RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/18/244649 / FA RK 25-1920
Beschikking van 3 april 2026 van de rechtbank over genderneutrale registratie
in de zaak van
[naam betrokkene] ,
die woont in [woonplaats] ,
en die hierna "betrokkene" wordt genoemd,
advocaat: mr. K.S.M. Smienk, die kantoor houdt in De Meern.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.
1. Het (verdere) procesverloop
Op 16 februari 2026 heeft de rechtbank een tussenbeschikking gegeven. Bij die beschikking is betrokkene in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het rechtstekort dat eventueel ontstaat als het verzoek door de rechtbank wordt afgewezen, en of de rechtbank de behandeling moet aanhouden, en zo ja voor welke duur, in afwachting van de uitkomst van de parlementaire aandacht voor de mogelijkheid van een genderneutrale registratie.
Op 16 maart 2026 heeft de rechtbank een brief met bijlage van de advocaat van betrokkene ontvangen.
Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.
2. De (verdere) beoordeling
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontbreken van de mogelijkheid tot genderneutrale registratie voor betrokkene een in het licht van de in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermde rechten, een rechtstekort oplevert.
De rechtbank overweegt allereerst dat het ontbreken van een mogelijkheid tot genderneutrale registratie op zichzelf geen rechtstekort oplevert. Ook neemt de rechtbank in overweging dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat dit niet uitsluit dat in een concreet geval er zodanige feiten en omstandigheden kunnen zijn waardoor er toch sprake is van een rechtstekort wanneer genderneutrale registratie niet mogelijk wordt gemaakt.
De rechtbank komt in deze zaak tot het oordeel dat het verzoek van betrokkene moet worden toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij tot dit oordeel komt.
Betrokkene heeft in de gerechtvaardigde verwachting geleefd dat een genderneutrale registratie wettelijk mogelijk zou worden gemaakt en dat vooruitlopend op die verwachting de rechtbank een verzoek tot genderneutrale registratie kan toewijzen.
Deze verwachting is ontstaan door rechtspraak van de Hoge Raad die de mogelijkheid van een genderneutrale registratie zonder wettelijke grondslag suggereert. Die suggestie heeft de Hoge Raad gedaan in de beantwoording van prejudiciële vragen op 4 maart 2022. De Hoge Raad overweegt rechtsoverweging 4.9, voor zover hier van belang:
(…) Zolang er geen wettelijke regeling is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden.
De rechtbank concludeert dat de Hoge Raad niet tot andere inzichten is gekomen nadat uit de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)bleek dat het ontbreken van een genderneutrale registratie op zichzelf genomen geen rechtstekort oplevert. De rechtbank zal daarom het verzoek van betrokkene beoordelen aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval.
In deze specifieke zaak heeft betrokkene de hiervoor bedoelde gerechtvaardigde verwachting onderbouwd met een verwijzing naar concrete feiten en omstandigheden en daarnaast inzicht gegeven in de gevolgen die het voor betrokkene heeft als het verzoek wordt afgewezen, dan wel wordt aangehouden in afwachting van wetgeving.
Het zijn feiten en omstandigheden die in hun onderlinge verband en samenhang beschouwd, duidelijk maken dat het niet waarmaken van de gerechtvaardigde verwachting dat genderneutrale registratie mogelijk zou zijn, voor betrokkene leidt tot meer dan slechts persoonlijk ongemak. Het veroorzaakt voor betrokkene een structurele en in het licht van de in artikel 8 EVRM beschermde rechten, ontoelaatbare ongelijkheid ten opzichte van anderen die met succes een soortgelijk verzoek hebben ingediend.
Tegenover het belang van betrokkene bij toewijzing van het verzoek staan verschillende zwaarwegende belangen, zoals uiteengezet in de hiervoor aangehaalde uitspraak van het EHRM en bijvoorbeeld het advies van de Raad van State. De Hoge Raad heeft echter hierin geen belemmering gezien om een verzoek tot genderneutrale registratie toe te wijzen. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er in deze specifieke zaak geen belangen zijn die zich tegen toewijzing van het verzoek van betrokkene verzetten.
3. De beslissing
De rechtbank:
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen om aan de geboorteakte met aktenummer [aktenummer] in 1991 ingeschreven in het register van de gemeente Groningen, een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht "X" zal zijn;
draagt de griffier op om (niet eerder dan drie maanden na de datum van deze beschikking en alleen indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld) een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Groningen.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Dijkstra, rechter, bijgestaan door mr. J. Stulp, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026. De beschikking is ondertekend door de rolrechter.
Als u het niet eens bent met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.