ECLI:NL:RBNNE:2026:1025

ECLI:NL:RBNNE:2026:1025

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer LEE 26/7
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Burgemeester sluit de woning omdat er in drugs wordt gehandeld en omdat er een illegale horecagelegenheid is. De voorzieningenrechter oordeelt dat de sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet noodzakelijk en evenwichtig is. Er was sprake van een spoedeisende situatie zodat de burgemeester tot spoedbestuursdwang heeft kunnen overgaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , uit [woonplaats] , verzoekers

de burgemeester van de gemeente Stadskanaal, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 26/7

(gemachtigde: mr. O. Smits),

en

(gemachtigde: mr. M. Kashyap).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Lefier uit Emmen (verhuurder)

(gemachtigden: mr. I. van Ast en M. Meijering).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de huurwoning van verzoekers op het [adres] (woning). Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek aan de hand van de gronden van verzoekers.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Totstandkoming van het besluit en procesverloop

Blijkens een voorlopige bestuurlijke rapportage van 20 december 2025 is er vanaf 2021 meerdere malen informatie ontvangen dat in en vanaf de woning in drugs wordt gehandeld en dat er in de woning een ‘stille knip’ (illegale horecagelegenheid) aanwezig was. Op 19 december 2025 heeft de politie onder leiding van een rechter-commissaris de woning doorzocht. Naast een volledig ingerichte horeca-inrichting zijn hierbij aangetroffen

32 gripzakjes met cocaïne, 349 gripzakjes met hasj, ruim € 5.000 aan contant geld, illegaal vuurwerk, een vuurwapen (gaspistool), pepperspray, lege gripzakjes, drie wapenstokken, zendapparatuur, weegschaaltjes, grote hoeveelheden tabak (waaronder sigaretten en shag) en grote hoeveelheden levensmiddelen en andere verhandelbare goederen.

Op 19 december 2025 om 23:00 uur heeft verweerder een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat de woning met onmiddellijke ingang gesloten is.

Op 22 december 2025 heeft verweerder het schriftelijke besluit tot sluiting van de woning bekendgemaakt. Het besluit vermeldt dat de sluiting plaatsvindt op grond van artikel 13b van de Opiumwet en op grond van artikel 174a, onder a en b, van de Gemeentewet en dat de sluiting een duur van zes maanden heeft.

Op 31 december 2025 hebben verzoekers bezwaar hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigde van verweerder en de gemachtigde van verhuurder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader

De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Het toetsingskader bestaat voorts uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), in het bijzonder de overzichtsuitspraak van 16 juli 2025 en de andere uitspraken van die datum.

Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet

Bevoegdheid

4. Niet is in geschil dat verweerder bevoegd is tot woningsluiting over te gaan. Deze bevoegdheid vloeit voort uit het aantreffen van handelshoeveelheden cocaïne en hasj (opgenomen in de lijsten I en II van de Opiumwet).

Evenredigheid

5. Verzoeker betwist de evenredigheid van de woningsluiting wat betreft de aspecten noodzakelijkheid en evenwichtigheid. De geschiktheid van de maatregel van woningsluiting is niet in geschil.

Over het gebruikmaken van de bevoegdheid overweegt de AbRS in de overzichtsuitspraak dat de last onder bestuursdwang een herstelmaatregel is voor het beëindigen, tenietdoen of voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet in of vanuit de woning. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van de woning en de duur ervan geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn. Het gaat om een discretionaire bevoegdheid, wat betekent dat de burgemeester de betrokken belangen af moet wegen. De bestuursrechter toetst aan de hand van de verzoeksgronden of de burgemeester tot zijn besluit heeft mogen komen. Omdat een woningsluiting een forse inbreuk kan maken op grondrechten van de bewoners, zal de toetsing bij woningsluitingen doorgaans indringend zijn. Uit het evenredigheidsbeginsel vloeit voort dat onnodig zware gevolgen voorkomen moeten worden. De beoordeling van de evenredigheid vergt daarom van zowel het bestuur als de bestuursrechter een scherp inzicht in alle relevante feiten en omstandigheden en een afgewogen en deugdelijk gemotiveerd oordeel over de vraag welke gevolgen voor welke belanghebbenden (nog) wel of juist niet (meer) evenredig zijn.

Noodzakelijk

Over de noodzakelijkheid overweegt de AbRS in de overzichtsuitspraak dat de vraag aan de orde is of de burgemeester met een minder ingrijpend middel, als een last onder dwangsom of een waarschuwing, had kunnen en moeten volstaan. De burgemeester betrekt de effecten op de omgeving van de overtredingen van de Opiumwet. Verschillende omstandigheden zijn van belang, waaronder de aard en de hoeveelheid van de aangetroffen drugs, de risico’s daarvan op verdere criminaliteit, of het gaat om hard- of softdrugs, of de drugs feitelijk in of vanuit de woning werden verhandeld (bijvoorbeeld blijkend uit verklaringen van buurtbewoners en het aantreffen van attributen), de feitelijke bekendheid als drugspand, de toeloop, overlast en (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving, of er in de nabije omgeving al vaker drugsovertredingen of drugsgerelateerde criminaliteit hebben voorgedaan, of aannemelijk is dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel (bijvoorbeeld als opslaglocatie voor handel elders) en of de woning eerder betrokken is geweest bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwet. Ten slotte dient de burgemeester, net als bij de geschiktheid, ook bij de beoordeling van de noodzakelijkheid het tijdsverloop te betrekken.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de ernst van de aangetroffen situatie dat een minder ingrijpend middel niet doeltreffend is. In de woning zijn grote hoeveelheden drugs, zowel harddrugs als softdrugs, aangetroffen die zo verpakt waren dat zij eenvoudig verstrekt konden worden aan gebruikers. Daarnaast waren er voorwerpen die behulpzaam zijn bij de handel, zoals lege gripzakjes en weegschalen. Ook zijn er wapens en voorwerpen die als wapen gebruikt kunnen worden, aangetroffen. Dit maakt duidelijk dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel.

Van belang zijn daarnaast de volgende omstandigheden.

Een bestuurlijke rapportage van 20 maart 2019 vermeldt een vechtpartij op 9 maart 2019, een schuur in de achtertuin met daarin een illegale kroeg en de aanwezigheid van cocaïne.

In de voorlopige bestuurlijke rapportage van 20 december 2025 (2.1.) staat dat in mei 2021, op 13 maart 2023, op 29 augustus 2023 en op 4 september 2023 meldingen zijn gedaan van handel in drugs vanaf de woning. Op 12 augustus 2025 is een persoon aangehouden die heeft verklaard dat hij in de woning cocaïne heeft gehaald en daar ook heeft gebruikt.

De voorlopige bestuurlijke rapportage vermeldt verder dat de Parkwijk in Stadskanaal, waarin de woning gelegen is, een wijk met veel sociale problematiek is. Tussen 20 december 2024 en 20 december 2025 zijn er 27 incidenten gerelateerd aan verdovende middelen geweest. Er waren 104 incidenten als ruzie, mishandeling en bedreiging, waarbij alcohol en verdovende middelen vaak een rol speelden. In totaal moest de politie 515 keer ingezet worden in de Parkwijk. In de straat waaraan de woning is gelegen, zijn de afgelopen twee jaar 61 incidenten geweest.

Om bovengenoemde redenen acht de voorzieningenrechter de sluiting noodzakelijk. Deze noodzaak wordt verder bevestigd door de resultaten van het buurtonderzoek dat de verhuurder op en na 19 december 2025 heeft verricht. Hieruit blijkt dat zich veel overlast heeft voorgedaan en dat de buurtbewoners bang zijn om verklaringen af te leggen. Eén bewoner verklaart te zijn geïntimideerd omdat verondersteld werd dat hij met de verhuurder zou gaan praten.

Evenwichtig

Over de evenwichtigheid overweegt de AbRS in de overzichtsuitspraak dat de voor de bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Verschillende omstandigheden kunnen van belang zijn. Hiertoe behoren de mate van verwijtbaarheid van de betrokkenen en in hoeverre aan hen kan worden tegengeworpen dat zij zelf het risico op ingrijpende gevolgen van hun handelen of nalaten hebben genomen. Daarnaast is van belang of de bewoners een bijzondere binding met de woning hebben en wat de gevolgen voor hen zijn van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven. Verder moet de burgemeester de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de sluiting op hun welzijn in zijn besluitvorming betrekken. Ook is van belang hoelang de woning gesloten blijft en of de bewoners na de sluiting weer van de woning gebruik kunnen maken. Relevant is dat de sluiting van een huurwoning de verhuurder de wettelijke grondslag biedt om de huurovereenkomst buitengerechtelijk, dus zonder tussenkomst van de kantonrechter, te ontbinden. Door sluiting van de woning komt de huurder verder veelal op een zogenoemde zwarte lijst bij een woningcorporatie komt te staan, als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio.

De voorzieningenrechter acht het, gezien de druggerelateerde activiteiten die zich kennelijk jarenlang in de woning hebben afgespeeld (6.3.), niet voorstelbaar dat verzoekers hiervan niet op de hoogte waren. Voor verzoeker [naam 1] geldt bovendien dat hij tijdens de inval van de politie trachtte een vest aan te trekken waarin vervolgens de gripzakjes met cocaïne werden aangetroffen. Dat het vest mogelijk van een zoon was, zoals ter zitting is gesteld, doet hier niet aan af. Het bevestigt vooral dat de drugs op meerdere plaatsen in de woning werden bewaard. Van een mindere mate van verwijtbaarheid van de bewoners is geen sprake. Het risico op ingrijpende gevolgen, zoals een woningsluiting, hebben zij bewust genomen.

Verder is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een bijzondere gebondenheid van verzoeker aan de woning. Verzoeker [naam 1] heeft hartproblemen en [naam 2] ondervindt beperkingen, onder meer wat betreft mobiliteit, door een aangeboren aandoening. De woning is echter niet aangepast aan deze beperkingen. Voor de slaapkamer op de begane grond geldt bovendien dat deze zich bevindt in de illegale aanbouwen die, zoals ter zitting is besproken, zullen worden afgebroken. Verzoekers zijn dus niet aangewezen op specifiek deze woning.

De verhuurder heeft bij brief van 6 januari 2026 de huurovereenkomst met verzoekers buitengerechtelijk ontbonden. Gezien de uitkomst van deze procedure zal deze buitengerechtelijke ontbinding (vooralsnog) in stand blijven zodat verzoekers niet zullen kunnen terugkeren naar de woning. Ter zitting hebben de gemachtigden van verhuurder daarnaast toegelicht dat verhuurder gedurende vijf jaar geen andere woning aan verzoekers zal gaan verhuren.

In dit verband overweegt de voorzieningenrechter dat de aanbouwen aan de woning zonder omgevingsvergunning zijn gebouwd en dat deze brandgevaarlijk zijn, zoals inmiddels door een deskundige is vastgesteld. Dit heeft grote risico’s voor de directe omgeving met zich gebracht. Daarnaast hebben verzoekers zonder de benodigde vergunningen een horecagelegenheid uitgebaat, met jarenlange overlast voor de buurt tot gevolg. Om die reden is er niet alleen voor de buurt maar ook voor verhuurder een duidelijk belang bij een beëindiging van de illegale situatie.

Verder is relevant dat verweerder in het bestreden besluit heeft uiteengezet tot welke instanties verzoekers zich kunnen wenden als zij zelf geen vervangende woonruimte kunnen vinden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder aan de ingrijpende gevolgen van de sluiting voor verzoekers terecht minder gewicht toegekend dan aan het belang van de buurt om gevrijwaard te zijn van drugsgerelateerde activiteiten en alle daarmee samenhangende negatieve gevolgen. Met de sluiting wordt het beoogde doel bereikt van onttrekking van de woning aan het drugscircuit. De duur van de sluiting waarborgt dat de aanloop eindigt van personen die betrokken zijn bij drugshandel. Terecht hebben verzoekers naar voren gebracht dat verweerders beleid niets vermeldt over de duur van de sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, maar de door verweerder gekozen duur van zes maanden is in overeenstemming met de rechtspraak.

De omstandigheid dat verzoekers in de woning meerdere dieren hielden waarvoor niet eenvoudig onderdak kan worden gevonden, heeft niet een zo groot gewicht dat anders geoordeeld moet worden. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat [naam 1] en [naam 2] nu niet langer vlak bij hun werk wonen.

Op grond van het voorgaande acht de voorzieningenrechter de sluiting evenwichtig. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt.

Spoedbestuursdwang

8. Ter zitting heeft de gemachtigde van verzoekers dat de directe sluiting zonder begunstigingstermijn niet voldoet aan de vereisten van artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter deelt deze opvatting niet. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat sprake was van een spoedeisende situatie als bedoeld in dit wetsartikel. Hiertoe verwijst de voorzieningenrechter naar hetgeen hierboven is overwogen over de ernst van de situatie.

Sluiting op grond van artikel 174a van de Gemeentewet

9. Uit het voorgaande volgt dat artikel 13b van de Opiumwet een voldoende grondslag heeft gevormd voor de sluiting. Om die reden laat de voorzieningenrechter de andere rechtsgrondslagen van de sluiting onbesproken, te weten die van artikel 174a, onder a en b, van de Gemeentewet.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verweerder tot sluiting van de woning over heeft mogen gaan. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: regelgeving

Opiumwet

Artikel 13b

1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 5:21

Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Artikel 5:31

1. Een bestuursorgaan dat bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in spoedeisende gevallen besluiten dat bestuursdwang zal worden toegepast zonder voorafgaande last. Artikel 5:24, eerste en derde lid, is op dit besluit van overeenkomstige toepassing.

2. Indien de situatie zo spoedeisend is, dat een besluit niet kan worden afgewacht, kan terstond bestuursdwang worden toegepast, maar wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit als bedoeld in het eerste lid bekendgemaakt.

Gemeentewet

Artikel 174a

1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien:

a. door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord;

b. door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring;

Beleidsregels sluitingen en heropeningen panden / woningen Stadskanaal 2025

2.3.3 Waarschuwing of sluiting van bewoonde woningen

Indien een woning op het moment van de constatering van de politie feitelijk wordt bewoond, wordt, gelet op de vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (woonrecht) als bedoeld in artikel 8 van het EVRM, een bestuurlijke waarschuwing gegeven, tenzij er verzwarende omstandigheden zijn.

De waarschuwing is pandgebonden. Indien binnen twee jaar opnieuw een overtreding van de Opiumwet in of vanuit de woning plaatsvindt (dit kan ook door een andere persoon zijn dan degene die mogelijk een bestuurlijke waarschuwing heeft ontvangen), dan kan alsnog worden overgegaan tot een sluiting.

2.3.4 Sluiting bewoonde woningen in geval van verzwarende omstandigheden

Indien sprake is van verzwarende omstandigheden en spoedeisend optreden vereist is, kan de burgemeester besluiten om direct over te gaan tot sluiting van de woning. Of sprake is van verzwarende omstandigheden kan onder meer blijken uit de volgende feiten en omstandigheden:

• indicaties dat er sprake is van grootschalige (internationale) drugshandel;

• aanwezigheid van (zeer) grote hoeveelheden drugs dan wel grondstoffen /chemicaliën bedoeld voor de productie van drugs;

• aantreffen handelsgeld en of aanwezigheid van (vuur)wapens en/of munitie;

• de omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert; dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen;

• overlast vanuit de woning;

• de vrees voor herhaling, bijvoorbeeld doordat een concrete dreiging bestaat;

• de ligging van de woning in een kwetsbare wijk;

• er is sprake van herhaling;

• antecedenten van de betrokkene(n);

• de openbare ordeverstoring heeft (zeer) geruime tijd voortgeduurd;

• overige feiten en omstandigheden in of rondom de woning (bijvoorbeeld: de openbare orde in/bij/rondom het pand is al ernstig verstoord).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?