RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266575623
zaaknummer: 11715332 BU VERZ 25-1108
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 februari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 28 mei 2024, om 20:47 uur, in de Stationsstraat in Winschoten , met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Conclusie
Standpunten
2. De gemachtigde, vader van betrokkene, schrijft dat de bekeuring op een ander moment is aangezegd dan de overtreding zou zijn geconstateerd. Voordat hij is bekeurd, is betrokkene onterecht aangehouden en verhoord. Op het moment van aanhouding heeft hij een waarschuwing gekregen voor zijn telefoongebruik. Op een later moment zou de verbalisant betrokkene hebben zien telefoneren op de fiets, maar betrokkene deed zijn oordopje dieper in zijn oor. Hij belt namelijk altijd handsfree en helemaal op dat moment, aangezien hij net was gewaarschuwd.
3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. Hij zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
5. De geconstateerde verkeersovertreding is een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, dat luidt: “Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”
6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding.
7. De verbalisant heeft bij het opleggen van de boete verklaard dat hij betrokkene tegelijkertijd zag fietsen en bellen.
8. In een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant verklaard: “Ik, verbalisant, stond aan de overkant van de straat dan waar [betrokkene] stond. Ik vermoed dat er ongeveer 40 a 50 meter tussen ons in stond. Ik, verbalisant, zag dat het een donkerkleurige mobiele telefoon was en ik zag het beeldscherm van de telefoon oplichten.”
9. In het zaakoverzicht heeft de verbalisant niet verklaard dat betrokkene tijdens het fietsen een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. Fietsen en bellen tegelijk kan ook handsfree. In het aanvullend proces-verbaal zegt de verbalisant dat hij zag dat betrokkene aan de overkant van de straat stond. Het is dus niet duidelijk geworden of betrokkene tijdens het fietsen een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De verkeersovertreding kan daarom niet worden vastgesteld en het beroep zal gegrond worden verklaard.
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.