RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269625967
zaaknummer: 11779197 BU VERZ 25-1419
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 februari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R326 – ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 9 oktober 2024, om 13:12 uur, op het Overwinningsplein in Groningen, met een motorfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 februari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. P.A. Veenstra aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie.
Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. In het pro forma-beroepschrift betwist betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen. Betrokkene stelt in het aanvullend beroepschrift dat sprake was van een stilstaande file. Hij heeft vaart verminderd en stapvoets de auto’s rechts gepasseerd om verderop af te slaan naar de supermarkt aldaar. Onder verwijzing naar jurisprudentie stelt betrokkene dat rechts inhalen bij filevorming is toegestaan. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.
3. De vertegenwoordigster stelt dat een file pas rechts ingehaald mag worden als de rijbaan is verdeeld in meerdere rijstroken en dat betrokkene de fietsstrook niet mocht gebruiken.
Beslissing
4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.
Overwegingen
5. De enkele, niet-onderbouwde betwisting van de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen, is naar oordeel van de kantonrechter onvoldoende om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
6. Het door de gemachtigde aangehaalde arrest gaat niet op in dit geval. In die zaak was namelijk sprake van meerdere rijstroken. In dat geval geldt de in artikel 13, tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 neergelegde uitzondering dat files aan de rechterzijde mogen worden ingehaald. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat op het Overwinningsplein maar één rijstrook en een fietsstrook aanwezig zijn en dan mag een file niet rechts ingehaald worden. Betrokkene mocht met zijn motorfiets geen gebruik maken van die fietsstrook. Daarom heeft betrokkene rechts ingehaald waar dat niet mocht. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
7. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete en zal het beroep ongegrond verklaren. Het verzoek om proceskostenvergoeding zal hij afwijzen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.