ECLI:NL:RBNNE:2026:162

ECLI:NL:RBNNE:2026:162

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 14-01-2026
Datum publicatie 26-01-2026
Zaaknummer 11680049 BU VERZ 25-910
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Het lag op de weg van betrokkene om tijdens de staandehouding kenbaar te maken dat ze een borstel vast had, zodat de verbalisant dit had kunnen controleren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 266739984

zaaknummer: 11680049 BU VERZ 25-910

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 januari 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 10 mei 2024, om 13:03 uur, op de Beneluxweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 429,00 (inclusief administratiekosten).

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft het beroep op 14 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Baltus.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene heeft in beroep een getuigenverklaring overgelegd. Het gaat om een verklaring van een mede-inzittende van de auto van betrokkene. In de verklaring, gedateerd 20 augustus 2024 staat dat betrokkene geen telefoon vasthad maar een borstel. Verder klaagt betrokkene dat ze op een vreemde manier staande gehouden is. De verbalisant kwam de auto uit stormen en zei dat betrokkene aan het bellen was. Betrokkene heeft aangegeven dat ze toen niet aan het bellen was.

4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. Hij verwijst hierbij naar een aanvullend proces-verbaal van 5 januari 2026.

Overwegingen

5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

6. In het zaakoverzicht verklaart de verbalisant dat betrokkene de aandacht trok door opvallend rijgedrag, het ene moment versnelde zij vaart en vervolgens verminderde zij vaart. Het vermoeden ontstond dat het rijgedrag werd veroorzaakt door het niet opletten op het verkeer.

7. De verbalisant verklaart in het aanvullend proces-verbaal dat hij zag dat betrokkene haar telefoon vasthield met één hand, terwijl ze haar rijdende voertuig aan het besturen was. De verbalisant verklaart ook dat betrokkene tijdens de staandehouding aangaf dat ze aan het bellen was. Het lag op de weg van betrokkene om tijdens de staandehouding kenbaar te maken dat ze een borstel vast had, zodat de verbalisant dit had kunnen controleren. Nu dit niet is gebeurd, is het ook niet aannemelijk geworden dat zij een borstel vasthield. De later opgemaakte verklaring van de mede-inzittende, wat daarvan ook zij, legt de kantonrechter terzijde. De door de betrokkene aangevoerde grond komt daarom neer op een enkele ontkenning van de verkeersovertreding. Dit geeft onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de verklaring en de waarneming van de verbalisant. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld. De reiskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat de kantonrechter het beroep ongegrond zal verklaren.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

S.N. Noordenbos, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?