RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 264582631
zaaknummer: 11675126 BU VERZ 25-899
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] ,
gemachtigde: N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken’, verricht op 28 februari 2024, om 16:40 uur, op het Hoendiep in Groningen, met een motorfiets, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 289,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde ontkent namens betrokkene de verkeersovertreding, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen. Volgens hem dient de verbalisant de bestuurder staande te houden, zodat hij onmiddellijk kan vaststellen wie de overtreding heeft verricht. Er was een reële mogelijkheid tot staande houding, waardoor ten onrechte op kenteken is bekeurd. De verbalisant geeft in het aanvullend proces-verbaal aan waarom van een staandehouding is afgezien. De reden die hij daarvoor geeft is onvoldoende. De verklaring van de verbalisant wordt gezien als een conclusie. Een onderbouwing en een context ontbreken. Gemachtigde verwijst hierbij naar een aantal arresten.
Namens Verkeersboete.nl voegt mr. Van der Meer op de zitting toe dat de verklaringen van de verbalisant tegenstrijdig zijn. De verbalisant verklaart dat hij betrokkene herkent omdat zijn helm openstond, maar op de motor is het moeilijk om iemand te herkennen. Daarnaast heeft de verkeersovertreding plaatsgevonden tijdens de spits. De verbalisant heeft ook niet verklaard waaruit bleek dat hij betrokkene daadwerkelijk herkende, waar hij stond en of hij vrij zicht had. Wat betreft de verkeersovertreding voert mr. Van der Meer aan dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende is om te zeggen dat er onnodig geluid is gemaakt. Dit type motor produceert ook meer geluid dan andere types, helemaal bij het optrekken. Op welke manier het geluid wordt geconstateerd wordt niet onderbouwd. Daarnaast verklaart de verbalisant niet waar hij zich bevond ten opzichte van het voertuig en hoe hij wist dat het geluid van de motor van betrokkene kwam. Dat betrokkene verklaart dat hij zijn rijgedrag prima vindt ziet mr. Van der Meer als een ontkenning van de gedraging.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant. Die verklaring is wellicht kort, maar beschrijft duidelijk dat de openbare orde werd verstoord en dat mensen schrokken van het geluid. De verbalisant verklaart dat hij meerdere malen geluid hoorde van de motor. Wat betreft de staandehouding geeft de vertegenwoordigster aan dat die heeft plaatsgevonden op een ietwat ongebruikelijke manier. Uit jurisprudentie van het hof blijkt echter dat het de verbalisant vrij staat om de identiteit van de bestuurder (na onderzoek) alsnog te achterhalen en de boete aan bestuurder op te leggen. De verbalisant legt duidelijk uit hoe hij betrokkene heeft herkend en heeft telefonisch contact gezocht. Betrokkene verklaart hierbij dat hij zijn rijgedrag wel prima vindt. De vertegenwoordigster ziet hierin geen ontkenning. Zij verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
De verkeersovertreding
5. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant [verbalisant] , hoorde bestuurder van de motorfiets (crossmotor) diverse malen onnodig hard geluid maken, waardoor de orde verstoord werd en schrokken van het geluid.” In een aanvullend proces-verbaal voegt hij toe dat het geluid vele malen harder was dan het geluid dat een auto of motor bij normaal gebruik zou maken. Het bestond uit onnodig gas geven in het centrum van Groningen. Betrokkene trok erg hard op en kwam hierdoor te dicht op zijn voorganger.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Dat betrokkene onnodig geluid heeft veroorzaakt is voldoende uitgebreid verklaard in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal.
De staandehouding
6. Artikel 5 van de Wahv bepaalt dat als is vastgesteld dat de overtreding heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister was ingeschreven.
In het aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant dat hij de bestuurder op het moment dat de overtreding werd geconstateerd heeft herkend als de betrokkene. De bestuurder had namelijk zijn helm open, waardoor de verbalisant zijn gezicht kon zien en de bestuurder ambtshalve herkende als [betrokkene] . De verbalisant heeft vervolgens telefonisch contact gehad met [betrokkene] , om hem toch in de gelegenheid te stellen om een verklaring af te leggen en hem te wijzen op zijn rijgedrag.
De verbalisant heeft in dit geval dus weldegelijk de identiteit van de bestuurder aanstonds kunnen vaststellen. Dat er op dat moment geen staandehouding heeft plaatsgevonden, maakt dit niet anders. Het vaststellen van de identiteit van de bestuurder kan namelijk ook op een andere manier plaatsvinden dan tijdens een staandehouding. De boete is dus terecht aan de betrokkene als bestuurder opgelegd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.