ECLI:NL:RBNNE:2026:1060

ECLI:NL:RBNNE:2026:1060

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 18/335381-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren. Verdachte heeft zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan het telen van hennep en het aanwezig hebben van hennepplanten in de schuur van zijn woning in [plaats]. Daarnaast heeft verdachte zich in [plaats] schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Ook heeft hij zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep in zijn bedrijfspand in Enkhuizen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/335381-23

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 15/392040-24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T.W. Delhaye, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.H.P. Polstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in een of meer pand(en) aan [adres ] (perceel nummer [nummer] )), (telkens) opzettelijk meermalen, althans eenmaal, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens) ongeveer 560, althans (telkens) een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, en/of (op of omstreeks 13 februari 2024) een hoeveelheid van ongeveer 5000 gram hennep (in zakken) en/of (een zak inhoudende) ongeveer 1000 gram hennepgruis, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Leeuwarden, in een of meer pand(en) gelegen aan of bij [adres ] (perceel nummer [nummer] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,(een) hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan energiebedrijf LIANDER , in elk geval aan een ander dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

parketnummer 15/392040-24

hij in of omstreeks de periode van 10 oktober 2024 tot en met 17 november 2024 te Enkhuizen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres ] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 97 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor onder feit 1 en 2 en het onder parketnummer 15/392040-24 ten laste gelegde.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 heeft hij daartoe aangevoerd voldoende bewijs te zien dat verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte] en één of meer anderen, vanaf mei 2023 hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft gestolen. Onderzoek in de kwekerij wijst uit dat het gaat om een kwekerij

waar minimaal drie eerdere oogsten zijn geweest. De officier van justitie merkt op dat het ten laste gelegde aantal van 560 planten de capaciteit van de kwekerij betreft en er op de dag van aantreffen, naast de hoeveelheid gedroogde hennep, feitelijk

280 planten en 321 stekjes zijn aangetroffen.

Daarnaast is er sprake van diefstal van elektriciteit. Verdachte erkent dat hij dit door iemand anders illegaal aan heeft laten leggen. Uit het dossier volgt dat er een kabel vanuit de meterkast door de woning naar het geïmproviseerde schakelbord in de stal liep. Medeverdachte [medeverdachte] is regelmatig in de hennepkwekerij aanwezig en volgens verdachte medeverantwoordelijk voor de aanleg en verzorging van de kwekerij. Het is een feit van algemene bekendheid dat het op deze manier wegnemen van elektriciteit een gebruikelijk en essentieel onderdeel van het runnen van een hennepkwekerij is. Gelet hierop, de zichtbare situatie ter plaatse en de frequentie en duur van de aanwezigheid van de medeverdachte, is de officier van justitie van mening dat het niet anders kan dat medeverdachte [medeverdachte] hiervan op de hoogte was, zodat er sprake is van medeplegen met [medeverdachte] en een onbekende medeverdachte. De officier van justitie wijst hierbij op ECLI:NL:HR:2024:932.

Verder acht de officier van justitie het telen van hennep zoals ten laste gelegd in de zaak met parketnummer 15/392040-24 ook wettig en overtuigend te bewijzen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 en 2 betoogd dat op basis van de bewijsmiddelen er slechts tot een bewezenverklaring van het (medeplegen van) telen van hennep en de diefstal van elektriciteit in de periode van oktober 2023 tot en met 13 februari 2024 kan worden gekomen, waarbij er per kweekruimte van ongeveer 280 planten slechts één keer geoogst is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er in het dossier geen concrete en objectieve bewijsmiddelen aanwezig zijn waaruit blijkt dat er vanaf mei 2023 zou zijn geteeld. Pas uit de warmtemetingen op 17 en 28 november 2023 blijkt een sterk onverklaarbaar warmtebeeld, wat overeenkomt met de verklaring van verdachte dat er in die periode hennep werd geteeld.

De raadsman is daarnaast van mening dat uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat ongeveer vanaf oktober 2023, maar in ieder geval tussen 17 november 2023 en 5 januari 2024, de eerste kweekperiode plaats heeft gevonden en in de periode tussen 8 januari 2024 en 13 februari 2024 de tweede kweekperiode, die gestopt is door de ruiming van de kwekerij. Daar waar verdachte het heeft over één oogst, bedoelt hij de oogst uit slechts één kweekruimte en niet die uit de beide kweekruimten gezamenlijk. De oogst van de eerste kweekperiode in de ene kweekruimte is mislukt en de oogst van de eerste kweekperiode in de andere kweekruimte is gedroogd en bij de instap door de politie op de zolder aangetroffen en in beslag genomen. Wanneer de verklaring van verdachte als uitgangspunt wordt genomen en er vanuit wordt gegaan dan er in één kweekruimte 280 planten stonden die circa 20 gram hennep per plant opleveren dan kom je op circa 5,6 kilogram wiet, hetgeen weer overeenkomt met de hoeveelheid die door de politie op de zolder in zakken is aangetroffen.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder parketnummer 15/392040-24 aangevoerd dat dit feit door verdachte is bekend.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder feit 1 en 2 en onder 15/392040-24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

feiten 1 en 2

parketnummer 15/392040-24

1. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 november 2024, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Holland met nummer PL1100-2024254790

d.d. 17 november 2024, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] ;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 november 2024, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] .

Bewijsoverweging feiten 1 en 2

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank als volgt.

Medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Verdachte heeft verklaard dat hij bij het aanleggen van de kwekerij en het telen van de hennep is geholpen door medeverdachte [medeverdachte] . Met betrekking tot de diefstal van de elektriciteit heeft verdachte verklaard dat dit in opdracht van hem door iemand, van wie hij de naam niet wil zeggen, is aangelegd.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat ten aanzien van feit 1 sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en ten aanzien van feit 2 sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een (onbekend gebleven) medeverdachte.

Pleegperiode

Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat slechts tot een bewezenverklaring kan worden gekomen ten aanzien van een kortere periode overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de politie een onderzoek naar verdachte heeft ingesteld, nadat zijn auto op 4 mei 2023 was gezien bij de growshop van de medeverdachte. Op 15 juni 2023 worden er dronebeelden gemaakt van het perceel van verdachte in [plaats] . Er worden echter geen warmteafwijkingen aangetroffen. Ook uit de door Liander verrichte netwerkmeting in de periode van 21 juni 2023 tot en met 26 juni 2023 blijkt niet van aanwijzingen voor een inwerking zijnde hennepkwekerij omdat er geen terugkerend schakelmoment is geconstateerd. Bij een helikoptervlucht op 27 juni 2023 zijn wel beelden gemaakt die afweken qua temperatuur, maar de rechtbank acht dit onvoldoende concreet om hieruit af te kunnen leiden dat er op die datum daadwerkelijk een in werking zijnde hennepkwekerij in de schuur van verdachte aanwezig was.

De rechtbank is dan ook van oordeel, net als de raadsman, dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om te stellen dat de hennepkwekerij vanaf 1 mei 2023 in werking was.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf september 2023 is begonnen met het kweken van hennep. Deze verklaring van verdachte vindt ondersteuning in de gemaakte warmtebeelden van 17 november 2023 en 28 november 2023 waarop een duidelijk afwijkend warmtebeeld zichtbaar was op een deel van het dak en de grote schuur naast het woongedeelte, wat past bij een in werking zijnde hennepkwekerij. Ook zijn op de netwerkmeting in de periode van

21 december 2023 tot en met 8 januari 2024 een tweetal schakelmomenten zichtbaar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2023 tot en met 1 september 2023 hennep heeft geteeld en spreekt verdachte van dit gedeelte vrij. Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank ten aanzien van de periode vanaf 1 september 2023 tot 13 februari 2024 wel voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig.

Aantal planten

Met betrekking tot het aantal hennepplanten overweegt de rechtbank als volgt.

Onder feit 1 is aan verdachte onder meer ten laste gelegd het in vereniging telen van hennep en het opzettelijk aanwezig hebben van 560 hennepplanten. In het pand van verdachte zijn twee kweekruimtes aangetroffen met slabs. In deze slabs was per kweekruimte plaats voor 280 planten. In totaal was er dus ruimte voor 560 hennepplanten. Op 13 februari 2023 zijn er 280 hennepplanten en 321 hennepstekken aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij is begonnen in kweekruimte 1 met 280 planten.

Nadat deze planten waren geoogst, is hij verder gegaan in kweekruimte 2 met 280 planten. Er zou niet tegelijkertijd in beide ruimtes zijn geweekt. Verder heeft verdachte verklaard dat op zolder aangetroffen geoogste hennep de opbrengst van kweekruimte 2 betreft. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte geloofwaardig, nu de op zolder aangetroffen hoeveelheid van ongeveer 5.000 gram hennep en

1.000 gram hennepgruis overeenkomt met de opbrengst van 280 hennepplanten. Daar kan niet aan afdoen dat er door de politie aanwijzingen zijn gevonden, zoals kalkafzetting en stof, die zouden kunnen wijzen op meerdere gelijktijdige oogsten. Deze aanwijzingen vindt de rechtbank niet voldoende om voorbij te gaan aan de verklaring van verdachte en de aangetroffen hoeveelheid hennep die daar bij past.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het aanwezig hebben van een groot aantal hennepplanten in de periode van 1 september 2023 tot en met 13 februari 2024 wettig en overtuigend te bewijzen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1 en 2 en het onder parketnummer 15/392040-24 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een pand aan [adres ] nummer [nummer] , opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad een groot aantal hennepplanten en op

13 februari 2024 een hoeveelheid van ongeveer 5000 gram hennep en ongeveer 1000 gram hennepgruis, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 september 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , in een pand gelegen aan [adres ] nummer [nummer] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een hoeveelheid elektrische energie, dat geheel aan energiebedrijf LIANDER toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen hoeveelheid elektrische energie onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

parketnummer 15/392040-24

hij in de periode van 10 oktober 2024 tot en met 17 november 2024 te Enkhuizen opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan [adres ] een hoeveelheid van in totaal 97 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

parketnummer 15/392040-24

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B en C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.

Hij heeft daarbij aangegeven bij het bepalen van de hoogte van zijn strafeis te hebben gelet op de richtlijnen van het openbaar ministerie en de oriëntatiepunten van de rechtspraak. Verder heeft de officier van justitie rekening gehouden de hardleersheid van verdachte, het feit dat er in de ten laste gelegde periode gedurende 10 maanden meerdere oogsten zijn geweest en het tijdsverloop van met name het feit in [plaats] .

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd de oplegging van een taakstraf voor de duur van 150 uren passend te vinden, met daarnaast de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden. Gezien de redenen waarom verdachte aan de hennepkwekerijen is begonnen, namelijk de eenzaamheid en het zoeken van spanning, geeft de raadsman de rechtbank in overweging bij het voorwaardelijk strafdeel wel een reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde op te leggen, zodat verdachte samen met de reclassering kan proberen meer zingeving aan het leven te geven en daarmee de kans op recidive te verlagen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van reclassering Nederland van 9 maart 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 6 maanden, samen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan het telen van hennep in de schuur bij zijn woning in [plaats] en hij heeft daarnaast een groot aantal hennepplanten en gedroogde hennep aanwezig gehad.

Ondanks dat verdachte voor dit feit door de politie is aangehouden , heeft dit hem er daarna niet van weerhouden om in oktober van hetzelfde jaar, 2024, opnieuw hennep te gaan telen, nu in zijn bedrijfspand in Enkhuizen. Illegale hennepteelt is een strafbaar feit dat bijdraagt aan de instandhouding van een

crimineel milieu en dat overlast veroorzaakt.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit in vereniging gepleegd en ten behoeve van de hennepkwekerij in [plaats] een illegale aftakking aan laten leggen en op die manier elektriciteit onttrokken. Dat hinderlijke feit veroorzaakt schade voor de netbeheerder en roept tegelijkertijd aanzienlijke veiligheidsrisicos in het leven.

Uit de rapportage van de reclassering blijkt dat de reclassering delict gerelateerde factoren ziet op het gebied van dagbesteding, houding, psychosociaal functioneren en het sociaal netwerk. Er zijn aanwijzingen voor beperkte coping- en oplossende vaardigheden. Verdachte mist zingeving in zijn dagelijks leven en heeft moeite met ouder worden. Ten tijde van de feiten was hij de 75 jarige leeftijd al gepasseerd.

Ondanks dat de onderhavige feiten een financieel aspect kennen, lijkt dit geen drijfveer te zijn geweest voor verdachte. Er zijn geen aanwijzingen voor financiële problematiek en verdachte beschikt over stabiele huisvesting. Ondanks dat verdachte een familiair netwerk heeft (kinderen en kleinkinderen) wordt dit niet als beschermend gezien. Verdachte zou met zijn familie niet praten over onderhavige feiten en hen er buiten willen houden. Gelet op met name zijn leeftijd ziet verdachte geen meerwaarde in interventies vanuit de reclassering. De reclassering ziet beperkingen ten aanzien van de responsiviteit van verdachte, met name gelet op zijn houding. De reclassering ziet dan ook geen mogelijkheden om aan risicobeheersing en gedragsverandering te werken door middel van interventies. Vanuit de politie heeft de reclassering informatie ontvangen dat verdachte sinds 2024 niet meer in beeld is bij de politie. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag te veranderen.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop. Nu de rechtbank uitgaat van een kortere pleegperiode dan de officier van justitie komt zij tot een lagere taakstraf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank volgt de officier van justitie wel in zijn eis ten aanzien van de voorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van

180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren. Gelet op het advies van de reclassering waarin wordt geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen en het feit dat de reclassering beperkingen ziet ten aanzien van de responsiviteit van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht te verbinden, zoals verzocht door de raadsman.

Benadeelde partij

Ten aanzien van feit 2

Liander N.V. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 24.835,94 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De benadeelde partij heeft op 10 maart 2026, naar aanleiding van een verzoek van de officier van justitie, laten weten

momenteel nog een vordering van 8.300,44 te hebben.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de betaling van de schade civielrechtelijk is geregeld. Verdachte heeft een betalingsregeling getroffen met Liander en deze regeling wordt ook nageleefd. De officier van justitie heeft verder aangevoerd dat een alternatief zou kunnen zijn om het nog openstaande bedrag van de vordering toe te wijzen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij Liander N.V. af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren. Hij heeft daartoe aangevoerd de vordering niet toewijsbaar te achten, nu er in het civiele kader een betalingsregeling is getroffen en daarop een fors deel door verdachte is voldaan.

Bovendien is de geschatte waarde van de gestolen stroom fors lager wanneer wordt uitgegaan van een fors kortere kweekperiode dan waar het openbaar ministerie en Liander vanuit zijn gegaan, zodat er civielrechtelijk geen schade meer over blijft.

Oordeel van de rechtbank

Uit de vordering van Liander en de aanvulling daarop van 10 maart 2026 blijkt dat verdachte een betalingsregeling heeft getroffen en inmiddels een groot gedeelte van de schade heeft vergoed. Zoals door de raadsman is aangevoerd zal de geschatte waarde van de gestolen stroom bovendien fors lager zijn wanneer wordt uitgegaan van een kortere pleegperiode.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat hoewel voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde, de rechtbank over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder feit 1 en 2 en het onder parketnummer 15/392040-24 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 180 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 90 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van feit 2

Verklaart de vordering van de benadeelde partij Liander N.V. niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.C.L. Vreugdenhil en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.

Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. H.C.L. Vreugdenhil
  • mr. M. van der Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?