RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264016174
zaaknummer: 11675151 BU VERZ 25-902
uitspraak van de kantonrechter van 29 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] ,gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone))’, verricht op 20 januari 2024, om 21:05 uur, op de Parklaan in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
Overwegingen
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. In het pro-forma beroepschrift voert gemachtigde aan dat betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen betwist. In een aanvullend beroepschrift voert hij aan dat er geen E1-bebording met zonale werking is gepasseerd. Uit het dossier is niet gebleken van een toereikend schouwrapport. De rijroute van betrokkene is tijdens de hoorzitting geduid. Hierbij verwijst gemachtigde naar jurisprudentie. Op de zitting voegt mr. Van der Meer toe dat bij het oprijden van de Meeuwerderweg een P-bord aanwezig is, dat een zone voor betaald parkeren aangeeft. Hij stelt dat hij op de route verder geen E1-bord tegenkomt. Het bord waar de vertegenwoordigster informatie over heeft aangeleverd kan hij niet plaatsen op de route. Hij geeft aan dat betrokkene langs de Griffeweg is gereden, waardoor hij niet langs de Meeuwerderbaan is gekomen. Dat de rijroute is aangegeven wil niet zeggen dat deze route logisch is.
4. De vertegenwoordigster geeft aan dat zij stukken van de gemeente heeft opgestuurd. Daarnaast heeft zij een mailing aangeleverd waarin de gemeente verklaart dat er geen vernielingen of vermissingen van het bord bekend zijn. De vertegenwoordigster zegt dat zij de rijroute heeft gevolgd en dat het volgens deze rijroute niet mogelijk is om op de eindbestemming te komen zonder langs de Meeuwerderbaan te rijden. Zij stelt dat daarmee kan worden vastgesteld dat de bebording op die plek deugdelijk aanwezig was. Professioneel gemachtigden zijn in staat om een rijroute te verbeteren in het beroepschrift. Als dit niet de rijroute van betrokkene was, komt dit voor haar rekening en risico. Daarnaast ontbreekt er een deel van de route.
De verkeersovertreding
5. Allereerst overweegt de kantonrechter dat de enkele, niet-onderbouwde betwisting van de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen, onvoldoende is om te leiden tot twijfel aan de gegevens in het zaakoverzicht.
Gemachtigde betwist de bebording. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht, luidt als volgt: “Ik zag daar toen dat het voertuig geparkeerd stond in het parkeerverbod zone, wat ter plaatse is aangeduid met bord E1 RVV 1990. Bij het constateren van het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen.”
In dit geval was de verbalisant ter plaatse. Dit brengt in beginsel mee dat ervan kan worden uitgegaan dat hij de aanwezigheid en zichtbaarheid van de bebording heeft gecontroleerd. Hierbij is onder meer relevant hoe groot de parkeerverbodszone is en waar de pleeglocatie is gelegen ten opzichte van de bebording. Aangezien sprake is van een zone met veel toegangswegen, is de kantonrechter van oordeel dat nader onderzoek nodig is naar de aanwezigheid van het E1-zonebord. Dit betekent dat uit nadere stukken moet blijken dat op de route die betrokkene heeft afgelegd, een E1-zonebord aanwezig was binnen een periode van zes maanden vóór en na de vermeende gedraging.
Op basis van de rijroute van betrokkene acht de kantonrechter het niet aannemelijk dat betrokkene de parkeerverbodszone is ingereden via de Meeuwerderbaan. Vanaf de N7 kan betrokkene namelijk enkel rechts- of linksaf slaan, in de richting van de Sontweg/Griffieweg of de Boumaboulevard/Herningweg. Dat betrokkene de zone is ingereden via de Meeuwerderweg acht de kantonrechter daarom aannemelijk. Dit komt ook overeen met de rijroute in het hoorverslag.
De vertegenwoordigster heeft op de zitting slechts stukken overgelegd waaruit blijkt dat het E1-zonebord op de Meeuwerderbaan aanwezig was. Er is echter geen nadere informatie over het bord op de Meeuwerderweg beschikbaar. Daarom kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat, ten tijde van het vaststellen van de verkeersovertreding, op de door de betrokkene gevolgde route een E1-zone aanwezig was. Dit betekent dat die overtreding niet kan worden vastgesteld. Het beroep zal gegrond worden verklaard.
De proceskostenvergoeding
6. Omdat de kantonrechter het beroep gegrond zal verklaren, zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Hij zal twee punten toekennen met elk een waarde van € 666,00 voor het indienen van het administratief beroepschrift en het bijwonen van het hoorgesprek. Verder zal hij twee punten toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting met elk een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de inleidende beschikking en de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 bekend zijn gemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor toe als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, onder a, van de Wahv.
De berekening is als volgt: 2 (procespunten) x € 666,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) + 2 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 400,00. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 400,00.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.
Conclusie
De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.