ECLI:NL:RBNNE:2026:1101

ECLI:NL:RBNNE:2026:1101

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer C/18/248929 / FA RK 25-4843
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking

Samenvatting

De minderjarige zegt seksueel te zijn misbruikt door zijn vader. De vader ontkent dit. De rechtbank oordeelt dat of het seksueel misbruik door de vader heeft plaatsgevonden niet doorslaggevend is voor de beslissing over het gezag. Het belang van de minderjarige vraagt om rust en het wegnemen van factoren die zijn angst en ontregeling versterken. Een dergelijke factor is de gedachte dat zijn vader beslissingen over hem kan nemen. De rechtbank vindt het in het belang van de minderjarige noodzakelijk dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Ook het verzoek van de vader om een omgangsregeling vast te stellen wordt afgewezen. Er is geen ruimte bij de minderjarige voor omgang met zijn vader. Het opleggen van contact zou een ernstig risico opleveren voor verdere ontregeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

beschikking van 26 maart 2026 over het gezag en de omgang

[naam moeder] ,

[naam vader] ,

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rekestnummer: C/18/248929 / FA RK 25-4843

in de zaak van

die woont in [woonplaats] ,

en die hierna 'de moeder' wordt genoemd,

advocaat mr. F.B. Flooren, die kantoor houdt in Arnhem,

en

die zonder bekende woon- of verblijfplaats is, maar een briefadres in [plaats] heeft,

en die hierna 'de vader' wordt genoemd,

advocaat mr. M.M. van der Marel.

Het procesverloop

Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de moeder, dat de rechtbank heeft ontvangen op 8 oktober 2025.

De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van de volgende stukken:

- nadere stukken van de moeder, ontvangen op 5 november 2025;

- nadere stukken van de moeder, ontvangen op 23 november 2025;

- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken van de vader, ontvangen op 17 februari 2026;

- nadere stukken van de moeder, ontvangen op 17 februari 2026.

Op 17 februari 2026 heeft de rechter met [naam kind] gesproken, in aanwezigheid van zijn begeleidster bij Elker, mevrouw [naam begeleidster].

Op 23 februari 2026 heeft de rechtbank de verzoeken mondeling behandeld. Zij heeft toen gesproken met de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader, bijgestaan door zijn advocaat via een videobelverbinding en [naam vertegenwoordiger] die de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) vertegenwoordigt.

Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven.

De feiten

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het verzoek uit van de volgende feiten.

De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. Zij zijn in augustus 2022 feitelijk uit elkaar gegaan en in mei 2023 gescheiden.

Uit het huwelijk van de ouders is op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] geboren [naam kind] .

De ouders oefenen samen het gezag uit over [naam kind] .

[naam kind] woont bij de moeder. Sinds september 2022 is er geen contact tussen [naam kind] en de vader.

De rechtbank heeft op 13 februari 2025 bepaald, voor zover hier van belang, dat [naam kind] zijn hoofdverblijf bij de moeder heeft en dat er niet langer een zorgregeling tussen [naam kind] en de vader zal gelden. Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag heeft de rechtbank op diezelfde datum afgewezen. De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen:

"De rechtbank is van oordeel dat het in deze situatie (nog) te vroeg is voor het beëindigen van het gezamenlijk gezag. Het is weliswaar duidelijk dat het de vrouw niet (goed) lukt om de benodigde toestemming van de man te verkrijgen, maar niet staat vast dat dit door bewust handelen vanuit de man komt. De man heeft toegelicht een nieuw e-mailadres te gebruiken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat correspondentie vanuit de vrouw aan zijn oude e-mailadres is gericht. Dit kan de onbereikbaarheid en het uitblijven van de toestemming van de man verklaren. Dit betekent ook dat, nu het nieuwe e-mailadres van de man bij de vrouw bekend is, een verbetering hierin niet kan worden uitgesloten. De man heeft uitgesproken toestemming te zullen verlenen voor alle hulpverlening die [naam kind] nodig heeft en de rechtbank wil de man een laatste kans geven om dit te laten zien. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw tot het beëindigen van het gezamenlijk gezag afwijzen."

Op 28 april 2025 heeft de voorzieningenrechter in kort geding vervangende toestemming aan de moeder verleend om met [naam kind] op vakantie naar Spanje te gaan.

Op 6 februari 2026 heeft de voorzieningenrechter in kort geding voor de vader een algeheel contactverbod ingesteld jegens [naam kind] en de moeder, inhoudende dat het de vader verboden is om op wat voor manier dan ook contact op te nemen met de moeder, dan wel [naam kind] , zowel digitaal als fysiek, waaronder het sturen van kaartjes of andere post.

Het verzoek en het verweer

De moeder verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk

uitvoerbaar bij voorraad:

I. te bepalen dat het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt gewijzigd in die zin dat dit voortaan alleen door de moeder wordt uitgeoefend;

II. te bepalen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.

De vader voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de moeder.

De vader verzoekt bij zelfstandig verzoek:

Primair:

I. een omgangsregeling vast te stellen waarbij het contact tussen vader en [naam kind] gefaseerd wordt opgebouwd, te beginnen met begeleide omgang, met uitbreiding conform advies van de hulpverlening;

Subsidiair:

II. de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten onderzoek te verrichten als onder randnummer 32 omschreven en iedere verdere beslissing aan te houden in afwachting van dat onderzoek;

Zowel primair als subsidiair

III. te bepalen dat partijen gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan de uitvoering van de vast te stellen omgangsregeling;

Zowel ten aanzien van de verzoeken van de moeder als van de vader

IV. de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure, de kosten verbonden aan de kosten voor de advocaat daaronder begrepen en te bepalen dat deze kosten dienen te worden voldaan binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis bij gebreke waarvan de moeder in verzuim geraakt en wettelijke rente verschuldigd is over deze kosten.

De beoordeling

Waar gaat het om in deze zaak?

De rechtbank moet beoordelen of de moeder voortaan alleen het gezag over [naam kind] moet uitoefenen.

Het daarop gerichte verzoek betreft een wijziging van de huidige gezagssituatie, in die zin dat bij toewijzing van het verzoek het gezamenlijk gezag wordt beëindigd. Die wijziging is alleen mogelijk als aan de in de wet gestelde voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden geeft de wet in artikel 1:253n juncto artikel 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (hierna "BW"). Die voorwaarden komen er, samengevat weergegeven, op neer dat sprake moet zijn van een wijziging van omstandigheden die met zich brengt dat handhaving van het gezamenlijk gezag leidt tot een onaanvaardbaar risico dat [naam kind] klem of verloren raakt tussen zijn ouders, of het anderszins in zijn belang noodzakelijk is dat de ouders niet langer samen, maar één van hen alleen het gezag voortaan uitoefent.

Daarnaast moet de rechter beoordelen of er een zorg- dan wel omgangsregeling tussen de vader en [naam kind] dient te worden vastgesteld.

Wat vindt de moeder

De moeder wil voortaan alleen het gezag over [naam kind] uitoefenen. De vader is al geruime tijd niet betrokken bij het leven van [naam kind] en is niet in staat om te denken, te handelen en te beslissen in zijn belang. Ook is het voor de moeder en [naam kind] te belastend dat vader het gezag uitoefent over [naam kind] . [naam kind] zegt seksueel te zijn misbruikt door zijn vader. Hoewel vader daarvoor niet strafrechtelijk is veroordeeld, hebben de professionals van Elker geen reden om te twijfelen aan de consistente en gedetailleerde verklaringen van [naam kind] . Daarnaast heeft de vader herhaaldelijk geen toestemming verleend voor belangrijke zaken die [naam kind] betreffen, waardoor meerdere procedures tot verkrijging van vervangende toestemming noodzakelijk zijn geweest. Hetgeen is overwogen in de beschikking van 13 februari 2025 heeft hierin geen verandering gebracht.

Wat vindt de vader?

De vader vindt het zorgelijk en ernstig dat [naam kind] zegt dat hij door zijn vader seksueel misbruikt is. Hij ontkent dat hij [naam kind] op een dergelijke wijze heeft aangeraakt en stelt dat er sprake is van valse herinneringen. Er heeft strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden en uit niets is gebleken dat de vader [naam kind] heeft misbruikt. De vader is altijd bereid zijn toestemming te verlenen voor vakanties en andere zaken die [naam kind] betreffen, maar verwacht daarbij wel dat de moeder hem voldoende informeert en met vader in gesprek gaat over het herstel van de omgang. Uit niets blijkt dat de behandeling van [naam kind] door de uitoefening van het gezamenlijk gezag in het gedrang is gekomen. De vader meent daarom dat het gezamenlijk gezag in stand moet blijven of in ieder geval eerst nader onderzoek moet worden gedaan naar het gezag door de Raad of een andere instantie. Voor zover de rechtbank het gezag zou wijzigen meent de vader dat dit moet worden beperkt in duur.

Wat adviseert de Raad?

De Raad heeft twijfels of de vader voldoende in het belang van [naam kind] kan denken. De betrokken hulpverleners van [naam kind] hebben de vader dringend geadviseerd om geen kaartjes meer te sturen naar [naam kind] omdat dit hem ernstig belemmert. Vader gaat er toch mee door. Het effect dat de vader "tot snel" schrijft is desastreus voor [naam kind] . Verder is er meermaals een procedure geweest voor vervangende toestemming. Het is nog niet één keer zo geweest dat vader direct zijn toestemming heeft verleend. Dit zorgt voor onnodige stress bij [naam kind] maar ook bij de moeder. De toestemming mag door de vader niet worden gebruikt als instrument om omgang af te dwingen. Vader denkt daarmee niet in het belang van [naam kind] maar aan zijn eigen mogelijkheden. De Raad ziet dat dit onbedoeld een negatief effect heeft op [naam kind] . De Raad adviseert om het gezag van de vader te beëindigen. [naam kind] heeft er last van dat zijn vader beslissingen over hem kan nemen. De Raad adviseert daarnaast om het verzoek van de vader om tot contactherstel te komen af te wijzen omdat daar bij [naam kind] geen ruimte voor is.

Wat beslist de rechtbank?

De rechtbank zal het gezag van de vader over [naam kind] beëindigen en legt hierna uit waarom.

Het seksueel misbruik door de vader kan niet als feit worden aangenomen en is ook niet doorslaggevend voor de beslissing over het gezag. Bepalend is of het gezag van de vader een zodanige belastende factor is voor [naam kind] dat beëindiging daarvan in zijn belang noodzakelijk is.

Uit de rapportages van de behandelaars van [naam kind] en het verrichte traumaonderzoek bij Elker komt naar voren dat bij [naam kind] sprake is van een chronisch complex vroegkinderlijk trauma. De behandelaars beschrijven bij hem ernstige angstklachten, herbelevingen, dissociatie, fysieke klachten en nachtmerries die een rem zetten op zijn gezonde ontwikkeling.

In het behandelplan van Elker staat over het vermeende misbruik het volgende beschreven:

"Hij kan gedetailleerd vertellen over het ongewenst en ongewild aanraken van zijn piemel en billen door zijn vader. Ook vertelt hij dat hij aan de piemel van zijn vader moest komen. Hij wist dat hij naar boven moest, zonder dat vader iets tegen hem zei. Het was een onuitgesproken afspraak, onderdeel van systematisch misbruik. Als vader beneden kwam, omdat hij klaar was met zijn werk, wist [naam kind] dat hij naar boven moest komen. Dan vond het misbruik plaats, op verschillende plaatsen in het huis. [naam kind] wist niet wat hij moest doen met de piemel van zijn vader, maar zijn vader zei wat hij moest doen, of hij wees aan wat hij moest doen. [naam kind] kan verder vertellen dat vader met zijn vinger in zijn anus ging. In de verdere gesprekken hierover kan [naam kind] aangeven dat hij herbelevingen / plaatjes in zijn hoofd krijgt bij de aandrang van zijn ontlasting, waardoor hij het inhoud. Dit zou een verklaring kunnen zijn van de ontlastingsproblematiek. [naam kind] geeft aan dat hij ongewenst is aangeraakt door zijn vader vanaf toen hij ongeveer 3 jaar was tot dat hij ruim 6 jaar was. Hij weet dit, omdat hij een goed geheugen zegt te hebben. Toen hij drie jaar was, tilde zijn vader hem op, omdat hij nog niet zelf naar boven kon. Hij was te klein om zelfstandig naar boven te gaan."

In de brief die [naam kind] samen met zijn behandelaar [naam begeleidster] aan de rechter heeft geschreven, schrijft [naam kind] over het vermeende misbruik het volgende:

"Het allerergste dat papa heeft gedaan is dat zijn piemel in mijn mond moest. Dat was eng en smerig en kon niet door mijn mond ademen. lk moest door mijn neus ademen en dan rook ik zijn urine. Daarom ben ik nu bij Riekje want ik kan niet meer alleen slapen want ik ben bang dat papa komt."

De behandelaars merken op dat het niet hun primaire taak is om te bewijzen dat het misbruik heeft plaatsgevonden. Wel hebben zij geconcludeerd dat de verklaringen van [naam kind] consistent zijn, dat hij bij het misbruik passende emoties, klachten en overlevingsstrategieën laat zien en dat erkenning van zijn beleving essentieel is voor zijn behandeling en herstel. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de betrokken hulpverleners. Het door hen geschetste beeld van angst van [naam kind] voor zijn vader sluit bovendien aan bij hetgeen [naam kind] tijdens het kindgesprek aan de rechter heeft verteld. [naam kind] heeft de rechter overtuigend verteld dat hij bang is voor zijn vader en dat de gedachte dat zijn vader beslissingen over hem kan nemen hem spanning en een gevoel van onveiligheid geeft.

Verder staat vast dat de voorzieningenrechter meerdere keren vervangende toestemming aan de moeder heeft verleend, voor het laatst op 28 april 2025 voor een vakantie naar het buitenland. Tijdens de mondelinge behandeling is namens de vader naar voren gebracht dat de vader in beginsel bereid is om zijn toestemming te verlenen, maar meer informatie van de moeder verwacht en het dan ook wil hebben over ander zaken zoals de omgang. Hoewel het begrijpelijk is dat vader zijn zoon mist en omgang met hem wil, mag het al dan niet geven van vervangende toestemming niet worden ingezet als onderhandelingsmiddel voor omgang. Het belang van [naam kind] is hiermee niet gediend en dit leidt voor hem tot onzekerheid en spanning.

Het belang van [naam kind] vraagt om rust en het wegnemen van factoren die zijn angst en ontregeling versterken. Een dergelijke factor is de gedachte dat zijn vader beslissingen over hem kan nemen. Daar komt bij dat de vader niet steeds zonder meer zijn toestemming verleent voor beslissingen die noodzakelijk of in het belang van [naam kind] zijn. Dit vergroot de spanning en het gevoel van onzekerheid bij [naam kind] . De rechtbank kan zich daarom vinden in het advies dat de Raad heeft gegeven en acht het in het belang van [naam kind] noodzakelijk dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Voor zover daartoe al aanleiding zou zijn geeft de wet geen mogelijkheid om de beëindiging van het gezag te beperken in duur.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de Raad onderzoek te laten doen. Uit de informatie waarover de rechtbank beschikt blijkt in voldoende mate wat de psychische belasting is voor [naam kind] en welke factoren zijn angst en ontregeling versterken. Ook zou een raadsonderzoek extra onrust voor [naam kind] veroorzaken.

De rechtbank zal ook de zelfstandige verzoeken van de vader om een omgangsregeling vast te stellen afwijzen. De problematiek van [naam kind] maakt dat er op dit moment geen ruimte is voor omgang met zijn vader. Het opleggen van contact zou een ernstig risico opleveren voor verdere ontregeling. Zelfs een kaartje van de vader leidt al tot ernstige spanningen bij [naam kind] . Daarmee is er sprake van een ontzettingsgrond in de zin van artikel 1:377a lid 3 sub a, te weten dat omgang een ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van [naam kind] .

De rechtbank zal de proceskosten tussen partijen compenseren in de zin dat ieder van partijen de eigen proceskosten voldoet.

Een en ander leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

De rechtbank:

wijzigt het gezag over [naam kind] in de zin dat de moeder voortaan alleen het gezag over hem uitoefent;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

gelast de griffier de wijziging van het gezag in te schrijven in het gezagsregister;

wijst af het meer of anders verzochte;

compenseert de proceskosten in de zin dat ieder van partijen de eigen proceskosten voldoet.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. ter Brugge, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. R.E. Broekema, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026. De beschikking is ondertekend door de rolrechter.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.E. Broekema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?