RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265886536
zaaknummer: 11781672 BU VERZ 25-1460
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’ verricht op 24 april 2024 om 17:19 uur, op de Heliconweg in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
Standpunten
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
3. Betrokkene voert aan dat hij op een abnormale en gevaarlijke manier is staande gehouden omdat men dacht dat hij een telefoon in zijn handen had. Hij betwist dat hij een telefoon of ander elektrisch apparaat in zijn hand had en stelt dat hij op de pleegdatum geen telefoon bij zich had. Hij had een agenda vast; die lijkt op een mobiele telefoon en zijn lippen bewogen omdat hij met de radio aan het meezingen was. Op de zitting heeft betrokkene aangevoerd dat hij de verbalisant had voorgesteld om zijn auto te doorzoeken, maar dat die dit niet wilde doen. De ambtenaar is verder flink buiten zijn boekje gegaan door te zeggen dat hij hem kent van vroeger en dat hij hem eindelijk te pakken heeft. Tot slot voert betrokkene aan dat de verbalisant een gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt door hem af te snijden en dat hierdoor net een botsing was voorkomen.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat hij zag dat betrokkene een personenauto bestuurde terwijl hij een mobiele telefoon in de rechterhand hield. Zij zagen dit vanuit een zijstraat van de Heliconweg, de Rhijnvis Feithstraat. De verbalisant verklaart dat hij vervolgens over de middengeleider reed om betrokkene te passeren en een volgteken te geven. De verbalisanten zagen hierbij nogmaals, op zeer korte afstand, dat betrokkene een telefoon in de hand had en bij zijn oor hield. De verbalisant verklaart dat het mobiele toestel in een klaphoesje zat en dat betrokkene zijn lippen bewoog, net als lippen of een mond die spreekt. Vervolgens kreeg betrokkene een volgteken om op de rotonde rechtsaf te slaan. Betrokkene voldeed hieraan niet en reed rechtdoor. Vervolgens corrigeerde de verbalisant zijn rijrichting om betrokkene wederom in te halen en een volgteken te geven. De verbalisant verklaart dat hij tijdens de staandehouding zag dat betrokkene en mobiele telefoon in een klaphoesje bij zijn voeten op de bodem van zijn voertuig aan de bestuurderszijde had liggen. Hij herkende voor honderd procent dat dit het mobiele telefoontoestel in het klaphoesje was dat betrokkene eerder in zijn hand hield tijdens het besturen van het betrokken voertuig.
Op grond van hetgeen betrokkene heeft aangevoerd, is bij de kantonrechter sterke twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Betrokkene heeft van meet af aan en hardnekkig volgehouden dat hij de gedraging niet heeft begaan en is, zoals ook merkbaar was op de zitting, erg boos over de gang van zaken. Ondanks dat de verbalisant een uitgebreide verklaring heeft afgelegd en de kantonrechter ervan overtuigd is dat de verbalisant betrokkene niet opzettelijk ten onrechte een boete heeft gegeven, kan ook een verbalisant zich vergissen: mogelijk heeft hij de agenda van betrokkene aangezien voor een mobiele telefoon. De kantonrechter is van oordeel dat de twijfel in het voordeel van betrokkene dient te worden uitgelegd, en wel in die zin, dat het beroep gegrond wordt verklaard.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;- vernietigt die beslissing;- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;- vernietigt die inleidende beschikking;- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.