

- daarnaast zal er gezamenlijk ouderschap ingezet worden op de communicatie van en tussen ouders en de invloed die dit heeft op de kinderen.

Na een escalatie op de manege zijn de kinderen in het weekend van 30/31 augustus 2025 naar de man gegaan, waar zij sindsdien verblijven.

3. De standpunten van partijen en van de Raad

Wat vindt de vrouw?

Mr. De Jonge heeft de rechtbank op 2 september 2025 namens de vrouw laten weten dat zowel de geestelijke als de lichamelijke gezondheid (bedplassen van [minderjarige 1]) van de kinderen in verregaande mate ernstig in het geding zijn, waardoor een kinderbeschermingsmaatregel helaas zonder meer geïndiceerd is. Een herstel van de situatie kan niet alleen meer met een stuk begeleiding van bijvoorbeeld Curess en/of Yorneo worden bereikt. Mr. De Jonge heeft desgevraagd aangegeven dat het wellicht het beste voor de kinderen is als er een uithuisplaatsing volgt, hoe zwaar dat ook is. De kinderen zitten enorm klem en hun beeld van hun moeder, en ook dat van hun vader, is volledig ontwricht. De kinderen moeten de bevestiging weer krijgen dat de vrouw hun moeder is. Mr. De Jonge is van mening dat de kinderen, met begeleiding, buiten het gezin van zowel de vrouw als de man geplaatst moeten worden.

Op de zitting van 5 september 2025 is het volgende door en namens de vrouw aangevoerd. Het verblijf van de kinderen bij de vrouw is snel heel slecht verlopen. De vrouw herkent haar lieve kinderen niet meer. Zij heeft de man verzocht om in onder andere financiële zin te helpen, omdat hij alle toeslagen krijgt, maar de man wilde hieraan in het geheel niet meewerken. De vrouw is aangewezen op de voedselbank en ook de kledingbank, omdat de man slechts een summier setje kleding voor de kinderen had meegegeven. De vrouw hoopte dat de kinderen tijdens de vakantie op de camping in een andere modus zouden komen, maar dat bleek niet zo te zijn en het kamperen was een ramp. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn enorm beschadigd. Ze zien zelf niet dat ze kapot gemaakt zijn. [minderjarige 1] is nog steeds niet zindelijk terwijl er geen fysieke belemmeringen zijn. De vrouw heeft twee pubers ervaren die samen tegenover haar staan. En dat terwijl er twee jaar geleden niets aan de hand was. Op 17 augustus 2025 is de situatie geëscaleerd. De kinderen wilden toen na een dagje uit met de man en zijn vriendin niet meer thuis bij de vrouw komen omdat haar partner daar ook was. De kinderen kwamen pas weer terug toen de politie ingeschakeld werd. In gesprek met de politie waren de kinderen brutaal en liepen ze weer weg. De politie heeft de kinderen teruggehaald en naar bed gestuurd. Het is volgens mr. De Jonge niet goed dat de kinderen in de invloedssfeer van de man en zijn partner blijven. De Raad zou hier iets in moeten kunnen betekenen. De vrouw is totaal kapot. In het afgelopen weekend hebben de kinderen zich op de manege zeer onbeschoft gedragen. De vrouw en haar partner zijn toen een stukje verderop koffie gaan drinken, maar moeder wordt nu neergezet als moeder die de kinderen in de steek gelaten zou hebben. De vrouw voelde zich door het gedrag van de kinderen soms niet veilig in haar eigen huis. Zij geeft aan het niet alleen te kunnen. De kinderen hebben volgens haar dringend hulp nodig. De vrouw heeft aangevoerd dat zij het de kinderen gunt om op te groeien tot gezonde volwassen mensen, maar de kinderen moeten eerst 'gereset' worden. Dit gedrag van de kinderen is niet normaal.

De vrouw heeft gezegd dat zij tot de conclusie gekomen is dat de kinderen haar niet meer accepteren als hun moeder. Zij mag de kinderen niet aanraken en niet aankijken. Soms kwamen de kinderen die de vrouw van vroeger kent weer even boven, maar het volgende moment werd de vrouw weer uitgescholden door de kinderen. De vrouw geeft aan hier niet tegen te kunnen vechten. De vrouw zegt zielsveel van haar kinderen te houden, maar dat dit haar kinderen niet meer zijn. De vrouw heeft genoemd dat zij van 12 juli tot 1 augustus positief gestemd was, maar na 1 augustus, toen er weer contact tussen de man en de kinderen mocht zijn, ging het direct slechter. De vrouw zegt dolgraag de kinderen terug te willen, maar geen kans te hebben zolang de kinderen contact met hun vader houden.

Desgevraagd heeft de vrouw aangegeven dat de intensieve systeembegeleiding tot afgelopen zaterdag gelopen heeft. Curess heeft geconstateerd dat het niet helpend was. Het is gestopt omdat de kinderen nu bij de man zijn. De vrouw zegt dat er ook nog financiële problemen zijn, omdat de man niet eens wil meebetalen aan het busabonnement voor de kinderen.

De vrouw heeft verder op vragen van de rechter over haar partner dat de kinderen haar partner direct al niet accepteren. De kinderen noemen hem 'een opblaaspop' en de partner van de man heeft twee middelvingers naar hem opgestoken in het bijzijn van de kinderen.

Wat vindt de man?

Door en namens de man is het volgende aangevoerd. De kinderen verblijven na een incident op de manage sinds zaterdag 30 augustus 2025, na overleg met Curess en Veilig Thuis, weer bij de man. Het gaat goed met de kinderen bij de man, er is rust en de kinderen gaan naar school. Hieraan kan de conclusie verbonden worden dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de man moeten hebben en dat zij contact met de vrouw hebben, waarbij dit contact niet zo snel moet gaan als de vorige keer. De kinderen geven ook aan dat ze contact met hun moeder willen. Het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel is volgens mr. Kertokarijo op dit moment een stap te ver. De hulpverlening loopt immers nog en Curess kan begeleiding bieden als de kinderen bij de man zijn. Het is voor de kinderen van belang dat zij contact met hun beide biologische ouders hebben. Vanuit de huidige situatie waarin de kinderen bij de man zijn, dient het contact met de moeder hersteld te worden.

De man heeft aangevoerd dat hij de kinderen niet herkent in het bijzondere gedrag dat zij tegen de vrouw, de politie en de hulpverlening vertonen. De man denkt dat de oorzaak van het gedrag van de kinderen zou kunnen liggen in de intensiteit van de situatie. Er is na afgelopen zaterdag bijna dagelijks contact met Curess over hoe de situatie op te pakken. Er moet iets gebeuren, maar de kinderen moeten ook rust hebben. De man heeft gezegd dat hij merkte dat de kinderen erg moe en op waren toen ze bij hem kwamen. In de tijd dat de kinderen nu bij de man zijn, gaan ze op tijd naar bed en zijn ze stressvrij. [minderjarige 1] is, op een klein ongelukje in de afgelopen nacht na, de hele week droog geweest. Curess komt maandag om met de kinderen te spreken en dinsdag en donderdag gaan ze observeren hoe het bij de man thuis gaat. Curess is eerder op een zondagmiddag bij de man thuis geweest, omdat de man de kinderen niet herkende in wat hij over hen hoorde. Curess is toen gedurende drie uur bij de man geweest en alles verliep gewoon rustig.

De man heeft verder op de zitting gezegd dat hij het gedrag van de kinderen tegen hun moeder niet goedkeurt. De man heeft de geluidsopnames met de kinderen besproken en hen gevraagd waarom ze zich zo gedragen. Verder heeft de man aangevoerd dat hij tegen de kinderen gezegd heeft dat zij hun moeder met respect moeten behandelen net zoals zij dat bij hem en anderen doen. Daarnaast heeft de man aangegeven dat hij van de kinderen hoort dat de vlam bij de vrouw regelmatig in de pan schiet en dat zij ook wel begint. Volgens de man is Curess er om een en ander in goede banen te leiden en om rust te creëren. De hulpverlening dient dan ook voortgezet te worden. Een uithuisplaatsing van de kinderen zal meebrengen dat de kinderen nog meer tegen de situatie aan gaan schoppen. Het contact met hun moeder moet opgebouwd worden vanuit de huidige situatie. Hierbij heeft de man vermeld dat hij tegen de kinderen gezegd heeft dat hij het liefst terug wil naar een co-ouderschap, waarbij begonnen kan worden met een dag omgang onder leiding van Curess.

Op de zitting heeft de rechter de man de doelen van het traject gericht op gezamenlijk ouderschap, zoals opgenomen in de eindevaluatie van Curess, voorgehouden. Hierop heeft de man gezegd dat dit niet zo met hem gecommuniceerd is en dat hij het met deze bedoeling van het traject helemaal eens is.

Wat vindt de Raad?

De Raad heeft aangevoerd dat een uithuisplaatsing als kinderbeschermingsmaatregel alleen in combinatie met een ondertoezichtstelling opgelegd kan worden. De vrouw lijkt de uithuisplaatsing als interventie te zien, waarbij de kinderen in een neutrale situatie verblijven en waarbij zij van daaruit het contact met hun vader en hun moeder weer op kunnen bouwen. Een uithuisplaatsing is heel ingrijpend voor de kinderen, maar het zou een eind kunnen maken aan de voortdurende loyaliteitsstrijd waarin de kinderen zitten. Deze strijd proberen de kinderen nu te beëindigen door hun ene ouder af te wijzen en zich vast te klampen aan de andere ouder. Gewogen dient te worden wat de minst ingrijpende maatregel voor de kinderen is.

De Raad heeft verder opgemerkt dat moeilijk te bepalen is op welke manier de woorden van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gewogen moeten worden. Is het goed hun wens te volgen of doen we het dan juist verkeerd? De Raad vindt een uithuisplaatsing op dit moment te ver gaan en te ingrijpend, omdat er nog hulpverlening bij ouders en de kinderen betrokken is. De Raad vreest dat de man niet achter een uithuisplaatsing kan staan en daarmee bestaat de vrees dat de verantwoordelijkheid voor een uithuisplaatsing volledig aan de vrouw gegeven wordt. Bovendien is het risico dat als Raad een uithuisplaatsing verzoekt en de rechtbank deze maatregel oplet, de vrouw er de schuld van zal krijgen. Dat maakt dat de Raad toch adviseert de weg van de geleidelijkheid te adviseren, met een rol voor de hulpverlening (Curess) en met duidelijke regie vanuit de rechtbank. De Raad adviseert ouders om zich vast te houden aan hun intentie van co-ouderschap. Een hervatting van het co-ouderschap moet de stip op de horizon zijn. Het gaat dan om gelijkwaardig ouderschap en dat hoeft niet in te houden dat elke ouder precies even veel contact met de kinderen heeft. Partijen moeten ervoor zorgen dat zij zoveel mogelijk op één lijn zitten. Daarnaast moeten partijen verder met de hulpverlening, waarbij aangesloten wordt bij de huidige feitelijke situatie waarin de kinderen meer bij de man en minder bij de vrouw zijn. De kinderen moeten het weer fijn bij de vrouw hebben. Wat de Raad betreft kan de rechtbank de definitieve beslissing aanhouden voor een korte termijn (bijvoorbeeld 4 maanden), waarna volgens de Raad meer gelijkwaardig ouderschap verwacht mag worden. Het door de rechtbank vastleggen van een opbouw van de omgang kan te snel forceren. Anderzijds kan de Raad zich ook vinden in een eindbeschikking, omdat - in het geval de hulpverlening onder regie van de gemeente onvoldoende van de grond komt - de gemeente dit meldt bij de Raad en de Raad dan start met een beschermingsonderzoek.

4. De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat partijen uitvoering hebben gegeven aan de (tussen)beschikking van de rechtbank van 23 juni 2025. Dit betekent dat de kinderen voorlopig bij de vrouw zijn gaan wonen, zonder contact met de man en dat het contact met de man vanaf 1 augustus 2025 weer is opgebouwd. Kort voor de zitting van 5 september 2025 zijn de omstandigheden opnieuw gewijzigd in die zin dat, in afwijking van de beschikking van de rechtbank, de kinderen sinds 30 augustus 2025 weer volledig bij de man zijn gaan verblijven.

Gebleken is dat de periode waarin de kinderen bij de vrouw zijn verbleven uiterst moeizaam is verlopen. Dit volgt niet alleen uit hetgeen hierover door de vrouw naar voren is gebracht, maar blijkt ook uit wat de kinderen hierover aan de rechter hebben verteld, en uit datgene wat door de betrokken hulpverlening is gerapporteerd.

Anders dan gehoopt, heeft de voorlopige zorgregeling niet geleid tot herstel van het contact tussen de moeder en de kinderen. Integendeel, de toch al complexe situatie is verder geëscaleerd en het gedrag van de kinderen is in toenemende mate zorgelijk. De hypothese van de Raad, dat de kinderen uit hun loyaliteitsstrijd proberen te ontsnappen door een ouder, hun moeder, af te stoten en zich te richten op de andere ouder, hun vader, zou hiervoor een verklaring kunnen zijn. Hoe dan ook staat vast dat de huidige situatie de kinderen beschadigt en dient te stoppen.

Hoewel de huidige situatie de ontwikkeling van de kinderen bedreigt, is de rechtbank van oordeel dat een ondertoezichtstelling met een machtiging uithuisplaatsing op dit moment niet aan de orde zijn. Er is namelijk intensieve hulpverlening betrokken, die gericht is op zowel de kinderen, als op het geven van (opvoed)ondersteuning aan ouders en op een gezamenlijk traject voor ouders. De man en de vrouw hebben in de afgelopen periode aan deze hulpverlening meegewerkt, met dien verstande dat de man het gezamenlijke ouderschapstraject heeft afgehouden. Nadat hier ter zitting over is gesproken, heeft de man echter toegezegd ook dit ouderschapstraject aan te willen en zullen gaan. Ouders aanvaarden op dit moment dus de alle noodzakelijke hulp in het vrijwillig kader.

De rechtbank vindt het van belang dat alle hulpverleningslijnen die door Curess zijn geadviseerd en ingezet ook verder gevolgd worden, met als doel het toewerken naar gelijkwaardig ouderschap. De rechtbank overweegt ten aanzien van het ouderschapstraject dat het aangewezen lijkt dat ook de rol van de huidige partners van partijen onderwerp van gesprek zal zijn.

De rechtbank zal niet beslissen dat het hoofdverblijf van beide kinderen bij de man wordt bepaald, zoals hij heeft verzocht. Ten eerste niet, omdat de situatie waarbij de kinderen volledig bij de man verblijven in strijd met de beslissing van de rechtbank is ontstaan. Die situatie zal de rechtbank niet formaliseren. Ten tweede niet, omdat - ook volgens de man - nog altijd het uitgangspunt is dat ouders toewerken naar gelijkwaardig ouderschap. Bij een dergelijk ouderschap verblijven de kinderen min of meer evenveel bij beide ouders. Weliswaar is er nog tijd en inzet van hulp nodig voordat die situatie bereikt kan worden, maar dat is wel de situatie die partijen uiteindelijk voor ogen hebben. De rechtbank vindt het daarbij niet passen dat de kinderen hun hoofdverblijf bij één van beide ouders hebben. Wel is daarbij passend dat een kind op het adres van de ene ouder en een kind op het adres van de andere ouder wordt ingeschreven. Daarom zal de rechtbank beslissen zoals hierna in het dictum is vermeld.

Over het toewerken naar een vorm van co-ouderschap overweegt de rechtbank nog als volgt. De Raad heeft de man voorgehouden dat als hij uitspreekt dat gelijkwaardig ouderschap zijn intentie is, het zaak is dat hij de praktische omstandigheden die dit zouden kunnen belemmeren onder ogen ziet en zo mogelijk wegneemt. De rechtbank deelt deze visie van de Raad. Nu de man heeft aangegeven dat hij waarschijnlijk op korte termijn zal verhuizen, is dit een uitgelezen kans om te kiezen voor een woonplek die het voor de kinderen mogelijk maakt om over een niet al te lange afstand zowel naar hun moeder als naar hun school te kunnen reizen.

De rechtbank zal een nieuwe voorlopige zorgregeling bepalen, van waaruit het gelijkwaardig ouderschap, op geleide van de adviezen van de hulpverlening, verder kan worden uitgebouwd. Deze regeling houdt in dat [minderjarige 2] in de ene week van donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw verblijft en [minderjarige 1] in de andere week donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw is. De rechtbank verwacht dat het helpend is voor het herstel van hun individuele band met moeder wanneer de kinderen om en om bij haar verblijven. Het is immers gebleken dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] elkaar kunnen versterken in hun (negatieve) gedrag en een blok kunnen vormen tegen hun moeder. De rechtbank heeft ook de mening van de kinderen meegewogen. Zij hebben in hun gesprek met de rechter aangegeven dat zij wel contact met hun moeder willen, maar niet te lang achter elkaar. Omdat de kinderen op vrijdag een hele dag naar school gaan, zijn zij effectief één aaneengesloten dag (namelijk zaterdag) bij de vrouw.

In onderstaand dictum zal de rechtbank de hiervoor besproken zorgregeling als voorlopige regeling opnemen, die te gelden heeft vanaf de datum van deze beschikking. Dit betekent dat de rechtbank de definitieve beslissing over de zorgregeling aanhoudt. De rechtbank doet dit voor een termijn van vier maanden. Daarbij verzoekt de rechtbank partijen de rechtbank over vier maanden te informeren over het verloop van de voorlopige zorgregeling en de verdere opbouw van het gelijkwaardig ouderschap. De rechtbank verzoekt partijen verslagen over het verloop van het hulpverleningstraject in het geding te brengen. De rechtbank zal op een nader te plannen een medewerker van Curess als informant oproepen.

De rechtbank overweegt tenslotte dat in voornoemde periode van vier maanden de herfst- en de kerstvakantie vallen. De rechtbank zal bepalen dat de man en de vrouw deze vakanties, de kerstdagen en oud & nieuw bij helfte zullen verdelen. Deze verdeling past immers bij de intentie van co-ouderschap.

Kindvriendelijke overweging voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De rechtbank heeft deze beslissing in een aparte brief verstuurd aan [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met de volgende bewoordingen:

Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2],

wat jammer dat het zo moeilijk is geweest de afgelopen tijd, met heel veel ruzie tussen jullie en je moeder. Er waren goede afspraken gemaakt, maar voor iedereen - ook voor jullie - was het heel moeilijk om je daaraan te houden.

Toch is het nog steeds de bedoeling dat jullie in de toekomst ongeveer even vaak bij je vader zijn als bij je moeder. De hulpverleners blijven betrokken bij jullie en jullie ouders om daarbij te helpen. Nu zijn jullie weer terug bij je vader, maar ik heb beslist dat er voorlopig een nieuwe omgangsregeling komt. De ene week ga jij, [minderjarige 1], van donderdag uit school tot zaterdag na het avondeten naar je moeder toe. En de andere week geldt hetzelfde voor jou, [minderjarige 2]. En langzaam kan de tijd bij jullie moeder steeds een beetje meer worden, als iedereen daar aan toe is.

Verder heb ik beslist dat [minderjarige 1] blijft ingeschreven op het adres bij jullie vader, en [minderjarige 2] wordt ingeschreven op het adres bij jullie moeder. Dan is het eerlijk en hoeft daar geen discussie meer over te zijn.

Ik hoor over ongeveer vier maanden graag weer hoe het is gegaan. Jullie krijgen dan ook weer een uitnodiging om met mij te praten. Je mag komen, het is niet verplicht. Maar dat weten jullie inmiddels!

5. De beslissing

De rechtbank:

stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij in de ene week [minderjarige 2] van donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw verblijft en in de andere week [minderjarige 1] van donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw verblijft;

bepaalt dat partijen de herfstvakantie en kerstvakantie van 2025 bij helfte verdelen;

houdt de definitieve beslissing over de zorgregeling aan tot een nadere zitting over vier maanden na de datum van deze beschikking;

bepaalt dat de advocaten van partijen de rechtbank een week voor de genoemde nadere zitting informeren over het verloop van de hulpverlening;

bepaalt dat [minderjarige 1] wordt ingeschreven op het adres van de man en dat [minderjarige 2] wordt ingeschreven op het adres van de vrouw;

verklaart de beslissing onder 5.1. en 5.2. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Woudenberg, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2025.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

fn: 546

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?