RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266314324
zaaknummer: 11703262 BU VERZ 25-1048
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van voertuig rijden terwijl in het voertuig aanwezige licht(en)/object(en) licht uitstralen naar buitenzijde’, verricht op 19 mei 2024, om 03:07 uur, op de Gedempte Zuiderdiep in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Baltus.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene heeft de verklaring van de verbalisant gelezen. Vanaf punt 16 zit hem iets dwars. Hij werd aangehouden toen hij een klant bij zich had, waardoor zijn meter aanstond. Als zijn meter aan staat gaat de verlichting uit, waardoor zijn verlichting uitstond tijdens de staandehouding. Doordat hij van de agent de meter uit moest zetten, ging de verlichting van het taxibord branden. Betrokkene vroeg of het bij een waarschuwing kon blijven en zou het bord direct ontkoppelen. Daarnaast zijn de meeste taxichauffeurs fout ingelicht. Vroeger hadden veel taxichauffeurs led borden die niet waren afgedekt. De politie kwam toen op de taxistandplaats en gaf hun een waarschuwing voor de taxiborden, omdat de led puntjes zichtbaar waren. Betrokkene heeft toen een afgedekt bord gekocht, omdat de magneten niet op zijn dak blijven. Daarnaast zei dakborden.nl dat het is toegestaan.
4. De vertegenwoordiger verzoekt dat het beroep ongegrond wordt verklaard. Het taxibord achter de voorruit mag geen licht naar buiten uitstralen volgens artikel 5.2.65 van de Regeling voertuigen.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. Art 5.2.57 Regeling Voertuigen somt limitatief op welke verlichting op of aan een voertuig is toegestaan. Een taxibord staat daar niet bij. Omdat het gaat om zogenoemde permanente eisen die worden gesteld aan rijdende voertuigen (art 5.1.1 Regeling Voertuigen) mag een taxibord, zo begrijpt de kantonrechter, alleen verlicht zijn als het voertuig stilstaat en beschikbaar is voor personenvervoer.
7. In het zaakoverzicht geeft de verbalisant aan dat hij een rijdend voertuig met een verlicht taxibord heeft gezien. Verdere beschrijving ontbreekt echter. Een aanvullend proces-verbaal opvragen, acht de kantonrechter niet aangewezen omdat het feit bijna twee jaar oud is. Betrokkene betwist dat het taxibord verlicht was op enig moment terwijl hij reed. Hij beschrijft dat het taxilicht juist aan ging omdat de taximeter werd stopgezet, en dat dat niet de bedoeling was. Het gaat om een bijzondere samenloop van omstandigheden die naar het oordeel van de kantonrechter met een waarschuwing had kunnen worden afgedaan. Daarom zal de kantonrechter de boete matigen tot nul.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
S.N. Noordenbos, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.