RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269208614
zaaknummer: 11810481 BU VERZ 25-1595
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 27 maart 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 21 september 2024, om 01:00 uur, op de Stationsweg in Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 27 maart 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was betrokkene aanwezig. De officier van justitie heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene voert aan dat zij handelde uit noodweer, omdat zij zichzelf wilde beschermen. Iemand achtervolgde haar toen zij naar huis fietste vanaf een vriendin. Een man fietste dicht bij haar en begon dingen te roepen. Betrokkene stelt dat zij daarom besloot een vriendin of huisgenoot te bellen. Op het moment dat zij wilde bellen zag een verbalisant haar fietsen met een mobiel in haar hand. Betrokkene voert aan dat de verbalisant niet naar haar verklaring wilde luisteren.
3. Ook stelt betrokkene dat zij door het pakken van haar telefoon geen andere weggebruikers in gevaar heeft gebracht. Het was namelijk 01:00 uur in de nacht en er waren nauwelijks andere weggebruikers. Verder vindt zij de afweging van de officier van justitie waarin de verkeersveiligheid boven haar eigen veiligheid gaat onjuist.
4. Van de officier van justitie is over dit beroep geen standpunt bekend.
Beslissing
5. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
7. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd redenen om de boete te vernietigen. Betrokkene fietste in een verlaten stationsgebied, er fietste iemand achter haar aan en riep dingen. Zij had de telefoon in de hand zodat het in ieder geval leek alsof ze iemand wilde bellen. De verkeersveiligheid is van groot belang maar in dit geval gaat eigen veiligheid even voor. De kantonrechter begrijpt ook dat betrokkene in deze situatie niet van haar fiets kon stappen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. A.G.Z. Lagerweij, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.