RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rekestnummer: C/19/148689 / FA RK 24-1526
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 23 juni 2025
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna ook te noemen de vrouw,
advocaat mr. C.M. de Jonge, kantoorhoudende te Emmen,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna ook te noemen de man,
advocaat mr. R. Kertokarijo, kantoorhoudende te Winschoten.
1. Het (verdere) procesverloop
Bij beschikking van 16 december 2024, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd, heeft de rechtbank
de volgende opbouwende regeling vastgesteld ten aanzien van de hervatting van de co-ouderschapregeling:
de kinderen gaan op vrijdag 6 december 2024 weer naar de vrouw tot maandag naar school, waarbij de vrouw de kinderen naar school brengt, vanaf maandag na school verblijven de kinderen weer bij de man;
vervolgens zijn de kinderen van vrijdag 20 december 2024 tot en met eerste kerstdag bij de vrouw;
vanaf tweede kerstdag tot en met 2 januari 2025 verblijven de kinderen bij de man;
vanaf 2 januari 2025 tot en met 5 januari 2025 verblijven de kinderen bij de vrouw;
vanaf maandag 6 januari 2025 verblijven de kinderen weer om de week bij de man en bij de vrouw, met het vaste wisselmoment op vrijdag na school;
voor wat betreft het halen en brengen naar school gelden de afspraken die eerder zijn gemaakt in de procedure met kenmerk C/19/148884 / FA RK 24-1657, partijen genoegzaam bekend, (waarbij de man de reiskosten betaalt);
de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] afgewezen;
iedere overige beslissing aangehouden in afwachting van de resultaten van het mediationtraject en het hulpverleningstraject 'Hulp na Scheiding' van Yorneo;
partijen verzocht om de rechtbank binnen twee weken na beëindiging van het mediationtraject te informeren over de inschrijving school van [minderjarige 1] ;
partijen verzocht om de rechtbank binnen twee weken na beëindiging van het hulpverleningstraject ‘Hulp na Scheiding’ te informeren over de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
De rechtbank heeft vervolgens kennis genomen van:
de brief van mr. De Jonge, ontvangen op 14 januari 2025;
het F9-formulier met bijlage van mr. Van Riel, ontvangen op 24 januari 2025;
het F9-formulier met bijlage van mr. De Jonge, ontvangen op 8 april 2025;
de eindbrief van Yorneo van 11 april 2025, ontvangen op 30 april 2025.
Op 3 juni 2025 heeft de rechtbank [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (apart van elkaar) gehoord.
Bij akte, ontvangen door de rechtbank op 4 juni 2025, heeft de vrouw haar verzoeken aangevuld, in die zin dat zij heeft verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen:
als provisionele voorziening
dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , in afwachting van de definitieve uitkomsten van de onderhavige bodemprocedure, uiterlijk binnen twee weken na de in dezen te geven beschikking aan de uitsluitende zorg van hun moeder zullen worden toevertrouwd;
dat de zorg- en contactregeling tussen de vader en de kinderen in afwachting van de definitieve uitkomsten van de onderhavige bodemprocedure voorlopig zal worden stopgezet;
dat de vrouw gemachtigd wordt de inschrijvingen van de kinderen op haar adres te mogen laten plaatsvinden, alsmede de inschrijving van de scholen van de kinderen zo nodig aan te passen;
in de bodemprocedure
4. dat de vrouw de beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland van 16 december 2024 met betrekking tot de daarin vastgelegde zorg- en contactregeling tussen de minderjarige kinderen van partijen primair door middel van lijfsdwang ten uitvoer mag leggen en de man in gijzeling te doen nemen totdat hij zijn medewerking verleent aan de nakoming van de hiervoor vermelde gerechtelijke uitspraak, subsidiair dat de man bij niet nakoming van de regeling een dwangsom is verschuldigd van € 500,- per dag dat de man in gebreke blijkt, met een maximum van € 15.000,-;
5. dat de termijn waarbinnen de lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd wordt bepaald op 365 dagen;
6. dat de vordering tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van partijen door de vrouw wordt ingetrokken.
De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voortgezet op de zitting van 6 juni 2025, waar de vrouw met mr. De Jonge en de man met mr. G.J. de Boer (als waarnemer van mr. Kertokarijo) zijn verschenen. Tevens was [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) ter zitting aanwezig.
2. Het standpunt van de vrouw en de man en het advies van de Raad
Wat vindt de vrouw?
De vrouw heeft aangevoerd dat er, behalve een paar uur rond de verjaardag van de kinderen, sinds december geen enkel contact meer is geweest tussen haar en de kinderen. Volgens de vrouw wordt ieder contact afgehouden en wordt zij zowel door de kinderen als de man en zijn partner onheus bejegend. Het traject bij Yorneo is geëindigd, omdat er bij de kinderen geen enkele bereidheid bestond om het gesprek aan te gaan. Verder heeft de vrouw aangevoerd dat de man [minderjarige 2] , zonder toestemming van de vrouw, heeft ingeschreven op dezelfde school als [minderjarige 1] . Daarnaast heeft de man aanspraak gemaakt op de kinderbijslag en toeslagen waardoor de SVB en de Belastingdienst forse bedragen hebben teruggevorderd van de vrouw.
De vrouw moet constateren dat de kinderen van haar zijn vervreemd en vreest dat met het verstrijken van de tijd de relatie tussen haar en de kinderen uiteindelijk volledig en onherstelbaar zal worden beschadigd. Het kan niet anders dan dat de kinderen hier uiteindelijk mentaal volledig aan onderdoor gaan. De vrouw stelt zich dan ook op het standpunt dat er per direct contactherstel tussen haar en de kinderen moet plaatsvinden. De vrouw realiseert zich dat zij en de kinderen daarbij professionele begeleiding nodig zullen hebben. Daarnaast vindt de vrouw dat de kinderen hiervoor tijdelijk buiten de invloedsfeer van hun vader en zijn partner dienen te komen. Alleen dan zullen de kinderen volgens de vrouw de ruimte voelen onbevangen contact te hebben met hun moeder.
Wat vindt de man?
De man heeft aangevoerd dat uit een door [minderjarige 1] op zijn telefoon gemaakte opname blijkt dat er veel geschreeuwd wordt bij de vrouw thuis en dat hij zich kan indenken dat de kinderen dit heel onprettig vinden. Volgens de man heeft hij de vrouw een paar keer via whatsapp voorgesteld met de kinderen af te spreken, maar werd dit iedere keer door de vrouw afgewezen, waarbij zij verwees naar Yorneo en de rechtbank. Dat kan de man niet begrijpen. De man heeft bevestigd dat Yorneo hem heeft voorgehouden dat hij een cruciale rol speelt in het klemzetten van de kinderen. De man is bereid de hulp van Yorneo te aanvaarden om te zorgen dat hij doet wat helpend is voor de kinderen.
De man vindt het erg zonde dat het traject bij Yorneo gestopt is, omdat bij Yorneo een zorgregeling opgebouwd zou worden. De man ziet dit als een probleem van de vrouw en hem samen. Daarnaast worstelt de man met de signalen van de kinderen en wil hij hiermee om leren gaan. De man heeft gesteld dat het niet zijn intentie is om de kinderen bij hun moeder weg te houden.
Wat adviseert de Raad?
Namens de Raad heeft [vertegenwoordiger van de raad] op de zitting naar voren gebracht dat de Raad zich grote zorgen maakt om de kinderen. Het lijkt erop dat zij behoorlijk klem zitten. De kinderen lijken elkaar ook te beïnvloeden c.q. versterken in hun negativiteit richting hun moeder. De vorige beschikking van de rechtbank was heel duidelijk over dat het contact hersteld moest worden met een mooie opbouw, maar dit is niet uitgevoerd. In feite is de situatie dus onveranderd gebleven. De man vindt het moeilijk de kinderen emotionele toestemming te geven om het contact met hun moeder aan te gaan als hij weerstand bij de kinderen merkt. Het is aan vader om, wat hij ook vindt van de situatie bij de vrouw, de kinderen voor te houden dat ze toch gewoon gaan. Dit heeft de man niet gedaan. De kinderen hebben recht op contact met hun beide ouders, maar tegelijkertijd geven zij aan nu duidelijkheid te willen. De Raad adviseert de rechtbank één van de volgende twee beslissingen te nemen, en refereert zich wat betreft de keuze uit die twee beslissingen aan het oordeel van de rechtbank: Ten eerste een beslissing waarbij de rechtbank de eerder gegeven beslissing bekrachtigt en aan de niet-naleving daarvan een dwangmiddel zoals een dwangsom koppelt. De Raad vindt de eerder opgelegde zorgregeling namelijk passend en in het belang van de kinderen. De kinderen vragen om duidelijkheid. Ten tweede een beslissing waarbij de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd, en waarbij Yorneo het vormgeven van het contact tussen de man en de kinderen gaat begeleiden. Het is belangrijk dat de kinderen contact houden met hun vader, maar een periode van rust van een of twee weken zou goed zijn. De Raad vindt dat Yorneo de kinderen moet helpen. Het doen van een Raadsonderzoek voegt volgens [vertegenwoordiger van de raad] niets toe, omdat de Raad kampt met een lange wachtlijst en de kinderen dan niet snel de duidelijkheid krijgen die zij nodig hebben.
3. Wat beslist de rechtbank?
In de voorlopige voorziening
De ontvankelijkheid
De rechtbank overweegt ten aanzien van de ontvankelijkheid van de provisionele voorziening het volgende. In een verzoekschriftprocedure kan een provisionele voorziening naar analogie van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) worden verzocht. Vereist voor de ontvankelijkheid van de provisionele voorziening is wel dat partijen een (spoedeisend) belang hebben bij hun verzoeken. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij een behandeling van haar verzoek, nu er al geruime tijd geen contact plaatsvindt tussen de vrouw en de kinderen.
Voorts wordt ook voldaan aan de in lid 2 van artikel 223 Rv gestelde voorwaarde dat de gevraagde voorziening samenhangt met de hoofdvordering, nu het in beide gevallen gaat om de zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen. Daarom is de vrouw in haar verzoek tot het treffen van provisionele voorzieningen ontvankelijk, zodat de rechtbank zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van de verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van de stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank als volgt.
Op grond van artikel 1:253a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan onder meer een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten. De rechter neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt.
De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat er een tijdelijke voorziening wordt getroffen, die inhoudt dat de huidige situatie wordt doorbroken. Waar nog niet zo heel lang geleden sprake was van een prima functionerende co-ouderschapsregeling, is in relatief korte tijd een situatie ontstaan waarin de vrouw en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al maandenlang geen contact met elkaar hebben. Hierover heeft de rechtbank grote zorgen. Het is immers in beginsel voor ieder kind van belang om na het uiteengaan van ouders (ongeveer evenveel) contact te blijven houden met beide ouders, en zich tussen ouders onbelast en vrijelijk te kunnen bewegen. Hoewel de kinderen verwoord hebben dat en waarom zij geen contact met hun moeder willen, overtuigen hun argumenten de rechtbank niet. Voor de hand liggender is dat de kinderen in de verstoorde dynamiek tussen hun ouders klem zijn geraakt en zich genoodzaakt voelen keuzes te maken en uitspraken te doen die niet passen bij hun leeftijd en die zelfs schadelijk voor hun ontwikkeling zijn, al kunnen ze dat zelf niet overzien. Het ontbreken van contact met een ouder kan een grote negatieve impact hebben op de (identiteits)ontwikkeling van het kind. De plotselinge breuk met hun moeder, die tot enkele maanden geleden – net als hun vader – een veilige haven voor de kinderen was, moet voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ingrijpend zijn en verwarrend. Zoals ze zelf in het gesprek met de rechtbank ook hebben aangegeven, willen zij ‘dat de situatie wordt opgelost’.
Om die reden heeft de rechtbank bij beschikking van 16 december 2024 een zorgregeling met opbouw vastgesteld, om te bewerkstelligen dat het gelijkwaardige contact tussen de kinderen en hun beide ouders hersteld zou worden. Gebleken is echter dat van de uitvoering van deze regeling niets terecht gekomen is, zonder dat daarvoor goede redenen zijn aangevoerd. Dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in woord en gedrag kenbaar hebben gemaakt niet naar hun moeder toe te willen, was al zo, en was nu juist de reden dat voornoemde beslissing was genomen. Het was aan ouders, en dan met name aan de man – omdat de kinderen bij hem verblijven – om de opgelegde regeling na te komen. Toch lijkt het erop dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben bepaald wat er zou gebeuren. Ze hebben zich verstopt, ze zijn weggelopen bij moeder en met de bus naar Emmen gegaan, en ze hebben daarna geëist dat ze hun moeder alleen op neutraal terrein willen zien en iets leuks willen ondernemen. Thuis bij de vrouw komen was ineens een brug te ver. Partijen hebben hierover samen niet constructief kunnen overleggen om het tij te keren. De beschikking van 16 december 2024 was echter geen suggestie, maar een rechtens afdwingbare verplichting. Die is simpelweg niet nageleefd. Dit is niet alleen schadelijk omdat er kostbare tijd is verstreken waarin de kinderen het contact met de vrouw hadden kunnen herstellen. Het is ook schadelijk, omdat de kinderen daardoor nog meer de ruimte hebben gevoeld én genomen om zonder gegronde reden hun moeder af te wijzen, zonder dat zij hierin zijn begrensd of gecorrigeerd. Hoewel dit de kinderen niet valt aan te rekenen, zijn zij wel degenen die er de last van zullen dragen. De rechtbank ziet het onvermogen van de man om de kinderen adequaat te ondersteunen in het aangaan van het contact met de vrouw als de belangrijkste reden dat de regeling niet tot stand is gebracht. De rechtbank kan zich daarbij voorstellen dat voor de vrouw erg ingewikkeld is geweest – en zij er daarom niet altijd in is geslaagd – om rustig en adequaat te reageren op het afwijzende gedrag van de kinderen.
De rechtbank dient dan ook de vraag te beantwoorden hoe het nu verder moet en met welke beslissing het belang van het kind het beste gediend is. Wat in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is, is onveranderd: onbelast contact met hun vader en hun moeder. Hoe langer de situatie van geen contact voortduurt, hoe groter de verwijdering zal worden en hoe moeilijker het wordt om het contact te herstellen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de huidige situatie doorbroken moet worden.
Het opnieuw verbinden van een prikkel tot naleving aan de in de beschikking van 16 december 2024 vastgestelde zorgregeling vindt de rechtbank een gepasseerd station. Dat is al geprobeerd en het is niet gelukt. Wil het nu wel lukken, dan is essentieel dat de man de kinderen emotionele toestemming geeft om contact met hun moeder te hebben. Het is nodig dat hij de kinderen stimuleert en ondersteunt in het contact, maar ook begrenst in hun negatieve uitlatingen. Dat vindt de man lastig, zo blijkt ook uit het verslag van Yorneo. De rechtbank gaat ervan uit, zoals hiervoor al overwogen, dat er hierbij sprake is van onvermogen en geen onwil, maar concludeert ook dat de man (nog) niet heeft kunnen profiteren van hulpverlening om hierin te veranderen. Daarom heeft de rechtbank ook weinig fiducie in het verbinden van een prikkel tot nakoming aan de naleving van de zorgregeling. Een externe prikkel zal immers niet de intrinsieke houding van de man kunnen veranderen en levert waarschijnlijk alleen maar ruis op in de dynamiek tussen de man en de vrouw en de man en de kinderen.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] moeten de kans krijgen om tot daadwerkelijk contactherstel met hun moeder te komen. Beide kinderen hebben in het gesprek met de rechter verteld dat zij heel graag willen dat deze situatie wordt opgelost. Ze lijken ook (nog) ontvankelijk voor contactherstel met hun moeder. De rechtbank zal daarom beslissen dat de kinderen een tijdje bij de vrouw gaan wonen, zonder dat ze contact hebben met de man. De rechtbank realiseert zich dat deze beslissing ingrijpend is, maar is ervan overtuigd dat dit de enige nog resterende mogelijkheid is om tot contactherstel te kunnen komen. De rechtbank zal partijen daarbij verwijzen naar een maatwerktraject van Yorneo, zodat er hulpverlening betrokken zal zijn om de overgang van de kinderen goed te begeleiden en om hulp en ondersteuning te bieden aan de vrouw en de kinderen. Ook zal er in dat traject aandacht zijn voor de manier waarop de kinderen het contact met de man, na verloop van enige weken, weer kunnen opbouwen.
De rechtbank zal de kinderen dus voorlopig toevertrouwen aan de vrouw en bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende de periode van 12 juli 2025 (start zomervakantie) tot en met 26 september 2025 bij de vrouw verblijven. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de man de kinderen op 12 juli 2025 om 9:00 uur naar de vrouw toe dient te brengen, voorzien van hun persoonlijke spullen.
Gedurende de periode van 12 juli 2025 tot 1 augustus 2025 ontzegt de rechtbank de man de omgang met de kinderen. Daarna kunnen partijen onder begeleiding van Yorneo het contact tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en de man hervatten, waarbij nadrukkelijk als uitgangspunt geldt dat de kinderen tot en met 26 september 2025 in hoofdzaak bij de vrouw verblijven. Het kan in de periode van 1 augustus 2025 tot 26 september 2025 dus hooguit gaan om korte contactmomenten tussen de man en de kinderen, waarbij de rechtbank zich kan voorstellen dat die in eerste instantie door Yorneo worden begeleid, geobserveerd en met de man nabesproken. Uitgangspunt is nog altijd wel, dat wordt toegewerkt naar herstel van de co-ouderschapsregeling, waarbij de kinderen ongeveer evenveel tijd bij de man als bij de vrouw doorbrengen.
De rechtbank ziet aanleiding om een prikkel tot nakoming te verbinden aan het tot stand brengen van het overdrachtsmoment op 12 juli a.s., gelet op het feit dat de beschikking van de rechtbank van 16 december 2024 niet is uitgevoerd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de man een dwangsom van € 5.000,- verbeurt als hij de kinderen op 12 juli 2025 om 9:00 uur niet bij de vrouw brengt. In de stelling van de man dat hij in staat van persoonlijk faillissement verkeert, ziet de rechtbank geen contra-indicatie voor het verbinden van een dwangsom aan de nakoming, omdat de man op de zitting gezegd heeft dat hij nu een baan in loondienst heeft.
Gezien voorgaande overwegingen en het feit dat zowel de man als de vrouw op de zitting hebben aangegeven achter een nieuw – mits inhoudelijk anders dan de vorige keer –
traject bij Yorneo te staan, zal de rechtbank partijen verwijzen naar een maatwerktraject van Yorneo. Dat maatwerktraject behelst in ieder geval:- hulp in de vorm van opvoedondersteuning aan moeder in haar thuissituatie vanaf het moment dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] aan haar worden toevertrouwd;- hulp aan ouders bij het vormgeven van het (opbouw)contact tussen [minderjarige 2] , [minderjarige 1] en vader vanaf 1 augustus 2025;- bemiddelingsgesprekken tussen ouders in de vorm van het Hulp na Scheiding traject of een vergelijkbaar traject, gericht op het verbeteren van de oudercommunicatie;- zo nodig: individuele hulp voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Partijen zullen op korte termijn worden uitgenodigd door Yorneo om de precieze invulling van het maatwerktraject te bespreken.
In het kader van deze verwijzing verzoekt de rechtbank Yorneo om de rechtbank te informeren over het verloop van het traject. Indien het traject niet slaagt, ontvangt de Raad voor de Kinderbescherming daarvan een melding.
De provisionele verzoeken van de vrouw tot verkrijging van vervangende toestemming om de kinderen op haar adres in te schrijven en ze zo nodig in te schrijven voor andere scholen wijst de rechtbank af, omdat het niet past dergelijke maatregelen als tijdelijke voorziening te treffen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat ouders, na een periode van contactherstel tussen de vrouw en de kinderen, toewerken naar een co-ouderschap. De discussie over de school van de kinderen dient nu niet het contactherstel te vertroebelen, nog daargelaten dat het verzoek van de vrouw op dit punt zeer onbepaald is.
De rechtbank realiseert zich dat een verblijf van de kinderen bij de vrouw in de zomerperiode en het grootste deel van september met zich meebrengt dat de kinderen bij de start van het nieuwe schooljaar vanuit [woonplaats 1] naar hun school in [plaats] – er vanuit gaande dat [minderjarige 2] is ingeschreven op [naam] [plaats] – moeten reizen. Dit is gezien de lange reistijd niet ideaal voor de kinderen. De rechtbank wil echter de ontwikkelingen in het kader van het contactherstel en de in te zetten hulpverlening afwachten. Vanwege het voorlopige karakter van deze beslissing staat de rechtbank de vrouw tevens niet toe de beide kinderen nu al op haar adres in de Basis Registratie Personen in te schrijven.
In de bodemprocedure
In afwachting van de resultaten van het traject bij Yorneo en het verloop van het verblijf van de kinderen bij de vrouw houdt de rechtbank de definitieve beslissing over de zorgregeling aan tot een nader te bepalen zitting in week 36, 37 of 38 van 2025. De rechtbank verzoekt de advocaten van partijen om binnen twee weken na de datum van deze beschikking de verhinderdata in voormelde weken aan de rechtbank kenbaar te maken. De rechtbank verzoekt Yorneo haar uiterlijk een week voor de nadere zitting te informeren over het verloop van het traject.
Voorgaande overwegingen vertaalt de rechtbank naar de juridische beslissingen zoals opgenomen in het dictum van deze beschikking.
De rechtbank heeft deze beslissing op 23 juni 2025 mondeling – en per brief nagezonden – kenbaar gemaakt aan [minderjarige 2] en [minderjarige 1] met de volgende bewoordingen:
Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
we hebben elkaar op 3 juni 2025 gesproken over dat het maar niet lukt om het contact tussen jullie en je moeder weer goed te krijgen. Jullie hebben verteld dat jullie nog steeds niet naar haar toegaan (jullie hebben haar voor het laatst gezien op jullie verjaardag in januari), en omdat het snel ruzie wordt bij je moeder willen jullie er ook niet meer heen. [minderjarige 1] , jij was daar wat stelliger over en [minderjarige 2] , jij twijfelde ook wel, zag ik!
Als het dan toch moet, willen jullie het contact het liefste rustig opbouwen. Jullie hebben ook allebei gezegd dat jullie heel graag willen dat de situatie wordt opgelost.
Ik heb nu een beslissing genomen, en dat is dat jullie vanaf 12 juli 2025 een tijdje volledig bij je moeder gaan wonen. In elk geval tot 26 september 2025. Ik heb ook beslist dat er de eerste paar weken even geen contact is tussen jullie en jullie vader. Vanaf 1 augustus 2025 is het prima als jullie je vader weer korte momenten zien en/of spreken, maar jullie blijven wel de meeste tijd bij je moeder. Uiteindelijk is de bedoeling dat jullie weer ongeveer evenveel bij je vader als je moeder zijn. Er komt ook hulp voor jullie en je ouders om iedereen in deze situatie te ondersteunen. En jullie gaan allebei na de zomervakantie naar de school waar je nu bent ingeschreven.
Dat is misschien best even schrikken! Ik zal uitleggen waarom ik deze beslissing heb genomen. Als ik een beslissing neem, moet ik kijken wat er in de wet staat. In het gesprek met jullie heb ik al uitgelegd dat het de bedoeling is dat kinderen allebei hun ouders (ongeveer) evenveel zien. Dat geldt ook voor jullie. Ik heb geen goede redenen gehoord om niet, of maar heel erg weinig, naar jullie moeder toe te gaan, maar toch lukte het niet, ook niet toen ik eerder had beslist dat het toch echt moest. Dat maakt dat ik nu een stapje verder ga.
Ik denk dat het helpt om een langere tijd achter elkaar bij je moeder te zijn. Dan kunnen jullie weer aan elkaar wennen, vertrouwen in elkaar opbouwen en hoef je ook niet iedere keer te wisselen tussen je moeder en je vader. We hebben het er ook al over gehad dat als je ruzie hebt met een van je ouders – zoals heel veel kinderen wel eens hebben – het belangrijk is dat je leert om die ruzie op te lossen en niet weg te lopen naar de andere ouder. Het is dus ook niet de bedoeling om weg te lopen!
Jullie vader en moeder heb ik deze beslissing ook verteld. Zij weten dus wat de bedoeling is en dat zij zich aan deze beslissing moeten houden. Misschien moeten zij er ook even aan wennen of zijn ze het er niet mee eens, maar dat maakt de beslissing niet anders.
In september komt er een nieuwe zitting. Dan zal ik jullie weer uitnodigen voor een gesprek en mogen jullie vertellen hoe het is gegaan, als je dat wil. Dan kijken we weer verder. Voor nu hoop ik dat deze beslissing de situatie heel snel een beetje beter gaat maken.
4. Beslissing
De rechtbank:
ten aanzien van de provisionele voorziening
bepaalt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig, in de periode van 12 juli 2025 tot en met 26 september 2025, aan de vrouw worden toevertrouwd, waarbij de man de omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 1 augustus 2025 wordt ontzegd;
bepaalt dat de man de kinderen op 12 juli 2025 om 9:00 uur bij de vrouw dient te brengen, waarbij de man een dwangsom verbeurt van € 5.000,- in het geval hij hieraan niet voldoet;
wijst het meer of anders als provisionele voorziening verzochte af;
verwijst partijen naar het maatwerktraject van Yorneo, als omschreven onder 3.11;
ten aanzien van de bodemprocedure
houdt iedere definitieve beslissing aan tot een nadere zitting in september 2025;
verzoekt de advocaten van partijen binnen twee weken na de datum van deze beschikking de rechtbank te informeren over de verhinderdata in de weken 36, 37 en 38 van 2025;
verzoekt Yorneo uiterlijk een week voor de nadere zitting de rechtbank te informeren over het verloop van het traject;
verstaat dat de vrouw haar verzoek om kinderalimentatie heeft ingetrokken.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Woudenberg, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
fn: 546/PvdL