ECLI:NL:RBNNE:2026:1011

ECLI:NL:RBNNE:2026:1011

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer 11792221 BU VERZ 25-1518
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Wahv. Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Het verweer dat betrokkene aan de verbalisant wilde laten zien dat hij niet had gebeld, treft geen doel. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarop de boete in deze zaak is gebaseerd, het enkele vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het besturen van een motorrijtuig verbiedt. Niet van belang is of er met het toestel ten tijde van de gedraging is gebeld of ge-sms’t.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269324795

zaaknummer: 11792221 BU VERZ 25-1518

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 maart 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’ verricht op 26 september 2024 om 12:56 uur, op de Rijksweg A7 in Heerenveen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. P.A. Veenstra.

Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

Standpunten

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

3. Betrokkene betwist de verweten gedraging en heeft aangevoerd dat hij niet aan het bellen was. Hij reed op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip in een grote en hoge bakwagen en betrokkene heeft aangevoerd dat het dan logisch is dat wanneer er veel wind is, hij een beetje naar rechts ging en hij de auto moeilijk constant op dezelfde plek kon houden. Betrokkene heeft verder aangevoerd dat hij de verbalisant heeft aangeboden om in zijn telefoon te kijken, maar dat de verbalisant dit niet wilde.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

Uit de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat hij in een onopvallend dienstvoertuig op de Rijksweg A7, links tussen Gorredijk en Tjalleberd, reed en dat hij zag dat een kleine vrachtwagen slingerende en meerdere malen met de rechterwielen fors op de vluchtstrook kwam, waarop de verbalisant besloot het voertuig in te halen. Tijdens het inhalen zag hij dat de bestuurder een voorwerp, gelijkend op een mobiele telefoon, in zijn rechterhand vasthield. De verbalisant verklaart dat hij zag dat dit voorwerp zwart van kleur was en dat de bestuurder het een stukje bij het oor vandaan hield. De verbalisant verklaart dat hij zag dat de bestuurder aan het praten was in het voorwerp. Hij verklaart verder dat hij het volgtransparant van het onopvallende dienstvoertuig aanzette en dat hij zag dat betrokkene ophield met praten en het voorwerp nog even vasthield, om het vervolgens weg te leggen. Nadat betrokkene was gestopt op een veilige plaats, sprak de verbalisant hem aan en kon hij via het geopende bijrijdersportier naar binnen kijken, waarbij hij zag dat op het dashboard aan de bijrijderszijde een zwarte mobiele telefoon lag. Betrokkene heeft bij de staandehouding de volgende verklaring afgelegd: “ik was niet aan het bellen”.

In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding te twijfelen aan de uitgebreide verklaring van de verbalisant. Het enkele verweer dat het logisch is dat betrokkene in het voertuig een beetje naar rechts ging en hij niet aan het bellen was, is daartoe onvoldoende. De kantonrechter overweegt dat verbalisanten getraind zijn om waarnemingen als deze te doen en geen enkel belang hebben bij het ten onrechte opleggen van boetes. Uit de verklaring blijkt dat de verbalisant de gedraging duidelijk heeft kunnen waarnemen. Het verweer dat betrokkene aan de verbalisant wilde laten zien dat hij niet had gebeld, treft tevens geen doel. Hiertoe overweegt de kantonrechter dat artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarop de boete in deze zaak is gebaseerd, het enkele vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het besturen van een motorrijtuig verbiedt. Niet van belang is of er met het toestel ten tijde van de gedraging is gebeld of ge-sms’t.

Alles overwegende kan op basis van de verklaring van de verbalisant worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In betrokkenes verweer ziet de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Die is terecht opgelegd.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?