RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264770357
zaaknummer: 11635153 BU VERZ 25-738
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 11 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden verhinderd’, verricht op 27 februari 2024, om 20:22 uur, op [adres] , met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat hij op 27 april 2009 door de kantonrechter is gehoord in een zaak over een overtreding met exact dezelfde feitcode en op exact dezelfde plek (met kenmerk 271756 WM VERZ 09-122). Hij legt uit dat hij in die zaak gelijk heeft gekregen. Betrokkene stelt dat hij zijn auto in deze zaak op een weg van minstens 15 meter breed heeft gezet, met een rijbaan van 10 meter, in een 30 kilometerzone. Hij parkeert meerdere keren per dag aan de rechterzijde van de rijbaan. Vroeger zat het CBR in café Cambuur. Dit café wordt nu nog door de rijscholen gebruikt als koffieadres en sanitaire stop. Ter plekke geldt geen parkeerverbod of iets dergelijks. Betrokkene stelt dat de wedstrijd van Cambuur tegen NEC al dik 20 minuten aan de gang was, waardoor er geen drukte was. Hij heeft de auto wellicht één minuut laten staan en toen voor het café Cambuur in een parkeervak geplaatst, op verzoek van de verbalisant. Betrokkene stelt dat er van hinder weinig sprake was. Op de zitting vertelt betrokkene verder dat zijn collega’s hun auto’s ook altijd op die plek parkeren. Normaal zet hij zijn auto bij de Cambuur bar, maar vanwege de wedstrijd heeft hij iets verder weg geparkeerd. Hij vond dit een veilige plek. De weg was ten tijde van de verkeersovertreding verlicht en betrokkene had reflectoren aan de achterkant van zijn voertuig. Op verzoek van een motoragent heeft hij zijn auto uiteindelijk in een parkeervak gezet. Betrokkene vertelt verder dat hij gespecialiseerd is in verkeerskunde, waardoor hij gevaar en hinder goed kan inschatten.
4. De vertegenwoordigster stelt op de zitting dat op basis van de verklaringen van de verbalisant in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal kan worden vastgesteld dat sprake is van hinder. De verbalisant heeft duidelijk toegelicht dat hinder werd veroorzaakt doordat fietsers om de auto heen moesten fietsen. Wat betreft het beroep van betrokkene op het gelijkheidsbeginsel stelt de vertegenwoordigster dat geen sprake is van beleid waarvan ten nadele van betrokkene is afgeweken, waardoor geen sprake is van een schending van dat beginsel. Daarnaast stelt zij dat een verbalisant de bevoegdheid heeft om alle omstandigheden en belangen van het specifieke moment af te wegen. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor hinder werd, dan wel kon worden veroorzaakt. De situatie was als volgt: dat genoemde voertuig geparkeerd stond op een suggestiestrook. De (mogelijke) hinder bestond uit dat fietsers op de weg moesten fietsen. Ik zag dat het druk was met verkeer omdat Cambuur de halve finale speelde tegen NEC. Ik zag dat hierdoor hinder en gevaar kon opleveren voor het overige verkeer. De positie van het voertuig op de weg was als volgt: dat het voertuig op een suggestiestrook stond geparkeerd.” In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat op het moment van controle sprake was van een KNVB bekerwedstrijd tussen de voetbalclubs Cambuur en NEC Nijmegen. Dit evenement trok veel publiek aan. De verbalisant verklaart dat het voertuig geparkeerd stond op een suggestiestrook, waardoor hij zag dat fietsers de rijbaan op moesten. Vanwege de drukte kon hieruit gevaar ontstaan. Hij verklaart dat tegenover het ‘oude’ Cambuur stadion een grote parkeerplaats ligt.
De kantonrechter vindt dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Uit de verklaringen van de verbalisant en de foto’s in het dossier volgt dat het voertuig van betrokkene zodanig was neergezet dat hinder en gevaar kon worden veroorzaakt voor fietsers die niet langs het voertuig konden over de suggestiestrook, waardoor zij moesten uitwijken naar de rijbaan. Hierdoor staat vast dat hinder werd of kon werden veroorzaakt voor andere weggebruikers.
Betrokkene stelt dat een eerder aan hem opgelegde boete voor exact dezelfde verkeersovertreding door de kantonrechter is vernietigd. Hij doet hiermee een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Hij heeft echter niet onderbouwd dat sprake was van een gelijk geval. Omdat de kantonrechter zonder deze informatie niet kan beoordelen of sprake was van gelijke gevallen die ongelijk zijn behandeld, slaagt dit beroep niet. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.