Vereniging [verenigingsnaam] , statutair gevestigd te Utrecht, verzoekster
(gemachtigde: mr. W.H. Jebbink)
en
de burgemeester van Noardeast-Fryslân
(gemachtigde: mr. F.S. Helder)
Inleiding
1. Omdat onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder een zitting te houden. Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek zal worden afgewezen.
2. Op maandag 27 april 2026 vindt de viering van Koningsdag – Keningsdei − plaats. Zijne Majesteit de Koning is voornemens om, samen met leden van het koninklijk gezin en leden van de koninklijke familie, de viering bij te wonen in Dokkum.
3. Op 29 januari 2026 is tijdig via een digitaal formulier een kennisgeving ingediend namens verzoekster. De kennisgeving betreft het voornemen van leden van verzoekster om tijdens Koningsdag binnen hoor- en zichtafstand van het koninklijk bezoek te demonstreren. Volgens de kennisgeving worden 50 deelnemers verwacht. Tussen partijen is overleg geweest over de aard en wijze waarop de demonstratie kan plaatsvinden.
4. Bij brief van 21 april 2026 heeft de politie een advies uitgebracht met als onderwerp “Advies over (on)mogelijkheid opblaasobject ‘Dino Wim’ t.b.v. demonstratie”.
5. Bij besluit, verzonden op 23 april 2026 (2026-023212), heeft de burgemeester de ontvangst van de kennisgeving bevestigd en een aantal voorwaarden en beperkingen aan de voorgenomen demonstratie verbonden.
6. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit. Verzoekster heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend op vrijdag 23 april 2026 om 16:59. De gevraagde voorlopige voorziening heeft betrekking op een beperking die is gesteld aan de demonstratie. Uit het verzoekschrift is het volgende citaat afkomstig.
“De demonstratie is voorzien voor aanstaande maandag, 27 april 2026. Van cliënte kan niet worden gevergd de beslissing op het bezwaar af te wachten. Daarom verzoek ik u een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat cliënte met 50 personen mag demonstreren inclusief de inzet van ‘Dino Wim’ op ofwel de reeds aangewezen locatie ofwel op een andere locatie langs de wandelroute van de Koning c.s.”
7. Partijen zijn gevraagd stukken in te dienen en inlichtingen te verstrekken. Partijen hebben schriftelijk standpunten gewisseld en zijn in de gelegenheid gesteld om op elkaars standpunten te reageren. Verweerder heeft op verzoek een verweerschrift ingediend. Verzoekster heeft het verzoekschrift aangevuld. Bij e-mailbericht, verzonden op 25 april 2026, heeft verzoekster het volgende medegedeeld.
“Cliënte is bereid om zo nodig met minder dan 50 (40? 30?) personen in het aangewezen demonstratievak te protesteren, als ‘Dino Wim’ maar onderdeel kan uitmaken van haar demonstratie.”
De voorzieningenrechter begrijpt de vorige alinea aldus dat subsidiair wordt verzocht dat het verzoekster bij wege van voorlopige voorziening zal worden toegestaan om een deel van de sympathisanten en ‘Dino Wim’ tegelijkertijd in het aangewezen demonstratievak aanwezig te laten zijn, omdat verzoekster eraan hecht zoveel mogelijk aandacht op zich gevestigd te krijgen en te houden.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
8. De relevante wetgeving staat in de bijlage.
9. De voorzieningenrechter geeft een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. Op basis daarvan zal het verzoek worden afgewezen. Redengevend is het navolgende.
10. De burgemeester heeft een demonstratievak aangewezen in het bestreden besluit. Dat vak bevindt zich aan de Keppelstraat te Dokkum, ter hoogte van de splitsing met de Steenhouwerssteeg. Een precieze plaatsbepaling bevindt zich onder de gedingstukken. Dat demonstratievak heeft een oppervlakte van 35 m2.
11. Het statutaire doel van de vereniging is het herstel van de republikeinse regeringsvorm in Nederland te bevorderen. Zij tracht dit doel te bereiken door het op gang brengen en bevorderen van openbare discussies en door verder binnen de mogelijkheden van de Nederlandse rechtsorde al datgene te doen dat voor het bereiken van het doel bevorderlijk is. Daarbij zijn de democratie en de democratische rechtsorde kernwaarden van de vereniging en zijn al haar inspanningen hierop gestoeld, waarbij voor de vereniging de bevordering van een republikeinse regeringsvorm direct gepaard gaat met het bevorderen van de democratie, aldus artikel 2 van haar statuten.
12. Tussen partijen is niet in geschil dat de voorgenomen route van Zijne Majesteit de Koning, de leden van het koninklijk gezin en de leden van de koninklijke familie voert binnen hoor- en zichtafstand van het koninklijk bezoek langs het demonstratievak. Evenmin is in geschil dat personen die sympathiseren met het statutaire doel van verzoekster daar gebruik kunnen maken van hun demonstratierecht en dat de Wet openbare manifestaties (Wom) een wettelijke grondslag biedt voor het stellen van voorschriften en beperkingen.
13. In geschil is of in het onderhavige geval de volgende beperking uit het bestreden besluit terecht door de burgemeester is gesteld.
“Naar aanleiding van uw melding en diverse gesprekken die u met ambtenaren van de gemeente en de politie had, zie ik geen reden om uw demonstratie te verbieden. Wel geef ik u op grond van artikel 5 van de Wom de onderstaande voorwaarden en beperkingen. U dient zich te houden aan deze voorwaarden. In het geval dat er in strijd wordt gehandeld met de voorwaarden, staat het mij op basis van artikel 7, onder b, van de Wom vrij om uw demonstratie of onderdelen daarvan te beëindigen, beperken of aanvullende voorwaarden te stellen.
De gestelde voorwaarden en beperkingen zijn als volgt:
1-10. […]
11. Het plaatsen van het grote opblaasobject ‘Dino Wim’ is op grond van bescherming van de gezondheid en ter voorkoming van wanordelijkheden niet toegestaan in het aangewezen vak aan de Keppelstraat/Steenhouwerssteeg.
12-14 […]”
14. Het opblaasobject wordt door verzoekster geduid als haar mascotte. Volgens verzoekster deelt haar mascotte eigenschappen met de personen waartegen de demonstratie is gericht. Afgaande op het bezwaarschrift betreft het een object van 10 meter hoog, 6 meter lang en twee tot tweeëneenhalve meter breed. Op videomateriaal dat is overgelegd door verzoekster is te zien dat het object met een scheerlijn om de hals, voorzien van gewichten, op zijn plaats kan worden gehouden. Ook is daarop te zien dat twee volwassenen het object in ongeveer 80 seconden leeg kunnen laten lopen onder gecontroleerde omstandigheden en bij goed weer.
15. De politie heeft op 21 april 2026 onder meer het volgende opgenomen in haar advies.
“Specifieke geografische context Dokkum
Dokkum is een historische vestingstad in Noardeast - Fryslân. De inrichting van de stad met grachten en een looproute die door de bolwerken gaat, heeft grote invloed op de huidige beperkte toegankelijkheid van de stad. Op basis van eerdere bezoekersaantallen bij Koningsdagen zijn er naar schatting tot maximaal 25.000 mensen in Dokkum te verwachten die naar het bezoek van de Koninklijke familie komen kijken. De looproute van de Koninklijke familie door Dokkum is in tegenstelling tot eerdere edities van Koningsdag relatief kort, namelijk ongeveer 900 meter. In deze editie van Keningsdei is de verwachting dat veel publiek zich direct langs de route gaat verzamelen om de Koning en het Koninklijk gezelschap in het echt en van dichtbij te kunnen zien. Gelet op de bestaande infrastructuur in Dokkum en de te nemen maatregelen in het kader van bewaken en beveiligen, is het zeer aannemelijk dat de organisator al snel van crowdmanagement en het faciliteren van bezoekersstromen over moet gaan naar actieve crowdcontrole en het dwingend sturen van mensenmassa's. De nu genomen mitigerende maatregelen om deze scenario's beheersbaar te maken zijn al zeer ingrijpend en nog meer maatregelen zal ten koste gaan van een feestelijke Keningsdei.
Het opblaasobject dat de demonstranten van '[verenigingsnaam]' willen opstellen in het demonstratievak, in combinatie met de beschreven specifieke geografische context van Dokkum en de genomen beheersmaatregelen, is van dien grootte dat dit direct van invloed is op de veiligheid en mobiliteit van de bezoekers van Keningsdei en het feestelijke karakter.
[…]
Bij een evacuatie van het gebied zal dit opblaasobject een obstakel zijn bij de uitstroom, waarbij de uitstroom onbedoeld langer zal duren door congestie en kans op letsel door verdrukking en vallen van bezoekers. Met uitstroom wordt in deze niet alleen de "normale" uitstroom bedoeld maar ook de spoedontruiming/-evacuatie in het scenario 'paniek in menigte'. Zoals verwoord is dit één van de 13 scenario's die door de hulpdiensten is uitgewerkt in de shortlist. Het opblaasobject belemmert de werkzaamheden van de hulp/veiligheidsdiensten, waardoor er mogelijk (grote) veiligheidsissues kunnen ontstaan die niet met mitigerende maatregelen beheersbaar zijn te maken.
Advies
Wij adviseren de burgemeester om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om beperkingen op te leggen, in casu het niet laten meenemen van het opblaasobject ‘Dino Wim’ op 27 april a.s. door demonstranten van '[verenigingsnaam]'.”
16. De burgemeester heeft, onder verwijzing naar het advies van de politie van 21 april 2026, overwogen dat:
“Ondanks het feit dat u te kennen heeft gegeven stil te hebben gestaan bij de veiligheid van het opblaasbare object, kan ik de inzet van de opblaasfiguur tijdens de demonstratie helaas niet toestaan in het aangewezen demonstratievak. Dit demonstratievak voldoet ruimschoots aan het 'within sight and sound criterium', daar het direct langs de route ligt waarlangs de leden van het Koninklijk huis zullen lopen en het daarmee in het zicht- en gehoorafstand van de koning is. Ik volg hierin het advies dat de politie op 21 april 2026 heeft uitgebracht ten aanzien van de plaatsing van het door u als "‘Dino Wim’" aangeduide opblaasfiguur in het demonstratievak, zie bijlage 3. Volgens de politie zal het opblaasobject een gevaar opleveren bij een eventuele evacuatie van het publiek in het evenementengebied.
De politie merkt op dat [de] looproute van de Koninklijke familie door Dokkum in tegenstelling tot eerdere edities van Koningsdag relatief kort is, namelijk ongeveer 900 meter. In deze editie van Keningsdei is volgens de politie de verwachting dat veel publiek (circa 25.000 bezoekers) zich direct langs de route gaat verzamelen om de koning en het koninklijk gezelschap in het echt en van dichtbij te kunnen zien. Gelet op de bestaande infrastructuur in Dokkum en de te nemen maatregelen in het kader van bewaken en beveiligen, is het volgens de politie zeer aannemelijk dat de organisator al snel van crowdmanagement en het faciliteren van bezoekersstromen over moet gaan naar actieve crowdcontrole en het dwingend sturen van mensenmassa's. Het opblaasobject [dat] u in het demonstratievak wilt opstellen, in combinatie met de beschreven specifieke geografische context van Dokkum en de reeds genomen beheersmaatregelen, is van dien grootte dat dit opblaasbare object volgens de politie direct van invloed is op de veiligheid en mobiliteit van de bezoekers van Keningsdei en het feestelijke karakter.
Bij een evacuatie van het gebied zal dit opblaasobject volgens de politie een obstakel zijn bij de uitstroom van bezoekers op Keningsdei in Dokkum, waarbij de uitstroom onbedoeld langer zal duren door congestie en kans op letsel door verdrukking en vallen van bezoekers. Met uitstroom wordt in deze niet alleen de "normale" uitstroom bedoeld maar ook de spoedontruiming/-evacuatie in het scenario 'paniek in menigte'. Het opblaasobject belemmert volgens de politie de werkzaamheden van de hulp/veiligheidsdiensten, waardoor er mogelijk (grote) veiligheidsissues kunnen ontstaan die niet met mitigerende maatregelen beheersbaar zijn te maken.”
17. Uit artikel 5, eerste lid, van de Wom volgt dat de burgemeester alleen beperkingen en voorschriften aan een demonstratie kan stellen als een van de in artikel 2 van de Wom vermelde belangen dat vordert. Gelet op de tekst van artikel 5, eerste lid, van de Wom in samenhang gelezen met artikel 2 van de Wom, komt aan de burgemeester een zekere beoordelingsruimte toe en is het aan hem om aan de hand van de lokale omstandigheden een inschatting te maken of, en zo ja, welke beperkingen en voorschriften aan een demonstratie moeten worden gesteld ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer of ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Beperkingen en voorschriften moeten dienstig zijn aan die in artikel 2 van de Wom vermelde belangen. De rechter moet vervolgens beoordelen of de burgemeester terecht bepaalde beperkingen en voorschriften aan een demonstratie heeft gesteld.
18. De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester in redelijkheid de door de politie geschetste risico’s voor de veiligheid en gezondheid van het publiek bij een mogelijke evacuatie heeft kunnen betrekken bij de besluitvorming. Van belang is in dit verband dat de litigieuze beperking niet op een verbod van de demonstratie neerkomt. Daarom hoeft niet te worden voldaan aan het strikte noodzakelijkheidsvereiste zoals dat volgt uit artikel 5, tweede lid, aanhef en onder c., van de Wom dat geldt voor een verbod.
19. De gestelde beperking voldoet aan het vereiste van proportionaliteit omdat die dienstig is aan het doelcriterium “bescherming van de gezondheid” bedoeld in artikel 2 van de Wom, in geval van spoedontruiming of spoedevacuatie. In dit verband is van belang dat verzoekster geen tegenadvies heeft ingediend en evenmin op andere wijze aannemelijk heeft gemaakt dat wat de politie heeft geadviseerd, zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverweging 15., onjuist zou zijn. Daarnaast kan verzoekster haar standpunt ook op andere wijze onder de aandacht brengen, zoals in voorgaande jaren daadwerkelijk is gebeurd door sympathisanten, omdat de beperking niet neerkomt op een verbod van de demonstratie.
20. Niet is gebleken dat met een minder vergaande beperking hetzelfde doel kan worden bereikt. Tussen partijen heeft overleg plaatsgevonden. Volgens verzoekster zijn in contacten tussen haar en de gemeente uitsluitend plekken gesuggereerd langs de wandelroute van de Koning c.s. waarbij telkens werd meegedeeld dat de demonstranten daar niet met ‘Dino Wim’ konden staan. Verzoekster verbindt daaraan de conclusie dat daarmee de mascotte bij voorbaat is uitgesloten. De voorzieningenrechter kan niet overzien wat de gevolgen voor de organisatie van het evenement zijn als bij wege van een voorlopige voorziening thans toch een ander demonstratievak wordt aangewezen of als ‘Dino Wim’ wordt opgesteld in het toegewezen demonstratievak met daarin minder dan 50 personen. Het is te kort dag om daarover advies te (laten) vragen van de politie, indachtig ook de hoor- en wederhoor die naar aanleiding daarvan aangewezen zou zijn.
21. Ook heeft de burgemeester een alternatieve locatie beschikbaar gesteld voor het object. Het gaat om een groen veld tussen de Eebrug en de Altenastreek, op circa 260 meter afstand van het evenementengebied. Dat ligt op de route die Zijne Majesteit de Koning, samen met leden van het koninklijk gezin en leden van de koninklijke familie voornemens is te volgen. Onder deze omstandigheden heeft de burgemeester voldoende invulling gegeven aan zijn inspanningsverplichting om de uitoefening van het demonstratierecht van verzoekster te beschermen en te faciliteren. Naar voorlopig oordeel heeft de burgemeester terecht de litigieuze beperking aan de door verzoekster voorgenomen demonstratie gesteld.
22. Voor het treffen van de gevraagde voorziening bestaat geen aanleiding. Voor schorsing van het besluit bestaat daarom geen grond en de werking van het besluit van de burgemeester verzonden op 23 april 2026 blijft van kracht.
Conclusie en gevolgen
23. Het verzoek is ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor teruggave van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.F. Bruinenberg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.H. ter Beek, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2026 door publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier en de voorzieningenrechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen (artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:77, derde lid, van de Awb).
Een afschrift van deze uitspraak is per e-mailbericht verzonden aan partijen op 26 april 2026:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: Relevante wetgeving
Wet openbare manifestaties
Artikel 2
De bij of krachtens de bepalingen uit deze paragraaf aan overheidsorganen gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging en het recht tot vergadering en betoging, kunnen slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Artikel 5
1. De burgemeester kan naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven.
2. Een verbod kan slechts worden gegeven indien:
a. de vereiste kennisgeving niet tijdig is gedaan;
b. de vereiste gegevens niet tijdig zijn verstrekt;
c. een van de in artikel 2 genoemde belangen dat vordert.
3. Een voorschrift, beperking of verbod kan geen betrekking hebben op de inhoud van hetgeen wordt beleden, onderscheidenlijk van de te openbaren gedachten of gevoelens.
4. Beschikkingen als bedoeld in het eerste lid worden zo spoedig mogelijk bekendgemaakt aan degene die de kennisgeving heeft gedaan.