[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.J. Kuiters, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr P. van der Vliet.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te [plaatsnaam] , althans in Nederland, en/of te Zuid-Europa, althans in Europa, met zijn, verdachtes, dochter, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, die aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd en die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden of (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] heeft gepleegd, te weten door
-de blote benen en/of lies en/of borsten van die [slachtoffer] aan te raken, en/of
-de blote vagina van die [slachtoffer] aan te raken met zijn, verdachtes, hand en/of vingers, en/of
-met zijn, verdachtes vingers over de clitoris van die [slachtoffer] te wrijven, en/of
-met zijn, verdachtes, mond en/of tong aan de clitoris en vagina van die [slachtoffer] te likken en/of zuigen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 1 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te [plaatsnaam] , althans in Nederland, en/of te Zuid-Europa, althans in Europa, met zijn, verdachtes, dochter, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2011, die aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd en die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
-het aanraken en/of strelen van de blote benen en/of lies en/of borsten van die [slachtoffer] , en/of
-het wrijven over en/of likken aan de vagina van die [slachtoffer] .
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde vrijspraak betoogd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de ontkennende verklaring van verdachte met betrekking tot het seksueel binnendringen overeen komt met de verklaring van verdachtes vrouw, waarin wordt gesproken over het aan [slachtoffer] zitten en likken, maar er wordt expliciet niet gesproken over seksueel binnendringen. Daarnaast blijkt uit de tweede verklaring van verdachte bij de politie en zijn verklaring ter zitting dat verdachte [slachtoffer] via de zijkant heeft benaderd en dat hij er daardoor niet goed bij kon. Gelet hierop is de raadsman van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor seksueel binnendringen.
De raadsman heeft ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde aangevoerd dat dit wettig en overtuigend kan worden bewezen, voor zover deze handelingen zien op de tijdens de vakantie gepleegde ontuchtige handelingen. Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat er met betrekking tot de
handelingen onder de douche gewoon sprake was van verzorgen. Nu het daarnaast enkel verdachte is geweest die over de handelingen onder de douche heeft verklaard, is de raadsman van mening dat ten aanzien van deze handelingen vrijspraak dient te volgen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.
20 september 2025, opgenomen op pagina 93 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025252798 d.d. 13 januari 2026, inhoudend als verklaring van
[verdachte] :
In de zomer van 2023 in Zuid-Europa heb ik de borsten van mijn dochter [slachtoffer] aangeraakt onder haar kleding en mijn hand op haar geslachtsdeel gelegd. Ik heb met mijn vinger aan haar clitoris gezeten en een wrijvende beweging gemaakt. Ook heb ik mijn mond bij haar gebruikt en haar clitoris gelikt. In die periode heb ik [slachtoffer] , toen ik haar waste, aangeraakt op plekken waar vaders hun dochters niet horen aan te raken. Ik ging over haar lichaam heen op plekken waar dat niet hoort, over haar borsten, langs haar lies en over haar benen. [slachtoffer] was toen 11 jaar oud. Het douchen was volgens mij voor onze vakantie.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
22 september 2025, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Op 20 september 2025 waren wij naar [plaatsnaam] gegaan voor een gesprek met [moeder slachtoffer] , de echtgenote van verdachte [verdachte] en de moeder van [slachtoffer] . [moeder slachtoffer] vertelde aan ons het volgende: “Ik hoorde dat [slachtoffer] tegen mij zei dat haar vader op vakantie aan haar had gezeten en haar had gelikt. Ik hoorde dat [slachtoffer] ook nog wat zei over douchen en dat ze zei dat ze er te oud voor werd”. [moeder slachtoffer] heeft een bericht van [verdachte] ontvangen waarin stond dat het waar was wat [slachtoffer] had verteld.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
26 september 2025, opgenomen op pagina 25 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Aan mij werd het verzoek gedaan om het verhoor met de getuige, opgeslagen in AVR, te beluisteren en uit te werken. De getuige (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) verklaarde het volgende.
Het gebeurde ongeveer drie jaar geleden op vakantie. Het was één keertje echt best wel erg en daarna was het gewoon alleen kleine dingetjes, onder de douche of zo. Ik heb het over mijn vader.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank als volgt.
Handelingen gepleegd tijdens vakantie in Zuid-Europa
Verdachte heeft in zijn eerste verhoor bij de politie onder meer erkent dat hij met zijn vingers over de clitoris van [slachtoffer] heeft gewreven en met zijn tong haar clitoris heeft gelikt. Hij ontkent het seksueel
binnendringen.
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het met zijn hand en vingers aanraken van de blote vagina, het met zijn vingers wrijven over de clitoris en het met zijn mond en tong likken aan de clitoris en vagina van die [slachtoffer] .
De vraag waar de rechtbank zich vervolgens voor gesteld ziet, is hoe deze gedragingen juridisch gekwalificeerd dienen te worden. Seksueel binnendringen betreft ieder binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking. De grote en kleine schaamlippen vormen een natuurlijke lichaamsopening die kan worden binnengedrongen. Voor het aanraken en likken van de clitoris zal de natuurlijke lichaamsopening van de grote en kleine schaamlippen moeten worden binnengedrongen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de handelingen van verdachte, zoals hiervoor omschreven, gekwalificeerd kunnen worden als mede bestaande hebbende uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Handelingen tijdens douchen in [plaatsnaam]
Met betrekking tot de handelingen gepleegd bij het helpen van [slachtoffer] tijdens het douchen heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] heeft aangeraakt op plekken waar een vader zijn dochter niet hoort aan te raken. Hij noemt hierbij haar benen, lies en borsten. Ook [slachtoffer] verklaart over het douchen en zegt dat er “kleine dingetjes” onder de douche zijn voorgevallen. De rechtbank acht het aanraken van de blote benen, lies en borsten van [slachtoffer] wettig en overtuigend te bewijzen. De rechtbank merkt deze handelingen aan als ontuchtig, gelet op de plekken waar is aangeraakt en de leeftijd van [slachtoffer] .
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 augustus 2023 te [plaatsnaam] en te Zuid-Europa, met zijn, verdachtes dochter, te weten [slachtoffer] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten door
-de blote benen en lies en borsten van die [slachtoffer] aan te raken, en
-de blote vagina van die [slachtoffer] aan te raken met zijn, verdachtes hand en vingers, en
-met zijn, verdachtes vingers over de clitoris van die [slachtoffer] te wrijven, en
-met zijn, verdachtes, mond en tong aan de clitoris en vagina van die [slachtoffer] te likken,
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
primair: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind.
Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman gepleit voor een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf gelijk is aan de duur van het voorarrest.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van het feit
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn 11-jarige dochter [slachtoffer] door haar, terwijl hij haar hielp bij het douchen, aan te raken bij haar benen, lies en borsten. Daarnaast heeft hij, eenmalig tijdens een vakantie, ontuchtige handelingen met haar gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, door onder andere over haar clitoris te wrijven en te likken.
Verdachte heeft door zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochter. Het is een feit van algemene bekendheid dat door seksueel misbruik de normale seksuele en persoonlijke ontwikkeling van een slachtoffer ernstig kan worden geschaad en dat zij daar nog lang psychische klachten van kunnen ondervinden.
Ten tijde van het plegen van de handelingen heeft verdachte bij dit alles niet stilgestaan en zijn eigen seksuele behoeftes vooropgesteld. Ondanks dat [slachtoffer] kort na de vakantie tegen haar moeder iets had verteld over wat er was voorgevallen, heeft verdachte er destijds voor gekozen niet de waarheid te vertellen. Dat dit grote gevolgen voor [slachtoffer] heeft gehad, blijkt uit de door haar geschreven schriftelijke slachtofferverklaring.
Nadat in september 2025 naar buiten kwam wat er was voorgevallen heeft verdachte zich gemeld bij de politie, open verklaard en verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
Persoon van verdachte
De reclassering heeft over verdachte gerapporteerd. Uit het rapport van Reclassering Nederland van 18 december 2025 blijkt dat het leefgebied relatie met partner, gezin en familie in elk geval als delictgerelateerd beschouwd wordt. Vastgesteld kan worden dat er sprake is geweest van seksueel ontremd gedrag, waarbij verdachte zijn eigen seksuele lust heeft laten prevaleren boven het welzijn/integriteit van het slachtoffer. Hoewel verdachte de ontucht bekent, stelt hij niet goed te weten wat heeft gemaakt dat hij van het tonen van vaderlijke genegenheid de grens overgegaan is naar het verrichten van seksuele handelingen bij zijn dochter. Hierdoor kan er geen duidelijke delictanalyse gemaakt worden. Voor het overige is er op de meeste leefgebieden sprake van stabiliteit. Verdachte heeft een steunend netwerk, een goede financiële situatie en er zijn geen directe aanwijzingen voor psychiatrische- of verslavingsproblematiek.
Het risico op recidive wordt ingeschat als laag, al heeft de reclassering op basis van het dossier wel enige zorgen over de (gezins)situatie. Tevens lijkt er een patroon van grensoverschrijdend gedrag, waarbij de reclassering, met betrekking tot sommige incidenten, een bagatelliserende houding ziet bij verdachte. De reclassering acht het gezien de ambivalente houding van verdachte ten aanzien van hulpverlening, wenselijk dat er een stok achter de deur is om er op toe te zien dat hulpverlening wel doorgang zal vinden en adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling bij GGZ Friesland of een soortgelijke zorgverlener.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Straf
De rechtbank acht het strafverhogend dat het delict zich in de familiesfeer heeft afgespeeld en het grote gevolgen heeft voor het slachtoffer en vrouw en kinderen van verdachte. Dat gezin lijkt uiteen gevallen en het is de vraag of de relatiebreuk tussen hem en met name zijn dochters, ooit hersteld zal kunnen worden. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte in zijn werk en bedrijf - een [bedrijf] - de gevolgen van zijn handelen zal merken. In positieve zin weegt de rechtbank mee dat verdachte zich zelf bij de politie heeft gemeld, openheid van zaken heeft gegeven en een blanco strafblad heeft.
Het zijn deze overwegingen die maken dat de rechtbank een straf zal opleggen die lager is dan door de officier van justitie geëist. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Aan dit voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling verbinden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 244 en 248 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in
mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd:
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga en mr. L.S. Wachters, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026.
Mr. Wachters is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.