RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267918685
zaaknummer: 11792170 BU VERZ 25-1516
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (de juiste) vergunning (bord E9)’, verricht op 11 juli 2024, om 10:20 uur, in de Schoolstraat in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft aangevoerd dat zij op de pleegdatum vanuit [woonplaats] naar Leeuwarden kwam om haar zoon te bezoeken. Zij heeft zelf een gehandicapten-parkeerkaart en dacht dat ze hiermee drie uur op een gewone parkeerplaats mocht parkeren. Toen zij later met de gemeente Leeuwarden belde, bleek dat zij niet op een gewone parkeerplaats, maar op een vergunninghoudersplaats had geparkeerd. Doordat zij niet bekend is in Leeuwarden, het een lange reis was en zij erg moe was, heeft zij het bord niet gezien.
4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
Zekerheidstelling
5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. In het door betrokkene gevoerde draagkrachtverweer ziet hij echter voldoende aanleiding om de zekerheid op nul te stellen. Dit betekent dat de kantonrechter overgaat tot een inhoudelijke behandeling van het beroep.
De gedraging
6. Omdat betrokkene de verweten gedraging niet betwist, kan deze worden vastgesteld. Vervolgens is de vraag of sprake is van omstandigheden die moeten leiden tot het matigen of achterwege laten van de boete.
In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding de boete te matigen. Het enkele verweer dat zij dacht dat zij op een normale parkeerplaats stond waar zij, net als in [woonplaats] , drie uren met haar gehandicaptenparkeerkaart mocht parkeren, is daartoe onvoldoende. De kantonrechter stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie van het hof van een weggebruiker mag worden verwacht dat hij oplet en dat hij na het parkeren nagaat of parkeren op de desbetreffende parkeerplaats voor hem is toegestaan. Op de pleeglocatie mag je niet met een gehandicaptenparkeerkaart parkeren, nu het een plek is waar enkel met een vergunning geparkeerd mag worden. Dit is daar aangegeven met borden. Dat betrokkene die borden niet gezien heeft, komt voor haar eigen rekening en risico. Ook het verweer dat zij moe was van de lange reis en zij niet bekend is in Leeuwarden, maakt niet dat deze boete verontschuldigbaar is.
Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd. Hij ziet in wat betrokkene aanvoert geen reden om de boete te matigen of op nul te stellen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.