RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoeker] ,
Strafrecht
Zittingsplaats Assen
parketnummer : 18-178798-25
raadkamernummer : 25-031860 en 25-031861
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] ,
hierna te noemen: de verzoeker.
Advocaat: mr. G.J.P.M. Grijmans, advocaat te Bolsward.
Procesverloop
Het Openbaar Ministerie heeft op 10 september 2025 de onderhavige strafzaak geseponeerd met als reden dat er onvoldoende bewijs is.
Op 9 december 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek ingekomen strekkende tot een vergoeding van:
vermeerderen in het geval van een zitting.
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, het standpunt van de officier van justitie van 19 januari 2026 en de reactie van de advocaat van 18 februari 2026.
De rechtbank heeft met toestemming van de advocaat en het Openbaar Ministerie besloten tot een schriftelijke afdoening van het verzoekschrift.
Beoordeling
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht. Verzoeker maakt derhalve aanspraak op vergoeding van door hem geleden schade, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Tijd doorgebracht op het politiebureau
Verzoeker is op 7 maart 2025 om 22:38 uur aangehouden en diezelfde avond om 23:41 uur is het bevel afgegeven voor het ophouden van verzoeker voor onderzoek. Verzoeker is vervolgens op 8 maart 2025 om 15:52 uur heengezonden. Nu verzoeker niet in verzekering is gesteld komt hij in beginsel niet in aanmerking voor een vergoeding voor de tijd die hij in een politiecel heeft doorgebracht. De rechtbank acht het, net als het Openbaar Ministerie in haar standpunt van 19 januari 2026, gelet op de jeugdige leeftijd van verzoeker echter redelijk en billijk om analoog aan art. 533 Sv een vergoeding toe te kennen voor de nacht die verzoeker op het politiebureau heeft doorgebracht. Nu niet daadwerkelijk sprake is van inverzekeringstelling en verzoeker feitelijk nog geen 24 uur op het politiebureau heeft verbleven, acht de rechtbank een vergoeding voor één dag passend in plaats van de initieel verzochte vergoeding voor twee dagen. De rechtbank zal derhalve een bedrag van 130,- toekennen.
Reiskosten
Het gevraagde bedrag van 49,56 in verband met reiskosten naar de OM-hoorzitting komt op grond van art. 530 Sv voor vergoeding in aanmerking en zal dan ook worden toegewezen.
De rechtbank zal voorts, conform de LOVS-richtlijnen, als kosten voor het indienen van het verzoekschrift, een vergoeding inclusief BTW toekennen van 340,-.
Beslissing
De rechtbank:
Deze beslissing is gegeven door mr. J. de Vroome, rechter, bijgestaan door mr. L. Lamers, griffier.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de officier van justitie binnen veertien dagen daarna en voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.
BEVELSCHRIFT VAN TENUITVOERLEGGING
De rechter beveelt de tenuitvoerlegging van vorenstaande beslissing als de zaak onherroepelijk is en de betaling ten laste van s Rijks kas door de griffier van deze rechtbank van een bedrag van 519,56 (zegge: vijfhonderdnegentien euro en zesenvijftig eurocent), over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden mr. H.J.P.M. Grijmans onder vermelding van “ [dossiernaam] ”.