RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/072163-24
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/360407-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 april 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. Klunder, advocaat te Heerenveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T.H. Pitstra.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Ten aanzien van 18/072163-24:
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode 1 juli 2023 tot en met 9 september 2023 te Groningen met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 62 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode 1 juli 2023 tot en met 9 september 2023 te Groningen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.
Ten aanzien van 18/360407-24:
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
12 ( Bestandsnamen [bestandsnaam 1] , p. 111 [bestandsnaam 2] , p. 112) het met de/een penis en/of vinger/hand en en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Bestandsnamen [bestandsnaam 3] , p. 112 [bestandsnaam 4] , p. 113)
en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnamen: [bestandsnaam 5] , p. 113 [bestandsnaam 6] , p. 114)
en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd
van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnaam [bestandsnaam 7] , p. 114) 13 en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
2. hij op of omstreeks 7 september 2023 te Groningen, in elk geval in Nederland, ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, te weten door
3. zijn, verdachtes, billen in de richting van een hond te draaien en/of deze hond naar zijn, verdachtes, achterzijde te drukken, en/of
4. deze hond zijn, verdachtes, scrotum en/of anus en/of billen en/of benen te laten likken.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van 18/072163-24:
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit.
Ten aanzien van 18/360407-24:
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Standpunt van de verdediging
Ten aanzien van 18/072163-24:
De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van dit feit aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van 18/360407-24:
De raadsvrouw heeft primair betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd:
Naar aanleiding van de aangetroffen hennepkwekerij zijn gegevensdragers van verdachte in beslag genomen en nader onderzocht. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat op bepaalde gegevensdragers kinder- en dierenporno aanwezig was. Volgens de raadsvrouw was voor dat nadere onderzoek geen machtiging gegeven door de rechter-commissaris, maar was slechts een machtiging gegeven voor de doorzoeking van de woning ter inbeslagneming en ter vastlegging van gegevens en voor een netwerkzoeking. De raadsvrouw heeft verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:409, NJ 2025/116). De raadsvrouw stelt dat het onderzoek meer inhield dan een beperkte inbreuk op de levenssfeer van verdachte. Zij verzoekt de rechtbank om de processen-verbaal, die zijn opgesteld naar aanleiding van dit onderzoek, uit te sluiten van het bewijs. Alleen de bekennende verklaring van verdachte blijft dan over, maar deze verklaring is een direct resultaat van het onrechtmatige onderzoek aan de gegevensdragers.
Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd om verdachte partieel vrij te spreken van de omstandigheid gewoonte maken. Volgens de raadsvrouw is de hoeveelheid aangetroffen afbeeldingen in relatie tot de ten laste gelegde periode beperkt gebleven. Daarnaast is verdachte nooit gericht op zoek gegaan naar
kinderporno.
Ten aanzien van feit 2 refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van 18/072163-24:
De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
Ten aanzien van 18/360407-24:
Ten aanzien van 18/360407-24, feit 1:
Primair verzoek tot bewijsuitsluiting
Volgens de verdediging is voor het nader onderzoek aan de inbeslaggenomen gegevensdragers van verdachte geen machtiging verleend door de rechter-commissaris. De raadsvrouw is van mening dat dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van de processen-verbaal die zijn opgemaakt naar aanleiding van die nadere onderzoek.
De rechtbank zal allereerst de gang van zaken rondom de machtiging van de rechter-commissaris d.d. 13 september 2023 beoordelen. Deze machtiging ziet op toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot doorzoeking ter inbeslagneming en/of ter vastlegging van gegevens, inclusief een netwerkzoeking.
Uit het dossier volgt dat ten tijde van de doorzoeking op 9 september 2026, na de machtiging van de rechter-commissaris, een verbalisant op een ontgrendelde PC een webbrowser open zag staan dat hem ambtshalve bekend was als een website met een seksuele component. Vervolgens heeft de officier van justitie mondeling contact gezocht met de rechter-commissaris en gevorderd de gegevensdragers te mogen doorzoeken. De rechter-commissaris heeft hier mondeling toestemming voor verleend. In de beslissing van de rechter-commissaris wordt weergegeven dat de officier van justitie op 11 september 2023 de mondelinge vordering schriftelijk heeft bevestigd en ter onderbouwing daarvan een proces-verbaal heeft overlegd van de Politie eenheid Noord-Nederland met kenmerk 2023240305 van 9 september 2023. De rechter-commissaris heeft vervolgens bij haar beoordeling de door de officier van justitie mondeling meegedeelde feiten en omstandigheden meegenomen en daarbij wordt vermeld dat de
in het proces-verbaal vastgelegde feiten en omstandigheden overeen komen met wat mondeling was meegedeeld.
Gelet op het feit dat op 9 september 2023 door de officier van justitie mondeling feiten en omstandigheden zijn meegedeeld en vervolgens de verleende machtiging ook daarop zag, is de rechtbank van oordeel dat de machtiging, zoals die is gegeven op 12 september 2023, ook zag op het nader onderzoek van de in beslag genomen gegevensdragers.
Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat volstaan kan worden met de machtiging van de rechter-commissaris die is gegeven op 12 september 2023 en dat sprake is van een rechtmatige inbeslagneming van de gegevensdragers, evenals het nader onderzoek dat na de inbeslagname daarvan is gedaan. Er is dus geen sprake van een vormverzuim dat kan leiden tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank acht de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten, met uitzondering van het deel van het onder 1 ten laste gelegde dat betrekking heeft op een gewoonte maken, duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
Ten aanzien van feit 1:
d.d. 3 oktober 2024, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant.
Ten aanzien van feit 2:
d.d. 3 oktober 2024, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant.
Subsidiair verzoek tot partiele vrijspraak van het gedeelte gewoonte maken
De rechtbank acht bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank neemt hiervoor de pleegperiode in aanmerking, alsmede het feit dat verdachte compilaties maakte van de afbeeldingen. Ook categoriseerde hij de afbeeldingen en maakte hij hiervoor mapjes. Voorts verplaatste verdachte herhaaldelijk afbeeldingen tussen computers en gooide geen afbeeldingen weg. De rechtbank acht op grond van voornoemde dan ook dat er sprake is van het
gewoonte maken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
Ten aanzien van 18/072163-24:
een of meer onbekend gebleven personen in de periode 1 juli 2023 tot en met 9 september 2023 te Groningen opzettelijk hebben geteeld (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 62 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode 1 juli 2023 tot en met 9 september 2023 te Groningen, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.
Ten aanzien van 18/360407-24:
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen
- zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de/een penis en/of mond/tong en/of vinger/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
12 ( (Bestandsnamen [bestandsnaam 1] , p. 111 [bestandsnaam 2] , p. 112)
het met de/een penis en/of vinger/hand en en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of het met de/een penis en/of vinger/hand en/of voorwerp en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Bestandsnamen [bestandsnaam 3] , p. 112 [bestandsnaam 4] , p. 113)
en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnamen: [bestandsnaam 5] , p. 113 [bestandsnaam 6] , p. 114)
en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd
van 18 jaar nog niet had bereikt
en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnaam [bestandsnaam 7] , p. 114)
13 en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
2. Hij op 7 september 2023 te Groningen ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, te weten door
3. zijn, verdachtes, billen in de richting van een hond te draaien en/of deze hond naar zijn, verdachtes, achterzijde te drukken, en/of
4. deze hond zijn, verdachtes, scrotum en/of anus en/of billen en/of benen te laten likken.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van 18/072163-24:
medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod.
Ten aanzien van 18/360407-24:
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
Ten aanzien van 18/072163-24 en 18/360407-24 feit 1 en 2:
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 weken, waarvan 23 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, en een taakstraf voor de duur van 150 uren. Bij deze strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met het ad informandum gevoegde feit, te weten het verspreiden, bezitten en vervaardigen van dierenpornografie onder parketnummer 18-360407-24.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit om aan verdachte geen gevangenisstraf op te leggen dan wel één dag gevangenisstraf in verband met het taakstrafverbod. Zij verzoekt daarbij rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de positieve stappen die hij tot nu toe heeft gezet.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de reclasseringsrapporten 25 maart 2025 en van 9 februari 2026 en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, dat hiermee is afgedaan.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten aanzien van 18/072163-24 is verdachte als medeplichtige betrokken geweest bij de exploitatie van een hennepkwekerij in een pand aan [adres] te Groningen. Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan anderen voor hennepteelt en de productie van verdovende middelen daarmee mogelijk gemaakt. Hennep kan bij langdurig gebruik leiden tot schade voor de gezondheid. Daarnaast zorgt hennepteelt voor overlast en (brand-)gevaarlijke situaties voor naastgelegen panden en woonhuizen en werkt het, gelet op de grote winsten die daarmee worden gemaakt, allerlei vormen van criminaliteit in de hand. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij zich aan zijn verantwoordelijkheid heeft onttrokken en alleen oog heeft gehad voor zijn eigen behoeften door de criminele activiteiten van anderen niet alleen toe te staan maar tevens te faciliteren.
Ten aanzien van 18/360407-24 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno en heeft hij hier ook een gewoonte van gemaakt. Verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de vraag naar kinderpornografisch materiaal en daarmee aan de vervaardiging en het bevorderen van uiterst verwerpelijke praktijken. Door het bezit van kinderporno is hij indirect betrokken bij het misbruik van kinderen, die worden gedwongen tot het poseren en ondergaan van handelingen die op ernstige wijze inbreuk maken op hun lichamelijke integriteit. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich enkel heeft laten leiden door zijn eigen seksuele behoeften en dat hij op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met de positie en het leed van de slachtoffers van kinderporno. Daarnaast heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan ontucht met zijn hond en het filmen daarvan.
De rechtbank rekent dit alles verdachte aan en is van oordeel dat, gelet op de voor de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting, alleen al voor het bezit van kinderporno de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel zonder meer gerechtvaardigd is. Bovendien geldt voor dit feit een taakstrafverbod.
De feiten zijn gepleegd in een periode waarin verdachte als gevolg van een aantal life-events in een sociaal isolement is geraakt en zijn dagen vulde met het gebruik van verdovende middelen, het kijken naar en downloaden van porno en het online gamen. Na zijn aanhouding heeft verdachte bij de reclassering aangegeven te willen werken aan zijn verslaving en zijn psychisch emotioneel functioneren. De reclassering adviseert (onder meer) het volgen van een behandeling waarbij er gewerkt wordt aan het verkrijgen van interne correctiemechanismen op zijn denken, voelen en gedrag, die betrokkene nu lijkt te ontberen.
De reclassering concludeert dat verdachte inmiddels positieve stappen heeft gezet met betrekking tot zijn omstandigheden, maar dat nog niet gesproken kan worden van een duurzame gedragsverandering.
De rechtbank heeft ter terechtzitting gezien dat verdachte de ernst van de feiten inziet. Hij heeft openheid van zaken gegeven en heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Hij is bezig zijn leven weer op orde te krijgen. Hij probeert abstinent te blijven van drugs. Verdachte heeft laten zien dat hij wil voorkomen dat hij nog een keer in eenzelfde situatie terechtkomt door zijn leven nu, in positieve zin, een andere wending te geven. De rechtbank zal hier in strafmatigende zin rekening mee houden.
Daarbij komt dat het lang heeft geduurd voordat deze zaak op zitting behandeld kon worden. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. Op 9 september 2023 werd ten aanzien van het ten laste gelegde onder 18/072163-24 een doorzoeking gedaan waarbij de hennepkwekerij is aangetroffen. Vanaf dit moment was verdachte bekend met een verdenking en is de redelijke termijn gaan lopen. Dit vonnis wordt uitgesproken op 17 april 2026. Dat betekent dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer zeven maanden. Deze overschrijding valt niet aan verdachte toe te rekenen.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 24 weken, waarvan 23 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Aan het voorwaardelijke deel zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden koppelen zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op, te weten een taakstraf voor de duur van 150 uren.
Inbeslaggenomen goederen
De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 62 stuks hennep vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 48, 57, 240b (oud) en 254 Sr van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder parketnummer 18/072163-24 en het onder parketnummer 18/360407-24 feit 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 24 weken.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 23 weken niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd:
1. meldt op afspraken met de reclassering (Reclassering VNN Groningen, [adres] ), zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.
De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;
2. meewerkt aan diagnostiek en geïndiceerde behandeling door GGZ De Waag of een
soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
een taakstraf voor de duur van 150 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.
Verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen goed met goednummer:
62 stuks hennep.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schuth, voorzitter, mr. M.B.W. Venema en mr. L.S. Wachters, rechters, bijgestaan door mr. J.H. Nieboer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.