[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam, verweerder.
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen een besluit op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (Avg). Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Eiser krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. In de bijlage staan wetsartikelen die in deze uitspraak van belang zijn.
De totstandkoming van het besluit
Eind 2023 heeft eiser bij verweerder een verzoek ingediend om inzage te krijgen in alle persoonsgegevens die verweerder van hem heeft verwerkt.
Begin 2024 heeft verweerder daarop een overzicht verstrekt met de verwerkte persoonsgegevens van eiser. Ook heeft hij aan eiser stukken toegezonden.
Op 6 juni 2024 heeft eiser bij verweerder een nieuw verzoek ingediend, waarbij hij vraagt om inzage in zijn persoonsgegevens, om te kunnen beoordelen of die gegevens gerectificeerd moeten worden.
Verweerder heeft eiser daarop laten weten dat 1) eiser bij een rectificatieverzoek specifiek moet aangeven wat er volgens hem onjuist aan is en 2) als eiser het heeft bedoeld als een verzoek om inzage, hij dat alsnog moet aangeven.
Eiser heeft hierop geantwoord dat hij alleen kan aangeven welke gegevens onjuist zijn, als hij daarvan inzage krijgt.
Met het primaire besluit van 29 juli 2024 heeft verweerder het verzoek van eiser buiten behandeling gesteld. De Avg schrijft voor dat eiser duidelijk aangeeft welke persoonsgegevens volgens hem onjuist zijn. Omdat eiser dat niet heeft gedaan, kan er volgens verweerder geen gehoor worden gegeven aan het rectificatieverzoek. Ook heeft verweerder laten weten dat eiser op zijn eerste verzoek al een volledig overzicht heeft ontvangen van de persoonsgegevens uit zijn dossier.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en is door verweerder op zijn bezwaren gehoord. Verweerder heeft eiser tijdens de hoorzitting opnieuw gevraagd aan te geven of eiser inzage wil, of dat hij verzoekt om rectificatie. Eiser heeft toen zijn standpunt herhaald.
Met het bestreden besluit van 9 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij het primaire besluit gebleven.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen eiser deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft verweerder het verzoek van eiser op juiste gronden buiten behandeling gesteld?
Eiser voert aan dat verweerder zijn verzoek in behandeling had moeten nemen. Volgens hem heeft verweerder zich nu niet gehouden aan de bepalingen in de Avg. Verweerder had hem alle persoonsgegevens beschikbaar moeten stellen. Verder bestrijdt eiser de volledigheid van het overzicht van de persoonsgegevens dat verweerder heeft verstrekt op zijn eerste verzoek. Dat verweerder hiernaar verwijst, vindt eiser dan ook niet terecht. Op de zitting voegt eiser hieraan toe dat verweerder zijn tweede verzoek te rigide en te beperkt heeft opgevat. Eiser voelde zich gedwongen door verweerder om een harde keuze te maken.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij het verzoek van eiser terecht buiten behandeling heeft gesteld. Volgens hem heeft eiser een beroep gedaan op het rectificatierecht, zonder aan te geven welke persoonsgegevens onjuist zijn. Aan eiser is verzocht om dit nader te specificeren. Maar eiser heeft alleen aangegeven dat hij zijn gehele dossier wil inzien, zodat hij kan bekijken of er ergens onjuiste of onvolledige persoonsgegevens aanwezig zijn die gerectificeerd moeten worden. Dit is volgens verweerder niet genoeg. Tijdens de hoorzitting heeft eiser zijn standpunt herhaald. De gegevens die verweerder over eiser heeft, zijn eerder al aan hem verstrekt. Verweerder vindt dat hij het verzoek van eiser daarom naar behoren heeft behandeld.
4. De rechtbank volgt dit standpunt van verweerder niet. Zij oordeelt dat verweerder het verzoek van eiser in behandeling had moeten nemen en zal hierna uitleggen waarom zij dat vindt.
De rechtbank heeft op de zitting met eiser gesproken over zijn beweegredenen en wat hij met zijn verzoek wil bereiken. Eiser woont namelijk niet in de gemeente waar hij het verzoek heeft ingediend. Hieruit kwam naar voren dat eiser uit de gemeente is verhuisd en dat hier een onaangename periode aan vooraf is gegaan. Eiser wil die periode graag kunnen afsluiten. Het kunnen inzien en controleren van zijn persoonsgegevens op de juistheid ervan, helpt hem daarbij.
Verder betrekt de rechtbank bij haar beoordeling dat verweerder meerdere malen aan eiser heeft gevraagd aan te geven welke persoonsgegevens gerectificeerd moeten worden, of om aan te geven dat het een inzageverzoek betreft. Eiser moest van verweerder dus expliciet een keuze maken en verweerder heeft het verzoek vervolgens vanuit dat beoordelingskader bezien.
De rechtbank stelt vast dat eiser in zijn verzoek, bij de hoorzitting in bezwaar, in zijn beroepschrift en op de zitting bij de rechtbank, telkens heeft aangegeven dat hij met zijn verzoek juist geen specifieke keuze heeft bedoeld. Eiser wil zijn gegevens inzien met het oog op een rectificatiemogelijkheid. Door eiser toch gedwongen voor een keuze te stellen, het verzoek aan te merken als een rectificatieverzoek en vervolgens vast te stellen dat het verzoek niet compleet is, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank het verzoek te beperkt opgevat.
De rechtbank betrekt bij haar beoordeling dat bestuursorganen behulpzaam naar de burger moeten zijn bij de uitvoering van hun taak. De rechtbank vindt dat het hier dus op de weg van verweerder had gelegen om zich meer dienstbaar op te stellen door eiser eerst inzage te verlenen en hem daarna de gelegenheid te geven zo nodig een rectificatieverzoek in te dienen. Dat eiser eerder ook al eens om inzage heeft verzocht, doet daar niet aan af. Het tweede verzoek kan namelijk ook worden opgevat als een signaal dat het eerdere antwoord van verweerder kennelijk niet voldoende is geweest voor eiser.
Tot slot merkt de rechtbank op dat het overzicht van de verwerkte persoonsgegevens dat eiser heeft gekregen na zijn eerste verzoek, ontbreekt bij de stukken. De op de zaak betrekking hebbende stukken die zij van verweerder heeft gekregen, zijn dus niet compleet en dat is in strijd met de wet.
Dit alles had de rechtbank op de zitting graag met alle partijen constructief willen bespreken, maar is er op de zitting namens verweerder niemand verschenen. Dit komt voor zijn rekening en risico.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is gegrond, omdat verweerder het verzoek van eiser te beperkt heeft opgevat. Hij had het verzoek van eiser dus wel in behandeling moeten nemen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Dit betekent dus dat hij eiser inzage moet geven in alle op hem betrekking hebbende persoonsgegevens en dat hij eiser vervolgens de gelegenheid geeft om zo nodig een rectificatieverzoek in te dienen. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.
Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn reiskosten ter hoogte van € 27,- . Verweerder moet deze vergoeding betalen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 9 oktober 2024;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 27,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van
K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:5
1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a.de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, of
b.de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, of
c.de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking,
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
(…)
Artikel 8:42
1. Binnen vier weken na de dag van verzending van de gronden van het beroepschrift aan het bestuursorgaan zendt dit de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de bestuursrechter en kan het een verweerschrift indienen. (…)
Algemene verordening gegevensbescherming
Artikel 15 Recht van inzage van de betrokkene
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a. a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
2. Wanneer persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, heeft de betrokkene het recht in kennis te worden gesteld van de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 inzake de doorgifte.
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.
4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.
Artikel 16 Recht op rectificatie
De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke onverwijld rectificatie van hem betreffende onjuiste persoonsgegevens te verkrijgen. Met inachtneming van de doeleinden van de verwerking heeft de betrokkene het recht vervollediging van onvolledige persoonsgegevens te verkrijgen, onder meer door een aanvullende verklaring te verstrekken.