ECLI:NL:RBNNE:2026:1007

ECLI:NL:RBNNE:2026:1007

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 11792243 BU VERZ 25-1519
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Wahv. Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Twee ambtenaren hebben de foto van de gedraging bekeken. Daarop is duidelijk te zien dat de bestuurder een mobiele telefoon vasthoudt en er naar kijkt. Er is een rechthoekig voorwerp met een camera te zien. Het verweer dat het ook een ander voorwerp kan zijn geweest, zoals een kladblok of een bakje, acht de kantonrechter onaannemelijk, omdat die voorwerpen niet op een mobiele telefoon lijken. Over het verweer van betrokkene dat op de foto niet duidelijk is wie de bestuurder is, overweegt de kantonrechter dat deze boete op kenteken is opgelegd en dat daarom betrokkene, als kentekenhouder van het voertuig waarin deze gedraging is geconstateerd, de boete ontvangt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 268681038

zaaknummer: 11792243 BU VERZ 25-1519

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’ verricht op 27 augustus 2024 om 10:05 uur, op de A32 links in Grou, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

Standpunten

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

3. Betrokkene betwist de verweten gedraging en heeft aangevoerd dat er niet valt vast te stellen wat er op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip werd vastgehouden. Dit kan van alles zijn geweest, zoals een kladblok, een bakje met etensresten of een doosje voor een zonnebril. Daarnaast voert betrokkene aan dat niet duidelijk is wie de bestuurder is.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze bezig was met een controle gericht op de naleving van artikel 61a van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990. De controle werd gedaan met een camerasysteem dat specifiek is bedoeld voor dat doel. Het camerasysteem was door de verbalisant geplaatst op een viaduct en gericht op de onderliggende kruisende weg. De verbalisant verklaart dat hij het camerasysteem zó heeft ingesteld dat duidelijk en onbelemmerd in voertuigen kon worden gekeken. Hij zag op het bedieningsscherm van het camerasysteem op basis van twee opeenvolgende foto’s met een tussentijd van 0,125 seconden dat de bestuurder van een voertuig kort daarvoor tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking, vasthield. De overtreder reed op de onderliggende kruisende weg. De foto van de gedraging bevindt zich in het dossier, waarop het voertuig van betrokkene met kenteken [kenteken] zichtbaar is.

In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de foto van de gedraging en de uitgebreide verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat niet valt vast te stellen wie de bestuurder was en wat werd vastgehouden, is daartoe onvoldoende. Twee ambtenaren hebben de foto van de gedraging bekeken. Daarop is duidelijk te zien dat de bestuurder een mobiele telefoon vasthoudt en er naar kijkt. Er is een rechthoekig voorwerp met een camera te zien. Het verweer dat het ook een ander voorwerp kan zijn geweest, zoals een kladblok of een bakje, acht de kantonrechter onaannemelijk, omdat die voorwerpen niet op een mobiele telefoon lijken. Over het verweer van betrokkene dat op de foto niet duidelijk is wie de bestuurder is, overweegt de kantonrechter dat deze boete op kenteken is opgelegd en dat daarom betrokkene, als kentekenhouder van het voertuig waarin deze gedraging is geconstateerd, de boete ontvangt.

Alles overwegende kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In het verweer van betrokkene ziet de kantonrechter geen redenen om de boete te wijzigen. Die is terecht opgelegd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?