ECLI:NL:RBNNE:2026:1189

ECLI:NL:RBNNE:2026:1189

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 18.290211.22
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Groningen
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNNE:2026:1190

Samenvatting

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren en verkopen van amfetamineolie en het plegen van voorbereidingshandelingen voor het opzetten van verschillende labs voor de productie van amfetamineolie. Daarnaast heeft verdachte zich op meerdere momenten schuldig gemaakt aan de export van amfetamineolie en XTC-pillen naar Duitsland. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18.290211.22

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 14 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 maart 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Zevenboom, advocaat te Amsterdam.

Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. Broerse. Het onderzoek ter terechtzitting is op 14 april 2026 gesloten.

Tenlastelegging

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de volledige tekst van de tenlastelegging verwezen naar de inhoud daarvan zoals opgenomen in de bijlage. De inhoud van die bijlage dient als hier ingelast te worden beschouwd.

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, op neer dat verdachte:

1. zich in de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan (onder meer) het bereiden, verkopen en vervoeren van amfetamineolie;

2. zich in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen ten behoeve van (onder meer) het bereiden, verkopen en vervoeren van amfetamineolie;

3. zich op 31 juli 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het buiten het grondgebied van Nederland brengen van 3 liter amfetamineolie dan wel het verkopen en/of aanwezig hebben daarvan, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe;

4. zich op 17 augustus 2020 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het buiten het grondgebied van Nederland brengen van 5 liter amfetamineolie dan wel het verkopen en/of aanwezig hebben daarvan, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe;

5. zich op 17 september 2020 samen met andere schuldig heeft gemaakt aan het buiten het grondgebied van Nederland brengen van 10 liter amfetamineolie en/of 5000 XTC-pillen dan wel het verkopen en/of aanwezig hebben daarvan, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van voorbereidingshandelingen daartoe.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de (primair) ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft de beoordeling van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de (primair) ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De opgave luidt als volgt:

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de primair tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1

hij, in de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020, te Dedemsvaart en elders in Nederland, meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, geleverd, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, en vervaardigd, (in een loods aan de [adres] en elders),

- een hoeveelheid amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

2.

hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020, in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen van amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, opzettelijk

ten aanzien van een productielocatie te Dedemsvaart (aan de [adres] ):

3.

hij, op 31 juli 2020, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

3 liter amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij, op 17 augustus 2020, in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

5 liter amfetamineolie, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

5.

hij, op 17 september 2020, in Nederland, tezamen en in vereniging anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

10 liter amfetamineolie en 5000 XTC-pillen, bevattende MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Samenloop

De rechtbank is van oordeel dat er met betrekking tot de feiten 1 en 2 sprake is van eendaadse samenloop voor wat betreft dat deel van de feiten waar overlap is in de bewezenverklaarde periode.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

en

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van de feiten 1 en 2

de (gedeeltelijke) eendaadse samenloop van

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B, onder C en onder D van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

2. medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen door

3. een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of

4. een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of

inlichtingen te verschaffen en

- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te

verschaffen en

- voorwerpen, stoffen, en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het

plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van de feiten 3, 4 en 5:

3. primair, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

4. primair, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod

5. primair, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de primair ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De raadsman heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft zich sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis positief ontwikkeld en ten volle gebruik gemaakt van de kansen die hij heeft gekregen. Dit blijkt ook uit het reclasseringsadvies. Hij heeft een baan, een inkomen en een stabiel sociaal netwerk. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal de positieve ontwikkeling van verdachte doorkruisen. Verder dient in strafmatigende zin rekening te worden gehouden met de beperkte rol die verdachte in het geheel heeft gepleegd en met een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan 12 maanden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte

zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsadvies d.d. 20 januari 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het produceren en verkopen van amfetamineolie en het plegen van voorbereidingshandelingen voor het opzetten van verschillende labs voor de productie van amfetamineolie. Daarnaast heeft verdachte zich op meerdere momenten schuldig gemaakt aan de export van amfetamineolie en XTC-pillen naar Duitsland. Met zijn handelen kan verdachte medeverantwoordelijk gehouden worden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Bovendien is de handel in harddrugs zeer lucratief en gaat de productie en de verkoop ervan vaak gepaard met andere vormen van zware, georganiseerde criminaliteit, waaronder ernstige vormen van geweld. Daar komt bij dat de chemicaliën en het afval van de productie van synthetische drugs doorgaans grote schade aan de natuur en het milieu veroorzaken. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs, met alle nadelige gevolgen van dien. Verdachte heeft geen rekening gehouden met voornoemde schadelijke gevolgen, maar heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin. De rechtbank rekent dit verdachte sterk aan.

De rechtbank is van oordeel dat voor dergelijke feiten, mede gezien de oriëntatiepunten voor straftoemeting, een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

Persoon van verdachte

Uit het reclasseringsadvies en hetgeen ter terechtzitting is besproken, blijkt dat verdachte de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis begin december 2023 heeft verdachte zich aan alle schorsingsvoorwaarden gehouden. Blijkens het reclasseringsadvies wordt het recidiverisico thans als laag ingeschat. De reclassering adviseert om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen langer dan de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, omdat dit een negatief effect zal hebben op alles wat hij heeft opgebouwd in de schorsingsperiode. Een voorwaardelijke strafdeel zou kunnen fungeren als stok achter de deur om de ingeslagen weg te continueren.

Op te leggen straf

Hoewel de rechtbank ziet dat verdachte zich de afgelopen jaren positief heeft ontwikkeld en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze ontwikkeling mogelijk zal doorkruisen, is de rechtbank van oordeel dat bij een bewezenverklaring van onderhavige feiten, gelet op de aard en ernst daarvan, niet kan worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden zal de rechtbank wel bepalen dat een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk zal worden opgelegd. De rechtbank merkt hier nog op dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte een leidinggevende rol heeft vervuld, zodat de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf komt dan die aan medeverdachte [medeverdachte] wordt opgelegd. Gelet op het al voornoemde acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend.

Redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat er in onderhavige zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. In voornoemd artikel is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft daarbij te gelden dat de behandeling ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Die termijn vangt aan op het moment dat vanuit de Nederlandse Staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

In onderhavige zaak gaat de rechtbank uit van het startpunt van de redelijke termijn zoals door de raadsman bepleit, te weten 7 maart 2023, het moment waarop het Openbaar Ministerie heeft laten weten dat verdachte Europees gesignaleerd stond. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door die mededeling in redelijkheid kon verwachten dat tegen hem ter zake van het vervaardigen en verhandelen van harddrugs door het Openbaar Ministerie strafvervolging zou worden ingesteld. Gelet hierop is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met 13 maanden.

Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn ziet de rechtbank aanleiding om een groter deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en de proeftijd te beperken tot één jaar.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar, en met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, onder 2, onder 3 primair, onder 4 primair en onder 5 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op één jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. A. Jongsma en mr. H. de Ruijter, rechters, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.

Mr. H. de Ruijter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

Tenlastelegging

1.

hij, in of omstreeks de periode van 13 juni 2020 tot 1 september 2020, althans in of omstreeks 2020, te Oude Pekela en/of Groningen en/of Dedemsvaart en/of Venlo en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, geleverd, afgeleverd, verstrekt en/of

vervoerd, en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig gehad (in een loods aan/nabij de [adres] en/of elders),

-een (grote) hoeveelheid amfetamineolie, althans (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(olie), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst t, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet; (3M58)

2.

hij, (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020, althans in of omstreeks 2020, te Oude Pekela en/of Groningen en/of Dedemsvaart en/of Venlo en/of Veendam en/of Assen en/of Ter Apel en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van amfetamineolie, althans een materiaal bevattende amfetamine(olie), althans (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk

ten aanzien van die/een productielocatie te Dedemsvaart (aan/nabij de [adres] ):

(JM58/JM58-01/JM58-02) 3.

hij, op of omstreeks 31 juli 2020, althans in of omstreeks juli 2020, in elk geval de periode van 1 juli 2020

tot 1 oktober 2020 te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

althans verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig gehad,

-(ongeveer) 3 liter amfetamineolie, althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(olie), in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(JM108)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, in of omstreeks juli 2020, althans de periode van 1 juli 2020 tot 1 oktober 2020, te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en/of 5 van de Opiumwet, en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (telkens) een grote hoeveelheid amfetamine(olie), zijnde (althans) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

4.

hij, op of omstreeks 17 augustus 2020, althans in of omstreeks augustus 2020, in elk geval de periode van 1 juli 2020 tot 1 oktober 2020, te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, althans verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig gehad,

- ( ( ongeveer) 5 liter amfetamineolie, althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(olie), in elk geval (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(3M108)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, in of omstreeks augustus 2020, althans de periode van 1 juli 2020 tot 1 oktober 2020 te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en/of 5 van de Opiumwet, en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (telkens) een grote hoeveelheid amfetamine(olie), zijnde (althans) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk

5.

hij, op of omstreeks 17 september 2020, althans in of omstreeks september 2020, in elk geval de periode van 1 juli 2020 tot 1 oktober 2020, te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, althans verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval aanwezig gehad,

- ( ( ongeveer) 10 liter amfetamineolie en/of 5000 XTC-pillen, bevattende MDMA, althans (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(olie) en/of MDMA, in elk geval (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(3M108)

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, in of omstreeks september 2020, althans de periode van 1 juli 2020 tot 1 oktober 2020, te Groningen en/of elders in Nederland en/of Duitsland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 4 en/of 5 van de Opiumwet, en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van (telkens) een grote hoeveelheid amfetamine(olie) en/of XTC-pillen/MDMA, (elk) zijnde (althans) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

door, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, opzettelijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?