RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267133706
zaaknummer: 11742752 BU VERZ 25-1195
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 februari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 16 juni 2024, om 14:18 uur, op het Akerkhof in Groningen, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Betrokkene stelt dat zijn telefoon niet werkte en uitstond toen hij deze tussen zijn hand en het stuur van de fiets geklemd had. Bij de staandehouding is hem door de agenten verteld dat het gesprek en een waarschuwing zouden volstaan, er werd geen boete opgelegd. Ook zou de ov-fietsverhuurder voortaan mensen die voor het eerst een fiets huren gaan waarschuwen over het verbod om te fietsen met een telefoon in de hand.
3. De vertegenwoordigster verzoekt om ongegrondverklaring van het beroep.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet. Deze kan daarom worden vastgesteld.
6. Hij stelt dat de telefoon niet werkte, uitgeschakeld was en dat hem een waarschuwing is gegeven.
De verbalisanten hebben op ambtsbelofte een aanvullend proces-verbaal opgemaakt. Daarin verklaren zij dat betrokkene al fietsend in de richting van het scherm van de telefoon keek terwijl hij de telefoon vasthield ter hoogte van zijn borst/buik. Ook verklaren de verbalisanten dat betrokkene geen waarschuwing is gegeven, maar dat hem gezien de gevaarzetting een bekeuring is aangezegd.
Uit deze verklaring maakt de kantonrechter op dat de telefoon was ingeschakeld en werkte en dat betrokkene geen waarschuwing is gegeven. Hij zal het beroep daarom ongegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.