RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 267247779
zaaknummer: 11703258 BU VERZ 25-1047
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 januari 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een voertuig stil laten staan waar dat niet mag (bord E2, verbod stilstaan)’, verricht op 11 juni 2024, om 11:29 uur, op de Energieweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 14 januari 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Baltus.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt dat de controle van de bebording niet altijd zal gebeuren, ook al staat het zo beschreven in het werkproces. Volgens hem voelt het niet als een goed beoordeelde uitspraak over zijn zaak maar als een statement van hoe het zou moeten gaan. Verder heeft hij het gevoel dat zijn toegevoegde foto’s niet zijn meegenomen in het besluit. Op zijn foto’s is het verkeersbord niet te zien is als je komt aanrijden, omdat de dichtbegroeide beplanting langs de weg enkele centimeters voor het verkeersbord langs zijn gegroeid.
4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. Op de foto in het dossier is het bord voldoende zichtbaar om het verbod te handhaven. Weggebruikers zijn zelf verantwoordelijk om op de aanwezige bebording te letten.
Overwegingen
5. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
6. De kantonrechter kan in zoverre het betoog van betrokkene volgen dat het verbodsbord schuilgaat gaat in gebladerte.
7. Op de foto’s in het dossier is ook te zien dat het voertuig van betrokkene in de directe nabijheid stond van het verbodsbord. Bij het aanrijden op de locatie mag het misschien zo zijn dat het bewuste bord niet goed zichtbaar was, maar bij het parkeren en uitstappen uit de auto moet het wel duidelijk zijn geworden. Het had in elk geval op de weg van betrokkene gelegen om te kijken dat er een bord stond en wat dit bord inhield. Dat wat door de betrokkene is aangevoerd biedt naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de waarneming en de verklaring van de verbalisant. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
S.N. Noordenbos, griffier mr. J.Y.B. Jansen, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.