RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
locatie Groningen
zaaknummer: LEE 25/2002
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeksters], in [plaats], verzoeksters,
(gemachtigde: mr. F. Postma-Krol),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden, het college,
(gemachtigde: mr. J.J. Hengst en K.I. Thoma).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster] gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
(gemachtigde: [naam]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeksters tegen de omgevingsvergunning voor het realiseren van een Regionale Opvanglocatie (ROL) met 45 woningen voor het COA aan de [adres] (de percelen) in Leeuwarden.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 juli 2025 op zitting behandeld. Verzoeksters zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden en door B. Kroese en Y. de Jong. Vergunninghoudster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Nu de rechtbank bij separate uitspraak van heden in het geding met het procedurenummer LEE 25/774 het beroep van verzoeksters niet-ontvankelijk heeft verklaard, is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe van verzoeksters wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling, als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bestaat geen aanleiding.
Conclusie en gevolgen
4. Gelet op de voorgaande overwegingen wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Beslist wordt als volgt.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening van verzoeksters af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.