RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265544424
zaaknummer: 11675097 BU VERZ 25-897
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 15 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats] ,
gemachtigde: N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘op een kruispunt een andere richting volgen dan de pijl op de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 2 april 2024, om 15:32 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 15 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens Verkeersboete.nl en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde ontkent namens betrokkene de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen. Verder stelt betrokkene dat de situatie onduidelijk was. Het was druk in het verkeer en er waren veel verkeersborden, waardoor hij zich niet bewust was of kon zijn van het inrijverbod op de desbetreffende rijstrook. De rijbaan leek toegankelijk, afgezien van de afgesloten rechter rijbaan. Betrokkene vroeg tijdens de staandehouding hoe hij moest weten dat de open rijstrook niet gebruikt mocht worden. Volgens de verbalisant had hij naar de richting van het stoplicht moeten kijken. Verder had betrokkene geen zicht door een kraan met oplegger, waardoor hij de andere voertuigen volgde. Hij heeft geen voordeel gehad van zijn actie, zodat een waarschuwing op haar plaats was geweest.
Gemachtigde stelt dat sprake is van een bijzondere situatie. Het was voor betrokkene niet kenbaar dat de rijrichting die het voertuig voor hem volgde niet mocht worden gevolgd. Op de zitting voegt mr. Van der Meer toe dat de onoverzichtelijkheid van de situatie blijkt uit het feit dat meerdere mensen rechtdoor reden. De andere vier auto’s vóór betrokkene zijn niet staande gehouden. Het is bij wegwerkzaamheden niet ongebruikelijk dat de richting niet kan worden gevolgd. Daarnaast was het merkwaardig dat er vanuit rechts met een slinger moest worden gereden. De situatie was dermate onduidelijk dat het niet voor rekening en risico van de verkeersdeelnemer moet komen. Verder heeft de verbalisant niet gewaarschuwd, maar leek het erop dat hij wachtte tot een overtreding werd gemaakt.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld op basis van het zaakoverzicht en de foto’s. De situatie was duidelijk. Zij zegt dat wegwerkzaamheden situaties onduidelijker kunnen maken, maar zij ziet in dit geval niet in hoe dit kan. Er is een extra bord geplaatst en betrokkene moest nog een slinger in de weg maken om onder het viaduct te komen. Soms wordt de pijl bij wegwerkzaamheden aangepast met geel, maar dit is hier niet gebleken. Daarnaast stelt de vertegenwoordigster dat de kraan die vóór betrokkene reed de gedraging niet verontschuldigbaar maakt. In deze situatie had het voor betrokkene duidelijk moeten zijn dat hij hier alleen rechtsaf de snelweg op mocht. De vertegenwoordigster ziet ook geen aanleiding tot matiging.
Overwegingen
5. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden bestaan die aanleiding geven tot een matiging van de sanctie.
In de door gemachtigde aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter geen aanleiding de boete te matigen. Hij vindt de situatie duidelijk. Op de foto’s in het dossier is duidelijk te zien dat de voorsorteerstrook in de richting rechtdoor is afgesloten. Er staat op de rijstrook duidelijk een witte pijl naar rechts. Daarnaast geven de stoplichten zowel aan de bovenkant als aan de zijkant die richting aan. Onder het viaduct is ook bebording geplaatst. Bovendien moet een weggebruiker bij wegwerkzaamheden extra oplettend zijn. Dat er een kraan vóór betrokkene reed, mag zo zijn, maar dit ontslaat hem niet van de verplichting om oplettend te zijn. Verder betekent de omstandigheid dat andere weggebruikers zijn doorgereden, niet dat zij ook in verwarring waren. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat daarom geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.