RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaak-/rekestnummer: C/19/148689 / FA RK 24-1526
beschikking van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2026
inzake
[verzoekster] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna ook te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Hoekman-Haan, kantoorhoudende in Stadskanaal,
tegen
[verweerder] ,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna ook te noemen de man,
advocaat mr. R. Kertokarijo, kantoorhoudende in Winschoten.
1. Het (verdere) procesverloop
Bij beschikking van 23 september 2025, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd, heeft de rechtbank ten aanzien van de bodemprocedure bepaald dat [minderjarige 1] wordt ingeschreven op het adres van de man en dat [minderjarige 2] wordt ingeschreven op het adres van de vrouw en een voorlopige zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige 2] in de ene week van donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw verblijft en in de andere week [minderjarige 1] van donderdag na school tot zaterdag na het avondeten bij de vrouw verblijft. De rechtbank heeft de definitieve beslissing ten aan zien van de zorgregeling aangehouden.
De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van:
- het F2-formulier van mr. C.M. de Jonge, ontvangen op 10 december 2025;
- het F2-formulier (met bijlage) van mr. M. Hoekman-Haan, ontvangen op 10 december 2025;
- het F9-formulier van mr. R. Kertokarije, ontvangen op 16 december 2025;
- het F9-formulier (met bijlage) van mr. M. Hoekman-Haan, ontvangen op 17 december 2025;
- het mailbericht van Curess, ontvangen op 26 januari 2026;
- het F9-formulier (met bijlage) van mr. R. Kertokarijo, ontvangen op 3 maart 2026.
De rechtbank heeft de mondelinge behandeling van de zaak voortgezet op de zitting van 5 maart 2026. Partijen zijn daarbij verschenen en gehoord bijgestaan door hun advocaten. Tevens was [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) ter zitting aanwezig.
Voorafgaand aan de zitting, op 20 januari 2026, heeft de kinderrechter met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken. De kinderrechter heeft tijdens de zitting een samenvatting van dit gesprek gegeven.
2. Het (nadere) standpunt van de man
Op 20 februari 2026 heeft Curess een evaluatiegesprek gevoerd met de man en de vrouw samen. De man heeft begrepen dat de vrouw heeft aangegeven dat zij kan instemmen met een zorgregeling waarbij de kinderen hun hoofdverblijf bij de man hebben en de vrouw contact heeft met de kinderen, wanneer de kinderen dit aangeven. De man heeft hierop laten weten dat hij zich onveranderd blijft inzetten om het contact met en de band tussen de vrouw en de kinderen te stimuleren. Naar de man heeft begrepen is het GO-traject (gezamenlijk ouderschap) van Curess hiermee geëindigd.
3. Het (nadere) standpunt van de vrouw
De vrouw heeft tijdens de zitting verteld dat de voorlopige zorgregeling, zoals die tot voor kort heeft plaatsgevonden, wederom zeer moeizaam is verlopen. Er was sprake van ongewenst gedrag van de kinderen. De vrouw heeft dit bij Curess aangegeven, maar zij zijn niet gespecialiseerd in deze problematiek en kunnen daarin niet de nodige hulp bieden. De vrouw is van mening dat er sprake lijkt te zijn van een extreme vorm van ouderverstoting. De vrouw heeft besloten om in het belang van de kinderen en uit liefde voor de kinderen niet langer aan ze te trekken, zodat er rust kan komen voor de kinderen en voor de vrouw. De vrouw wenst alleen omgang met de kinderen als zij dit zelf aangeven.
4. Het advies van de Raad
De Raad heeft tijdens de zitting geadviseerd. De Raad hoopt dat de kinderen rust zullen ervaren nu de zorgregeling is stopgezet. Ieder kind wil in de basis contact met beide ouders. Deze kinderen geven aan dat niet te willen, en dat is iets waar de Raad zich zorgen over maakt. Het is verdrietig om te merken dat het niet gelukt is om gelijkwaardig ouderschap te bewerkstelligen. De Raad constateert dat ouders het eens zijn over het (non-) contact tussen de vrouw en de kinderen, maar dit is wat de Raad betreft een onbevredigende conclusie. Wat nu als rust wordt ervaren, is in feite schijnrust. De Raad wil ouders meegeven om na te denken of deze situatie in de toekomst bijdraagt aan wat ze voor de kinderen willen. Als de kinderen hun moeder niet zien, zal dat gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. De man verkeert in de positie dat hij invloed kan uitoefenen op de kinderen; de vrouw kan dit niet. De vrouw staat bijvoorbeeld voor het dilemma of ze wel of niet een appje moet sturen naar de kinderen. De Raad adviseert om de kindgesprekken bij Curess door te laten lopen, ook als de kinderen aangeven dit niet nodig te hebben. De kinderen moeten een plek hebben - los van hun vader - waar ze zouden kunnen uitspreken dat ze weer contact met hun moeder willen en bespreken hoe ze dit aan moeten pakken. Voor de kinderen zal onduidelijk zijn of de man achter hun eventuele, toekomstige wens tot contact met de vrouw kan staan in verband met de strijd die er is geweest. Het is goed dat de man aangeeft dat hij wekelijks bij de kinderen incheckt en vraagt hoe ze daarin staan. De man dient aan de kinderen aan te geven, dat als ze naar de vrouw willen gaan, ze dit bij Curess kunnen bespreken.
5. De motivering
Partijen hebben tijdens de zitting overeenstemming bereikt over het hoofdverblijf van de kinderen en de zorgregeling.
Het verzoek van de man tot vaststelling van het hoofdverblijf van de kinderen bij de man zal als niet langer weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen worden toegewezen.
Beide partijen hebben tijdens de zitting aangegeven, dat zij zich erin kunnen vinden, dat er op dit moment geen zorgregeling wordt vastgelegd tussen de vrouw en de kinderen. De vrouw heeft aangegeven, dat zij de kinderen vrij zal laten in het contact met haar. Als de kinderen in de toekomst weer naar de vrouw toe willen, staat zij daar altijd voor open. De man wenst dat de band tussen de vrouw en de kinderen in de toekomst beter wordt. De man zal zich daarvoor inzetten, onder andere door regelmatig bij de kinderen te polsen of zij ruimte hebben voor het contact met hun moeder.
De rechtbank zal de verzoeken van partijen tot vaststelling van een zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen afwijzen.
De vrouw heeft tijdens de zitting verzocht dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zo spoedig mogelijk worden bijgeschreven op de zorgpolis van de man. De man heeft tijdens de zitting toegezegd, dat hij zich daarvoor zal inzetten.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een aparte brief geïnformeerd over de uitkomst van de procedure, die hieronder ook ter kennisgeving aan ouders is opgenomen.
"Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
er komt met deze beslissing een einde aan de rechtszaak tussen jullie ouders over de omgangsregeling. Jullie ouders zijn het er namelijk inmiddels allebei over eens dat jullie moeten worden ingeschreven bij je vader en daar ook wonen (dat heet: hoofdverblijf) en dat er geen vaste omgangsregeling tussen jullie en je moeder wordt vastgelegd.
Je moeder heeft uitgelegd dat het contact tussen jullie en haar zo ingewikkeld was geworden en zoveel weerstand en spanning bij jullie opriep, dat het haar nu beter lijkt om jullie vrij te laten in het contact met haar. Deze beslissing heeft ze met pijn in haar hart genomen, om jullie rust te geven.
Je vader heeft verteld dat hij het belangrijk vindt dat er nu eerst rust komt, maar ook dat er op een gegeven moment wel weer contact is tussen jullie en jullie moeder.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] , misschien zijn jullie opgelucht dat er duidelijkheid is en dat er een einde komt aan de rechtszaak. Dat zou ik goed begrijpen. En toch wil ik jullie nog wel iets meegeven.
Je moeder blijft altijd je moeder. En als je haar heel lang niet ziet of spreekt, kan het zijn dat er opeens iets gaat knagen. Dat je aan haar denkt. Dat er een fijne herinnering opkomt. Dat je haar iets wil vragen, iets kleins of iets belangrijks. Dat je ineens spijt of verdriet voelt omdat jullie zoveel ruzie met elkaar hebben gemaakt. Dat je haar misschien zelfs wel weer eens wil zien. Weet dan dat het niet gek is dat je dat voelt of denkt, ondanks alles wat er is gebeurd. Jullie moeder heeft gezegd dat haar deur voor jullie open staat. Hoe moeilijk een eerste stapje soms ook is, je mag het altijd weer proberen. En als je zelf niet weet hoe: je kunt erover praten, met mensen die je al kent, of bijvoorbeeld met de hulpverleners van Curess.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] , ik wens jullie het allerbeste.
Met vriendelijke groet, de kinderrechter."
6. Beslissing
De rechtbank:
bepaalt het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Woudenberg, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
- door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
fn: 197/HvV