RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/125711-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 7 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 maart 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B.M.J.C. van Lee, advocaat te Donkerbroek. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.
Tenlastelegging
Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
in de periode van 12 december 2019 tot en met 23 oktober 2024 te [plaatsnaam] , althans in Nederland, kinderporno in bezit heeft gehad en verspreid, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
d.d. 18 april 2025, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2025, opgenomen op pagina 36 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 maart 2025, opgenomen op pagina 42 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal d.d. 6 maart 2025, opgenomen op pagina 43 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .
De rechtbank acht gelet op voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 12 december 2019 tot en met 23 oktober 2024 schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. Vanwege de aanzienlijke hoeveelheid kinderporno (te weten 15.167 fotos en 121 videos) die verdachte in zijn bezit heeft gehad, de periode waarin hij dat materiaal in bezit heeft gehad, alsmede de duidelijke mappenstructuur die hij daarvoor heeft aangemaakt, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 12 december 2019 tot en met 23 oktober 2024 in Nederland, meermalen, telkens,
in de periode van 12 december 2019 tot en met 30 juni 2024 in Nederland, meermalen, telkens 15.288 afbeeldingen, te weten 15.167 fotos en 121 videos, en gegevensdragers, te weten een Samsung A14 (goednummer 1764896), een Lenovo Notebook (goednummer 1764897), een Gigaset telefoon (goednummer 176741), een Samsung T5 SSD (goednummer 1767142) en een SD HC kaart (goednummer 1767143) bevattende afbeeldingen in bezit heeft gehad en heeft verspreid door deze afbeeldingen te delen met derden door een SD-kaart uit te lenen aan derden, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024 in Nederland, meermalen, telkens 15.288 visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking, te weten 15.167 fotos en 121 videos, en gegevensdragers, te weten een Samsung A14 (goednummer 1764896), een Lenovo Notebook (goednummer 1764897), een Gigaset telefoon (goednummer 176741), een Samsung T5 SSD (goednummer 1767142) en een SD HC kaart (goednummer 1767143) bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad en heeft verspreid door deze afbeeldingen te delen aan derden door een SD-kaart uit te lenen aan derden, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:
- het met een penis, voorwerp of vinger, vaginaal of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeelding 1 t/m 4, p. 56 en 57 procesdossier),
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
in de periode van 12 december 2019 tot en met 30 juni 2024
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024
een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een gewoonte wordt gemaakt.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Motivering van de op te leggen straf en maatregelen
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling (hierna: tbs of tbs-maatregel) met dwangverpleging gevorderd, alsmede oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten aan verdachte in verminderde mate worden toegerekend.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op de verminderde mate waarin het ten laste gelegde aan verdachte is toe te rekenen. De raadsvrouw heeft primair gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf van één dag en oplegging van een GVM, waarbij de reeds aan verdachte verleende rechterlijke machtiging doorloopt. Subsidiair heeft de raadsvrouw oplegging van een tbs met voorwaarden verzocht.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de omtrent verdachte opgemaakte Pro Justitia rapportages en reclasseringsadviezen, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 februari 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich gedurende ongeveer vijf jaren schuldig gemaakt aan het bezitten en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen en daarvan een gewoonte gemaakt. Dit heeft verdachte gedaan terwijl hij in het kader van een tbs-maatregel met voorwaarden in verband met zedenfeiten en een daaropvolgende rechterlijke machtiging verbleef in de (tbs-)kliniek te [plaatsnaam] . Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in bezit gehad, namelijk 15.167 fotos en 121 videos. De fotos en videos die bij verdachte zijn aangetroffen vertonen afschuwelijke beelden van (onder andere zeer jonge) kinderen die moeten poseren en seksuele handelingen moeten verrichten en moeten dulden. Met het bezitten en verspreiden van kinderporno is verdachte indirect betrokken bij het misbruiken van deze kinderen en het in stand houden van de vraag naar kinderpornografisch materiaal. Dit is bijzonder ernstig. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die hier het slachtoffer van zijn, psychologische schade oplopen die zij jaren later en soms zelfs hun hele leven met zich meedragen en dat beelden op internet niet zomaar verdwijnen, zodat het misbruik in feite onbeperkt doorgaat. Verdachte heeft zijn eigen seksuele genot gesteld boven het welzijn van de kinderen die op de aangetroffen materialen zijn weergegeven. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 februari 2026, waaruit blijkt dat aan verdachte in 2013 voor verschillende zedenfeiten, waaronder het bezitten en vervaardigen van kinderporno, een tbs-maatregel met voorwaarden is opgelegd. De tbs-maatregel liep tot april 2023 en heeft negen jaar geduurd.
De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 15 september 2025, opgemaakt door GZ-psycholoog D.R. van der Velden. De conclusie van de psycholoog luidt dat bij
verdachte sprake is van een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een pedofiele stoornis, waardoor zijn inschattings- en sturingsvermogen gekleurd worden. Het advies van de psycholoog is om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 9 september 2025, opgemaakt door psychiater J.M. Westenbroek. De conclusie van de psychiater luidt dat bij verdachte sprake is van pedofilie, genderdysforie, een ongespecificeerde neurologische ontwikkelingsstoornis (met vooral kenmerken van een autismespectrumstoornis) en een licht verstandelijke beperking. De meerdere stoornissen zijn slecht behandelbaar gebleken. Het ziektebesef bij verdachte is zeer beperkt aanwezig en er is een afwezigheid van ziekte-inzicht. De invloed van voornoemde stoornissen was dusdanig groot op het handelen van verdachte, dat de psychiater adviseert om het ten laste gelegde aan verdachte in verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank kan zich met de conclusies van de psycholoog en psychiater verenigen en neemt deze over, en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.
Gevangenisstraf
Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is gerechtvaardigd. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft zij rekening gehouden met de afspraken die rechtbanken onderling hebben gemaakt voor strafoplegging (de LOVS-oriëntatiepunten) en met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd. In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee dat het bewezenverklaarde verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Tbs met dwangverpleging
De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte de maatregel van tbs met dwangverpleging op te leggen. De raadsvrouw heeft verzocht om, bij oplegging van een tbs-maatregel, de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen.
Zoals blijkt uit de hiervoor besproken Pro Justitia rapportages van de psycholoog en de psychiater, bestond bij verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde een gebrekkige ontwikkeling dan wel ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Beide deskundigen concluderen dat zonder behandeling van de stoornissen sprake is van een zeer grote kans op herhaling.
Over het kader waarin de vereiste behandeling kan plaatsvinden wordt het volgende geadviseerd. In de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 15 september 2025 wordt geconcludeerd dat oplegging van een tbs met dwangverpleging de meest passende maatregel is waarbinnen verdachte klinische behandeling zal ondergaan. Dit gedwongen tbs-kader met een hoog beveiligingsniveau biedt de mogelijkheid om vanuit een sterk gekaderde, gestructureerde leefomgeving een extern risicomanagement op te tuigen. De eerder opgelegde tbs met voorwaarden is onvoldoende gebleken om het recidiverisico bij verdachte te verminderen. Indien sprake zal zijn van een gemaximeerde tbs met dwangverpleging wordt geadviseerd
toch een tbs met voorwaarden te overwegen, gelet op het feit dat de tbs met voorwaarden een langere maximumduur kent dan de gemaximeerde tbs met dwangverpleging. In de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 9 september 2025 wordt geadviseerd verdachte opnieuw voor een klinische zedenbehandeling in aanmerking te laten komen. Verdachte kan momenteel meer erkennen dat sprake is van pedofilie, wat maakt dat hij nu mogelijk meer kan profiteren van behandeling. Geadviseerd wordt om te starten op een gemiddeld tot hoog beveiligingsniveau met voldoende toezicht, waarna weer kan worden toegespitst op resocialisatie. Voornoemde behandeling kan volgens de psychiater plaatsvinden in het kader van een tbs met voorwaarden. Gelet op het feit dat verdachte is gerecidiveerd tijdens de eerdere behandeling is een tbs met dwangverpleging ernstig overwogen en wellicht passender. Bij oplegging van een tbs met dwangverpleging zal de maatregel echter gemaximeerd zijn tot vier jaren, wat maakt dat oplegging van een tbs met voorwaarden die negen jaren kan duren wordt geadviseerd.
De reclassering heeft in haar rapport van 27 november 2025 negatief geadviseerd over oplegging van een tbs met voorwaarden gelet op de complexe psychopathologie, de beperkte leerbaarheid en het beperkte ziektebesef van en bij verdachte, alsmede het feit dat verdachte binnen de eerder opgelegde tbs-maatregel met voorwaarden is gerecidiveerd. De reclassering adviseert oplegging van een tbs met dwangverpleging, ook wanneer sprake zou zijn van een gemaximeerde tbs.
De rechtbank is van oordeel dat enkel de maatregel van tbs het vereiste kader biedt waarbinnen verdachte (langdurig) klinisch zal kunnen worden behandeld, terwijl tegelijkertijd ook de bescherming en beveiliging van de maatschappij voldoende gewaarborgd is. Elke andere maatregel schiet tekort in het beperken van het recidiverisico en het gevaar voor de veiligheid van personen. Gelet op de persoon van verdachte zoals deze ter zitting naar voren is gekomen en zoals blijkt uit de diverse rapportages, de bij verdachte aanwezig stoornissen en het beperkte ziekte-inzicht van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat verdachte op dit moment onvoldoende in staat is om zich aan voorwaarden te houden. Dat verdachte daartoe onvoldoende in staat is, blijkt bovendien uit het feit dat hij gedurende de eerder aan hem opgelegde tbs-maatregel met voorwaarden gerecidiveerd is en zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een ernstig zedendelict. De rechtbank is van oordeel dat een tbs met voorwaarden de samenleving onvoldoende bescherming biedt, wat maakt dat een tbs met dwangverpleging de enige passende maatregel is. De rechtbank zal daarom ook overgaan tot de oplegging daarvan.
Gemaximeerde tbs
Met het oog op het bepaalde in artikel 38e Sr, oordeelt de rechtbank dat het bewezenverklaarde feit geen misdrijf is dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zodat de totale duur van de terbeschikkingstelling is beperkt tot de maximale duur van vier jaren.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank ziet voorts aanleiding om, zoals gevorderd door de officier van justitie, een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. De psycholoog, psychiater en reclassering hebben geadviseerd tot oplegging van voornoemde maatregel. Aan de vereisten voor oplegging daarvan is voldaan. Door oplegging van de maatregel wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na afloop van de tbs-maatregel onder toezicht te stellen indien dat in verband met alsdan bestaande risicos noodzakelijk is.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 38z, 240b (oud), 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
Legt op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking, als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.R. Eising, voorzitter, mr. R. Depping en
mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. T.M. Nijmeijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 april 2026.
Mr. R. Depping is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
hij in of omstreeks 12 december 2019 tot en met 23 oktober 2024 te [plaatsnaam] , gemeente Westerveld, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van [begin pleegperiode] tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht), te [plaatsnaam] , in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) 15.288 afbeeldingen, althans een aantal afbeelding(en), te weten 15.167 fotos en/of 121 videos, en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een Samsung A14 (goednummer 1764896) en/of Lenovo Notebook (goednummer 1764897) en/of een Gigaset telefoon (goednummer 176741) en/of een Samsung T5 SSD (goednummer 1767142) en/of een SD HC kaart (goednummer 1767143) bevattende een afbeelding(en), in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid door deze afbeeldingen te delen met derde(n) door een SD-kaart uit te lenen en/of weg te geven, in ieder geval ter beschikking te stellen aan (een) derde(n), en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke
voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:
- het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeelding 1 t/m 4 van de toonmap, p.56 en 57 procesdossier en p. 14 en 15 van de
toonmap)
van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 oktober 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)te [plaatsnaam] , in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) 15.288 visuele weergaven, althans een (aantal) visuele weergave(n), van seksuele aard en/of met onmiskenbare seksuele strekking, te weten 15.167 fotos en/of 121 videos, en/of (een) gegevensdrager(s), te weten een Samsung A14 (goednummer 1764896) en/of Lenovo Notebook (goednummer 1764897) en/of een Gigaset telefoon (goednummer 176741) en/of
een Samsung T5 SSD (goednummer 1767142) en/of een SD HC kaart (goednummer 1767143) bevattende een afbeelding(en), in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid door deze afbeeldingen te delen aan (een) derde(n) door een SD-kaart uit te lenen en/of weg te geven, in ieder geval ter beschikking te stellen aan derde(n), en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:
- het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeelding 1 t/m 4 van de toonmap, p.56 en 57 procesdossier en p. 14 en 15 van de
toonmap)
- en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of door de persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt zelf
(afbeeldingen 9 t/m 12, p.58 en 59 procesdossier en p.16 en 17 van de toonmap)
- en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een
onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeeldingen 5 t/m 8, p.57 en 58 procesdossier en p. 15 en 16 van de toonmap)
(afbeeldingen 16 & 17, p.61 procesdossier en p.19 van de toonmap)
van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.