RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267250691
zaaknummer: 11691316 BU VERZ 25-1006
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 11 december 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 26 juni 2024, om 11:24 uur, op de Rondweg-Noord in Dokkum, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 11 december 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat zij vrijwilligster is voor betrokkene. In administratief beroep dacht zij dat de telefoonlijst voldoende zou zijn. Gemachtigde vraagt zich af wat er wordt bedoeld met een “alternatief elektronisch apparaat”: een scheerapparaat soms? Zij stelt verder dat de hoofdagent zijn ongelijk niet aan de brigadier wilde bekennen. Er werd hoorbaar gezegd dat één van de agenten twijfelde. Daarnaast voert gemachtigde aan dat de verbalisanten de brillenkoker van betrokkene hebben gezien. Betrokkene had zijn brillenkoker vast, omdat hij op de rijbaan zag dat hij vanwege het licht beter zijn vertebril kon op doen. Hij pakte de brillenkoker en wachtte op één van de komende stoplichten om de bril op te zetten. Verder verklaren de verbalisanten dat betrokkene een voorwerp in zijn linkerhand had, terwijl betrokkene rechtshandig is. Ook is er een korte tijd geweest om het te zien, aangezien ze betrokkene op 150 meter afstand van zijn huis hebben staande gehouden. Ten slotte stelt gemachtigde dat betrokkene het, als kleine mkb'er, moeilijk genoeg heeft met terugbetalen van de Coronasteun. Betrokkene vertelt op de zitting dat hij ten tijde van de staandehouding tegen de verbalisanten heeft gezegd dat hij een brillenkoker vast had. Daarnaast zegt hij dat hij bij de Lidl langs is geweest om camerabeelden op te vragen, maar dat dit niet mogelijk was.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op de zitting op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De verbalisanten waren met hun tweeën en hebben goed in het voertuig van betrokkene kunnen kijken. Hierbij hebben zij de mobiele telefoon in de linkerhand van betrokkene kunnen zien, die zij ook bij de staandehouding hebben herkend. Of betrokkene heeft gebeld is niet relevant, omdat de boete wordt opgelegd voor het vasthouden van de telefoon. De vertegenwoordigster vindt het niet aannemelijk dat betrokkene een brillenkoker vast had, omdat dit pas bij de kantonrechter wordt aangevoerd. Verbalisanten zijn ook getraind om dit soort waarnemingen te doen, waardoor het niet aannemelijk is dat zij een brillenkoker verwarren met een telefoon. De vertegenwoordigster verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisanten, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Wij verbalisanten, zagen dat betrokkene voor ons dienstvoertuig langsreed en hierbij een mobiele telefoon in zijn linkerhand vasthield. De telefoon hield betrokkene ter hoogte van zijn hoofd vast. Wij zagen dat het een telefoon van een lichte kleur betrof. Bij staandehouding liet betrokkene zijn iPhone zien welke licht van kleur was. Daarbij luidt de verklaring van betrokkene als volgt: “Ik heb niet gebeld.”
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Allereerst is de boete niet opgelegd voor het bellen met een telefoon, maar voor het vasthouden hiervan. Of betrokkene heeft gebeld of niet, maakt daarom niet uit. Het verweer dat betrokkene een brillenkoker vast had, volgt de kantonrechter niet. De verbalisanten verklaren uitdrukkelijk dat betrokkene een telefoon van lichte kleur ter hoogte van zijn hoofd vasthield. Deze telefoon van lichte kleur hebben zij herkend bij de staandehouding. Daarbij is ook van belang dat de waarneming is gedaan door twee verbalisanten, die getraind zijn en weten waar ze naar moeten kijken. Ze schrijven niet voor de lol bekeuringen uit. Uit de beschikbare gegevens blijkt verder niet dat betrokkene de brillenkoker heeft genoemd tijdens de staandehouding of in zijn administratief beroepschrift. Dat betrokkene rechtshandig is, is ook geen reden om aan de verklaring van de verbalisanten te twijfelen. Een telefoon met de linkerhand vasthouden kan immers ook als je rechtshandig bent. Het is jammer dat betrokkene de brillenkoker (of een foto daarvan) niet naar de zitting heeft meegenomen. De boete is terecht opgelegd. In de beroepsgronden van gemachtigde ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.