RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265839489
zaaknummer: 11703371 BU VERZ 25-1055
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl een band beschadigd of versleten is’, verricht op 28 april 2024, om 14:41 uur, op de Sontbrug in Groningen, met een motorfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de feitcode wijzigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene was ten tijde van de overtreding onderweg naar een motorzaak, om een nieuwe achterband te laten monteren. Hij is zich bewust van het belang van goed onderhouden banden. Het was niet zijn bedoeling om met een versleten band te rijden. Betrokkene heeft bewijs aangeleverd over zijn afspraak voor een nieuwe achterband.
4. De vertegenwoordigster stelt dat sprake is van rijden met onvoldoende profiel in plaats van rijden met beschadigde of versleten banden. De verklaring van de verbalisant wijst hier ook op. De boetebedragen zijn even hoog en betrokkene weet waar hij zich tegen moest verdedigen. Daarom verzoekt de vertegenwoordigster de kantonrechter de feitcode te wijzigen.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
De verbalisant verklaart in het zaakoverzicht dat hij met een daarvoor geschikte bandenprofielmeter zag dat het profiel van de hoofdgroeven van de achterband minder dan de voorgeschreven profieldiepte bedroeg. Gelet hierop is de kantonrechter van oordeel dat de feitcode gewijzigd moet worden naar feitcode N270R: “Als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de profilering van een band niet voldoet aan de gestelde eisen”. Dit hoeft niet tot vernietiging van die beschikking te leiden. Volgens vaste jurisprudentie van het hof is het namelijk geoorloofd om de feitcode te wijzigen, mits de betrokkene daardoor niet in zijn verdedigingsbelangen wordt geschaad. In dit geval wist betrokkene welke overtreding hem werd verweten en waartegen hij zich moest verdedigen. Daarnaast is de hoogte van het sanctiebedrag voor beide feitcodes gelijk. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de betrokkene niet in zijn belangen is geschaad door het wijzigen van de feitcode. Het beroep zal gegrond worden verklaard.
6. De verkeersovertreding met feitcode N270R kan worden vastgesteld. In de beroepsgronden van betrokkene ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om de boete te matigen.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.