ECLI:NL:RBNNE:2026:1062

ECLI:NL:RBNNE:2026:1062

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 18/053871-24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het in vereniging telen van hennep en het aanwezig hebben van hennepplanten in de schuur van de medeverdachte te [plaats] tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van de diefstal van elektriciteit.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/053871-24

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 27 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.R. Logemann, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.H.P. Polstra.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in een of meer pand(en) aan [adres] (perceel nummer [nummer] )), (telkens) opzettelijk meermalen, althans eenmaal, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens) ongeveer 560, althans (telkens) een groot aantal, hennepplanten en/of delen daarvan, en/of (op of omstreeks 13 februari 2024) een hoeveelheid van ongeveer 5000 gram hennep (in zakken) en/of (een zak inhoudende) ongeveer 1000 gram hennepgruis, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Leeuwarden, in een of meer pand(en) gelegen aan of bij [adres] (perceel nummer [nummer] ), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,(een) hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan energiebedrijf LIANDER , in elk geval aan een ander dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelhe(i)d(en) elektrische energie onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd voldoende bewijs te zien voor het aandeel van verdachte in de kwekerij, gelet op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , die ziet op samenwerking bij de inrichting van de kwekerij, het kweken zelf en het delen van kosten en opbrengsten. Dat is een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van medeplegen. Ter zitting heeft verdachte iets meer van zijn aandeel toegegeven dan in eerste instantie bij de politie en komen de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte iets dichter naar elkaar toe.

De officier van justitie acht verdachte mede verantwoordelijk voor de diefstal van elektriciteit, ook al heeft verdachte zelf de kabels niet omgelegd, maar is dat deel door een andere medeverdachte gedaan. De officier van justitie heeft in dat verwezen naar het arrest ECLI:NL:HR:2024:932. Verdachte was regelmatig in de kwekerij aanwezig en volgens medeverdachte [medeverdachte] medeverantwoordelijk voor de aanleg en verzorging. Dit betekent dat, in combinatie met het feit van algemene bekendheid dat deze manier van wegnemen van elektriciteit een gebruikelijk en essentieel onderdeel van het runnen van een hennepkwekerij is, de zichtbare situatie ter plaatse en de frequentie en duur van verdachte zijn aanwezigheid, het niet anders kan dat hij hiervan op de hoogte was. Verdachte wist niet alleen dat de stroom buiten de meter om werd afgenomen, maar heeft dat ook (steeds) door laten gaan.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde bepleit dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, maar wel ten aanzien van een kortere periode dan ten laste is gelegd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt dat verdachte vanaf

september/begin oktober een aandeel in de kwekerij heeft gehad. Vanaf die periode is er ook sprake geweest van medeplegen.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. De strekking van het arrest waar de officier van justitie in zijn requisitoir naar verwijst is dat betrokkenheid bij hennepteelt op zichzelf juist niet meebrengt dat een verdachte zich ook schuldig maakt aan opzettelijk wegnemen van daarbij gebruikte elektriciteit. Verdachte ontkent wetenschap te hebben gehad van de diefstal van elektriciteit. Zelfs als wel kan worden bewezen dat hij hiervan wetenschap heeft gehad, is dit echter niet toereikend om tot wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van feit 2 te komen. De raadsman is dan ook van mening dat er onvoldoende bewijs aanwezig is in het dossier voor een bewezenverklaring van feit 2, mede ook gelet op de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] waarin hij verantwoordelijkheid voor dit feit neemt.

Oordeel van de rechtbank

vrijspraak feit 2

De rechtbank acht het onder feit 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte ontkent betrokkenheid bij de diefstal van de elektriciteit. Dat hij regelmatig in de hennepkwekerij aanwezig is geweest, de voor hem zichtbare situatie van (de) elektriciteitskabel(s) en het feit dat elektriciteit ten behoeve van hennepkwekerijen in zijn algemeenheid vaak illegaal wordt afgenomen acht de rechtbank echter onvoldoende om te komen tot wettig en overtuigend bewijs ten aanzien van dit feit, zoals ook staat aangegeven in het arrest van de Hoge Raad waar de officier van justitie naar heeft verwezen. Bovendien blijkt uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] ook niet van betrokkenheid van verdachte, nu [medeverdachte] heeft verklaard dat de elektrische installatie door een verder onbekend gebleven kennis van [medeverdachte] is aangelegd.

feit 1

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

[verbalisant] en [verbalisant] ;

7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.

29 februari 2024, opgenomen op pagina 382 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ,

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Pleegperiode

Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat slechts tot een bewezenverklaring van het medeplegen van het telen van hennep kan worden gekomen ten aanzien van een kortere periode overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de politie een onderzoek naar medeverdachte heeft ingesteld, nadat zijn auto op 4 mei 2023 was gezien bij de growshop van de verdachte.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf september 2023 op de hoogte is van de hennepkwekerij in het pand van medeverdachte [medeverdachte] en dat hij hem heeft geholpen met werkzaamheden, onder andere met het planten van de hennepstekken. Deze verklaring van verdachte vindt ondersteuning in de gemaakte warmtebeelden van 17 november 2023 en 28 november 2023, waaruit blijkt dat er in die periode een duidelijk afwijkend warmtebeeld aanwezig is, wat past bij een in werking zijnde hennepkwekerij. Ook zijn op de netwerkmeting in de periode van 21 december 2023 tot en met 8 januari 2024 een tweetal schakelmomenten zichtbaar.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2023 tot en met 1 september 2023 hennep heeft geteeld en spreekt verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrij.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank ten aanzien van de periode vanaf 1 september 2023 tot 13 februari 2024 wel voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het in vereniging met zijn medeverdachte opzettelijk telen en aanwezig hebben van hennep.

Aantal planten

Onder feit 1 is aan verdachte onder meer ten laste gelegd het in vereniging telen van hennep en het opzettelijk aanwezig hebben van 560 hennepplanten. In het pand van de medeverdachte zijn twee kweekruimtes aangetroffen met slabs. In deze slabs was per kweekruimte plaats voor 280 planten. Op 13 februari 2023 zijn er 280 hennepplanten en 321 hennepstekken aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij betrokken is geweest is bij de kweek van de oogst die op zolder is aangetroffen. Deze opbrengt van ongeveer 5.000 gram hennep komt overeen met de opbrengst van 280 hennepplanten.

Nu de rechtbank niet vast kan stellen dat er in de tenlastegelegde periode 560 hennepplanten aanwezig zijn geweest, acht de rechtbank het aanwezig hebben van een groot aantal hennepplanten in de periode van 1 september 2023 tot en met 13 februari 2024 wettig en overtuigend te bewijzen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 september 2023 tot en met 13 februari 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een pand aan [adres] nummer [nummer] , opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad een groot aantal hennepplanten en op

13 februari 2024 een hoeveelheid van ongeveer 5000 gram hennep en ongeveer 1000 gram hennepgruis, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B en C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaren. Hij heeft daarbij aangegeven bij het bepalen van de hoogte van zijn strafeis te hebben gelet op de richtlijnen van het openbaar ministerie en de oriëntatiepunten van de rechtspraak. Verder heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat er gedurende 10 maanden meerdere oogsten zijn geweest en het tijdsverloop.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van reclassering GGZ VNN van 19 december 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 6 maanden, samen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan het telen van hennep in de schuur bij de woning van de medeverdachte in [plaats] en daarnaast een groot aantal hennepplanten en gedroogde hennep aanwezig gehad. Hoewel verdachte in eerste instantie bij de politie ontkende betrokken te zijn geweest bij de hennepkwekerij, heeft hij ter zitting zijn deelname erkend. Illegale hennepteelt is een strafbaar feit dat bijdraagt aan de instandhouding van een crimineel milieu en dat overlast veroorzaakt.

De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden vanwege fysieke klachten deels afgekeurd is voor werk. Sinds 2016 is hij, samen met nog iemand, een growshop gestart. Hiermee heeft verdachte een structurele dagbesteding, wat de reclassering positief acht. De reclassering merkt daarbij echter op dat er overlap kan zijn tussen de legale werkzaamheden als mede-eigenaar van een growshop en het onderhavige feit en wijst om die reden de dagbesteding niet aan als beschermende factor. Verdachte blowt dagelijks om rustiger te worden in zijn hoofd. Door de reclassering wordt het risico op recidive ingeschat als gemiddeld. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag te veranderen.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en het tijdsverloop.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van

120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van één maand, met een proeftijd van twee jaren.

Benadeelde partij

Ten aanzien van feit 2

Liander N.V. heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 24.835,94 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. De benadeelde partij heeft op 10 maart 2026, naar aanleiding van een verzoek van de officier van justitie, laten weten momenteel nog een vordering van 8.300,44 op medeverdachte [medeverdachte] te hebben.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de betaling van de schade civielrechtelijk is geregeld.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft een betalingsregeling getroffen met Liander en deze regeling wordt ook nageleefd. De officier van justitie heeft verder aangevoerd dat een alternatief zou kunnen zijn om het nog openstaande bedrag van de vordering hoofdelijk toe te wijzen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren omdat de vordering al civielrechtelijk wordt betaald. Bovendien kan de vordering niet aan verdachte worden toegerekend, gelet op de bepleite vrijspraak.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

een gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ten aanzien van feit 2

Verklaart de vordering van Liander N.V. niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat de benadeelde partij Liander N.V. haar eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. H.C.L. Vreugdenhil en

mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.

Mr. Van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W.S. Sikkema
  • mr. H.C.L. Vreugdenhil
  • mr. M. van der Veen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?