RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 270893107
zaaknummer: 11919688 BU VERZ 25-2147
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] B.V. (de betrokkene),
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’ verricht op 12 december 2024 om 16:15 uur, op de Rijksweg (A32) in Akkrum, gemeente Heerenveen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
Standpunten
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
3. Gemachtigde voert namens betrokkene aan dat de gedraging wordt betwist en dat de telefoon op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip in de carkit zat terwijl betrokkene in een meeting zat te bellen en dat deze zodoende niet is vastgehouden tijdens het rijden. Betrokkene voert aan dat hij zijn telefoon doorgaans in de telefoonhouder heeft en dat de verbalisant mogelijk heeft gezien dat hij zichzelf op ‘mute’ of ‘unmute’ had gezet toen hij in de meeting zat. De verbalisant had hem eenvoudig naar het tankstation tien kilometer verderop kunnen leiden om hem daar staande te houden. Betrokkene stelt dat hij in een hoge SUV rijdt en dat het hierdoor gek is dat de verbalisant ongehinderd in zijn auto heeft kunnen kijken. Tot slot voert hij aan dat het onlogisch is dat hij vijftien seconden lang bezig was met het bedienen van zijn telefoon, nu hij midden in een vergadering zat en het volgens de verbalisant druk op de weg zou zijn.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Kan de verweten gedraging worden vastgesteld?
5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat deze zag dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon met de rechterhand vasthield. Dit zag hij toen hij betrokkene langzaam passeerde. De verbalisant verklaart dat hij deze waarnemingen heeft gedaan door het voertuig hem vervolgens langzaam in te laten halen, waarbij hij vijftien seconden duidelijk en onbelemmerd in het voertuig heeft kunnen kijken.
Naast de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 12 april 2025. Hierin verklaart de verbalisant op ambtsbelofte dat hij betrokkene niet heeft kunnen staande houden, omdat hij op dat moment in een politie (burger)voertuig reed zonder stopteken en dat hij geen stoptransparant of andere middelen had om een stopteken te kunnen geven. Na de constatering van vijftien seconden heeft hij nog getracht om het voertuig een stuk te volgen om te zien of de betrokkene ergens zelf ging stoppen. De verbalisant verklaart dat hij zag dat dit niet gebeurde en dat hij door de drukte en de afstand die tussen hem en betrokkene was opgelopen, heeft afgezien van een staandehouding. Tot slot verklaart hij dat hij zich de gedraging nog goed kan herinneren omdat hij zag dat betrokkene erg lang (vijftien seconden) met zijn telefoon bezig was (het scherm bedienen).
In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de op ambtsbelofte afgelegde verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat betrokkene geen mobiele telefoon in de hand heeft vastgehouden nu hij een Teams-vergadering bijwoonde en de telefoon hierdoor in de carkit zat, is daartoe onvoldoende. De verbalisant heeft immers verklaard dat hij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig van betrokkene heeft kunnen kijken en toen zag dat betrokkene gedurende vijftien seconden met zijn telefoon bezig was in zijn rechterhand, terwijl hij aan het rijden was. Over het verweer van betrokkene dat de verbalisant hem makkelijk naar het tankstation verderop had kunnen leiden om hem daar staande te houden, overweegt de kantonrechter dat de verbalisant heeft verklaard dat hij niet over stopmiddelen beschikte en dat hij nog wel heeft geprobeerd om betrokkene te volgen, maar hier uiteindelijk van heeft afgezien omdat het druk op de weg was en de afstand tussen hem en betrokkene steeds groter werd. De kantonrechter acht dit aannemelijk, nu het op de A32 op het tijdstip van de gedraging (16:15 uur) doorgaans druk is. Gelet op deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de verbalisant terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv de boete aan betrokkene als kentekenhouder heeft opgelegd.
Alles overwegende stelt de kantonrechter op basis van de verklaring van de verbalisant vast dat de gedraging is verricht. In betrokkenes verweer ziet hij geen reden om de boete te wijzigen. Die is terecht opgelegd. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.